Communicatievraag met een P? Raadpleeg de HSTotaal-woordenlijst!

start a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

 

HSTotaal woordenlijst:
van Pagemaker tot push technology.

Verklaringen van communicatiebegrippen, design dialect, reclametaal, ontwerpwoorden, vormgeversjargon, typografische vaktaal, dtp-kreten, grafische uitdrukkingen, drukkerslatijn, papiertermen en van enige creatieve wartaal.

 

p

Pagemaker

het eerste grote desktoppublishing-programma - DTP-programma - voor het ontwerpen en bewerken van pagina’s voor flyers, folders, brochures, kranten en boeken. Pagemaker was een ontwikkeling uit 1985 van het Amerikaanse Aldus Corporation, eerst voor de Apple Macintosh maar daarna ook voor Windows. In 1994 werden Aldus Corporation en dus ook PageMaker overgenomen door Adobe Systems. Vanaf 1990 won QuarkXPress marktaandeel van PageMaker, terwijl Adobe - die Postscript had ontwikkeld - nog niet een eigen desktoppublishing-programma op de markt bracht. In 1994 werd Aldus overgenomen door Adobe Systems. Aanvankelijk deed Quark pogingen Adobe over te nemen, maar toen dat mislukte richtte Adobe zich volledig op de ontwikkeling van een eigen opmaakprogramma en kwam in 2000 - toen QuarkXpress de markt domineerde - met InDesign op de markt. Vanaf dat moment is het marktaandeel van QuarkXpress gekelderd en InDesign marktleider.

pageviews

meeteenheid van websitebezoek dat het aantal webpagina’s registreert dat een bezoeker bezocht heeft.

pagina

één bedrukte zijde van een papieren blad in een boek, brochure, tijdschrift of krant. Een blad papier heeft twee zijden, twee pagina’s, één aan de voorzijde van het blad - pagina 1, een aan de achterzijde van het blad - pagina 2.

paginaopmaak systemen

elektronische prepress systemen, digitale beeldverwerking, geavanceerde apparatuur waarmee tekst en beeld worden verwerkt tot complete pagina’s, gesepareerde vierkleuren films voor offsetdruk. Op het beeldscherm die aan de apparatuur is gekoppeld wordt in kleur een voorstelling gegeven van het eindresultaat. Aanpassingen in de kleur, het beeld en de tekst zijn relatief eenvoudig uit te voeren. Paginaopmaak systemen vervingen het werk van de werktekenaar en de micromonteur die de losse delen - tekstkolommen, koppen, gereproduceerde afbeeldingen - handmatig tot complete pagina’s samenstelden. Voor het werken op deze systemen werden teksten fotografisch gezet en belicht op (transparant) film of geprint op fotopapier en via een uiterst kostbare hoge resolutiescanner (F 1.000.000) ingescand in de eveneens peperdure hi-end systemen (investeringen van F 800.000 per werkplek en van F 300 per uur). Foto’s en dia’s worden separaat gescand waarbij operators via tijdrovende handmatige instellingen beeld- en kleurmanipulatie toepasten. Gescande teksten, beelden, logo’s en illustraties werden vervolgens gecombineerd en via een handmatige beeldschermpositionering tot pagina’s opgemaakt, op film belicht en via lithografie tot kleurgescheiden films geproduceerd voor offsetdruk. Vanaf 1980 werd de markt door vier aanbieders gedomineerd: Hell (Duitsland), Sctitex (Israël), Crosfield (Engeland) en Dainippon Screen (Japan). Vanaf 1990 zorgde de programmeertaal Postscript van Adobe echter voor een geïntegreerde tekst- en beeldbeschrijving van superieure kwaliteit waardoor randapparatuur met grafische hoge resolutie kon worden aangestuurd. Vanaf dat moment verdwenen de hi-end systemen in rap tempo; Adobe met Photoshop, Apple met Macintosh en Quark met QuarkXpress namen hun positie binnen enkele jaren over.

pangram

een zo kort mogelijke zin waarin alle letters van het alfabet éénmaal voorkomen, zoals: The quick brown fox jumps over the lazy dog. Een dergelijke zin wordt gebruikt in letterproeven van zetterijen, drukkerijen, fontontwerpers en fontleveranciers, waardoor alle letters uit het alfabet getoond kunnen worden in korte zin. 

Pantone

Pantone® Matching System, PMS, Pantonekleuren, PMS-kleuren, internationaal kleurenmengsysteem voor grafische productietechnieken, zoals ontwerpen, drukken, printen. Het systeem is gebaseerd op het principe om met negen basiskleuren, vier lichtechte kleuren, wit en zwart meer dan 1700 kleurnummers (PMS-nummers) te mengen. Pantonekleuren zijn zogenaamde steunkleuren, worden gebruikt als enkele drukgang en zijn daardoor veel sterker en intenser (groter kleurbereik) dan CMYK-kleuren waardoor Pantone-kleuren technisch veel beter te reproduceren zijn - zoals het drukken van warm grijs, oranje, diep-blauw. Het opbouwen van Pantonekleuren naar full color levert daarom altijd teleurstellende resultaten op omdat CMYK-kleuren nogal ’vuil’ zijn, de mengkleuren daardoor hun helderheid verliezen en het resultaat vaak verrassend sterk afwijkt van het oorspronkelijke PMS-nummer. Ontwerpers die op dat punt te weinig kennis hebben van de grafische technieken, willen nog wel eens de fout maken met het aanleveren van digitale bestanden en in het bestand de kleuren vergeten zijn om te zetten van PMS naar CMYK (nog los van de vergissing dat bestanden ook nog wel eens RGB-restanten kan bevatten - de input van scanners, digitale camera’s en in RGB ontworpen logo’s). Goed overleg met de producent - het printbedrijf, de drukkerij - voorkomt veel misverstanden en problemen achteraf.

Pantone-waaier

PMS-waaier, referentieboek met genummerde kleurcodes en mengverhoudingen voor kleurafspraken tussen partijen in grafische productieprocessen (ontwerpers, drukkers, printers). Sinds 1963 ontwikkelt Pantone zogenaamde Pantone-waaiers, onder andere een waaier met 1.867 dekkende kleuren, een waaier met 2.868 full color opbouwkleuren, een waaier met 301 metallic kleuren en een waaier met 154 pastel en neon-kleuren. 

paperback

een compact, goedkoop geproduceerd boek, garenloos of genaaid gebrocheerd met een slappe kaft. De kleine versie van paperback heet pocketboek.

papier

natuurlijk materiaal uit plantaardige vezels, door vervilting vervaardigd, machinaal geproduceerd op rollen en naderhand gesneden tot vellen, waarop kan worden geschreven, getekend, geprint, gedrukt en gebruikt wordt voor huishoudelijke toepassingen, zoals koffiefilters en theezakjes, zakdoekjes en toiletpapier, elk uitvoering met specifieke kwaliteiten. Het woord papier is afgeleid van papyrus, het oude Grieks voor de papyrusplant. Papyrus is een dik vezelblad dat zo’n 3000 v.Chr. tot 800 n.Chr in het Midden Oosten werd gebruikt als schrijfmateriaal, samengesteld uit de papyrusplant waarvan de stengels over de lengte in repen werden gesneden en daarna verticaal en horizontaal werden gevlochten tot een soort mat waar vervolgens de kleverige merg uit de stengels overheen werd geplakt, aangedrukt, geklopt, gewreven en gedroogd, waarna het oppervlak werd bewerkt met een soort lijm - om het uitvloeien van de inkt tegen te gaan - en werd glad gepolijst. Papyrus werd als schrijfmateriaal gebruikt lang voordat het papier in China werd uitgevonden. De vroegste Chinese vondsten zijn uit de 2e eeuw; de Chinees Ts’ai Lun wordt gezien als de uitvinder van het papiermaken. Hij gebruikte een verviltingstechniek door hennep, lompen en moerbeibast tot een vezelbrij te stampen die na verdunning met water vervilde. In de 6e eeuw  wordt in China op papier gedrukt met houten blokken - blokdruk. In de 7e eeuw introduceert een boeddhistische priester uit Korea de kennis van het papier maken in Japan. De Arabieren leerden het papier maken in de 8e eeuw van krijgsgevangen Chinese papiermakers. In de middeleeuwen raakte papier ook in Europa bekend. Kooplieden namen het vanuit het oosten in hun schepen mee naar Spanje en Italië waar het in de 12e eeuw bekend raakte. Pas in 1428 bouwt Willem Boye een papiermolen in het Limburgse Gennep. De Duitser Jakob Christian Schäffer kan beschouwd worden als de uitvinder van hout als grondstof voor papier. Schäffer was een veelzijdig wetenschapper, filosoof, uitvinder, botanicus, ornitholoog, theoloog, schreef over kleur, experimenteerde met elektriciteit, was geïnteresseerd in het slijpen van lenzen, het uitvinden van een wasmachine, de mechanische zaag en huishoudelijke apparatuur. Rond 1770 werkte hij aan de vervanging van vodden die gebruikt werden als grondstof voor papier, maar waar een tekort aan dreigde. Hij experimenteerde met het blad van de populier, met gras, turf, distels, mos, brandnetels, wijnstokken, dennenappels, stro, aardappelloof en zaagsel van beuken en wilgen. Zijn pogingen werden belachelijk gemaakt door de papierfabrikanten die lompen bleven gebruiken, maar ondanks dat het experiment mislukte was bijna 80 jaar later hout de grondstof voor de productie van papier. De Duitser Friedrich Keller vindt het maken van houtslijp uit, waardoor papier uit hout vervaardigd kan worden, maar een percentage lompen blijft hij noodzakelijk vinden. Het is de Amerikaan Benjamin Tilghman die uiteindelijk in 1866 ontdekt dat ook lompen niet meer nodig zijn: door hout te koken wordt het omgezet naar cellulose waarmee zogenaamd houtvrij papier geproduceerd kan worden. Houthoudend papier is onderhevig aan verval waardoor het verpulverd en boeken na verloop van tijd uiteen vallen. Modern papier wordt naast cellulose (hout), gemaakt van oud papier, soms ook algen, eucalyptus, riet, bamboe. Houtvrij papier wordt gemaakt van cellulose of lompen. Het gewicht van papier loopt van 16 g/m2 tot 180 g/m2, vanaf 180 g/m2 noemen we het karton, vanaf 600 g/m2 wordt de kwaliteit uitgedrukt in dikte (mm).

papierformaat

een beschrijving van de afmetingen - breedte en lengte - van papier en in Europa ondergebracht in reeksen: de A-reeks, B-reeks, C-reeks, D-reeks, E-reeks. Internationaal zijn er ook Amerikaanse en Japanse maten in omloop. De Europese A-reeks (van A0, 841 x 1189 mm tot A10, 26 x 37 mm) is de meest gebruikte en gestandaardiseerde reeks waaraan veel drukpersformaten zijn gerelateerd. Een standaard drukvel van 50 x 70 cm biedt ruimte aan 8 pagina’s A4. Omdat de stappen tussen de verschillende formaten in de A-reeks nogal fors zijn, is er ook een B-reeks die dezelfde verhouding heeft als de A-reeks (het verschil is het uitgangsformaat: bij A0 is de oppervlakte bijna 1 m² - 999,949 cm2, bij B0 is de lengte van de korte zijde 1 meter - 1000 x 1414 mm). 

papiermachine

productiemachine voor papier met een breedte van bijna 11 meter, een lengte van ruim 400 meter en een snelheid van 120 km per uur, 2000 meter per minuut, voor de productie van 189 ton papier per uur. In 1798 ontwerpt de Franse ingenieur Nicolas Robert de eerste papiermachine, de langzeefmachine. Een ronddraaiend zeefdoek waarop de papierstof wordt uitgestort en vervolgens geperst, gedroogd en opgerold. De Engelse broers Foudrinier maken er met hun verbeterde constructie een commercieel succes van. Papiermachines van vandaag de dag werken nog steeds volgens het principe van Foudrinier. Rond 1850 ligt de breedte van de papiermachine tussen de 80 en 150 cm, met een productie van maximaal 30 meter per minuut. Vandaag produceren papiermachines zo’n 2000 meter per minuut op een breedte van 11 meter. De grondstof voor papier is hout, houtpulp, papierpulp (oud papier, papierafval), papiervezel en cellulose (houtpulp dat is gekookt, gebleekt en chemisch behandeld). In een verhouding van 1% vaste stof en 99% water wordt de grondstof op het doek van de sneldraaiende papierzeef gestort aan het begin van de papiermachine, waarna het merendeel van het water direct wordt afgevoerd, het laatste water uit de baan wordt geperst en het papier door verhitting wordt gedroogd. Aan het einde van de machine kan een oppervlaktebehandeling (coaten, satineren) of veredeling plaatsvinden (kleur, persing).

paragraaf §

wordt gebruikt bij de aanduiding van een paragraaf, een genummerd deel binnen een alinea.

parelmoer inkt

iriodin, pearle ink, speciale zeefdrukinkt welke bestaat uit dispersielak waaraan effectpigmenten zijn toegevoegd waardoor een zijdemat, glanzende of glinsterende laag parelmoer wordt gecreëerd. Leverbaar in zilverwit, rood, brons en een reeks aardekleuren. 

partitieve kleurmenging

een verschijnsel dat optreedt bij het reproduceren van kleurenfoto’s in drukwerk die zijn opgebouwd uit zodanig kleine rasterpunten, dat de afzonderlijk punten in de vier drukkleuren niet te onderscheiden zijn en zich met elkaar op het netvlies vermengen met een nieuwe kleur als zichtbaar eindresultaat. Dit verschijnsel doet zich ook voor bij monitoren waarbij het beeld is opgebouwd uit drie kleuren pixels (rood, groen en blauw, RGB). Partitief mengen levert sterkere en helderder kleuren op dan het mengen van de drukinkt, omdat ieder rasterpunt afzonderlijk zijn eigen heldere kleur behoudt en licht weerkaatst en zich pas mengt op het netvlies.

paskruis

merkteken op de werktekening en vervolgens op de lithofilm, de offsetplaat en het drukvel, buiten de afsnee, vaak in de vorm van een combinatie van een cirkel met een kruis er doorheen, aan de hand waarvan de drukker bij meerdere drukgangen - meerdere kleuren - de juiste positie van de afdruk bepaalt. Bij elke volgende drukgang worden de paskruisen van de afzonderlijke drukkleuren exact óp elkaar gedrukt. Passen die op elkaar, dan is er geen pasverschil.

pastei

een term uit de handzetterij, loodzetterij, als het zetwerk dat is opgebouwd uit losse letters, regels, wit en lijnen en ornamenten, door slecht opbinden of door het ongelukkig oppakken uit elkaar valt tot een onbruikbare berg losse materialen en waarbij het zetmateriaal zelfs kan zijn beschadigd. De pastei zal door een handzetter teruggebracht moeten worden tot de oorspronkelijke drukvorm. Dat vereist nogal wat vaardigheid en voorzichtigheid. Is de structuur van de drukvorm echter niet meer te herkennen en dus niet meer te redden, dan wordt de pastei geheel uiteen genomen waarbij elk onderdeel teruggelegd wordt waar het oorspronkelijk vandaan kwam; de letterkast, de lijnenkast, de tabelkast enzovoorts. Men spreekt dan van distributie, het distribueren van het zetwerk. Daarna kan het zetwerk opnieuw worden gemaakt.

passer

tekengereedschap waarmee met potlood of inkt, handmatig cirkels en cirkelsegmenten getekend kunnen worden. De passer is gereedschap voor technisch tekenaars, voor grafisch ontwerpers en voor werktekenaars die handmatig reproductietekeningen vervaardigen in de fase van drukwerkvoorbereiding in het grafische bedrijf.

pasverschil

een ongewenst technisch verschijnsel bij drukwerk in de drukkerij, kleuren die ten opzichte van elkaar niet in de juiste positie staan gedrukt. Er wordt dan gesproken van pasverschil, van niet sluitend drukwerk - ’het sluit niet’, of van uit register staan. Pasverschil heeft verschillende oorzaken, zoals een verkeerde vochtigheid van het papier, te hoge temperatuur in de drukkerij, te hoge drukspanning, een kleverig rubberdoek, een los gemonteerde offsetplaat of een onoplettende drukker. 

PDF

Portable Document Format, een apparaatonafhankelijk bestandstype, ontwikkeld door Adobe Systems, voor de uitwisseling van documenten, bestanden, afbeeldingen, websites, e-mails of formulieren en waarin de functionaliteiten, kleuren en lettertypen worden behouden en het bestand daarnaast gelijk is aan het gedrukte eindresultaat. Het is het meest geschikte en gebruikte elektronische formaat voor het digitaal aanleveren van drukbestanden aan productiebedrijven, voor de uitwisseling van drukproeven en de cross platform uitwisseling van bestanden.

PDF-proef

een proef in de vorm van een digitaal bestand (PDF) die intern (aan collega’s) of extern (aan de klant) ter controle wordt aangeboden en doorgaans per e-mail wordt verzonden. Het kan een eerste opmaakproef zijn voor tekstcorrectie, maar ook een drukproef als laatste mogelijkheid van correctie vóór het drukken.

peel off inkt

speciale zeefdrukinkt voor het afdekken van reeds geprinte of in offset gedrukte gegevens, bijvoorbeeld creditcardgegevens, prijsloten. De afgedekte laag kan in één keer van het papier, karton of kunststof worden verwijderd, in tegenstelling tot scratch off inkt, die met een muntje of met de nagel kan worden weggekrast en waar een rommelig restant achterblijft op het drukwerk.

PEFC-papier

PEFC-keurmerk, garandeert dat papier met het keurmerk afkomstig is uit een duurzaam beheerd bos.

peperbus

een vorm van buitenreclame, een aanplakzuil in de stedelijke openbare ruimte voor het aanplakken van reclameposters, een bouwwerk van gietijzer, staal en beton. In Nederland is de peperbus vanaf de aanleg van het elektriciteitsnetwerk in 1900 gebouwd en in gebruik als transformatorhuisje. Eerdere peperbussen zijn vanaf 1840 gebouwd in Parijs. Vanaf 1950 worden transformatorhuisjes niet meer gebouwd als aanplakplaats maar als zelfstandig object en verdwijnen de peperbussen uit het stadsbeeld. In Amsterdam zijn peperbussen nog te vinden met hetzelfde uiterlijks als de stalen exemplaren, maar zijn in beton opgetrokken. In 2017 is op het Rokin in Amsterdam een peperbus geplaatst met een gasverdeelstation.

perfo-bind

brocheren, een garenloos bindtechniek voor boeken, waarbij de katernen worden voorzien van een perforatie in de rug waardoor de lijm tijdens het binden in de rug kan binnendringen en zorgt voor een zeer sterke hechting.

periodiek

tijdschrift of magazine (Engels), een verzameling artikelen en advertenties, gebundeld in een gebrocheerde of digitale uitgave, met regelmatige verschijning.

perkament

schrijfmateriaal uit de Middeleeuwen, gemaakt van huiden van dieren - kalveren, koeien, geiten, schapen. De bereiding van perkament is zeer arbeidsintensief. De huid wordt langdurig gewassen, met de hand ontdaan van haren en vleesresten en aan twee zijden vlakgeschuurd. Voor de introductie van papier als schrijfmateriaal of drukmateriaal werden boeken met de hand op perkament geschreven of gekopieerd door monniken, of gedrukt. Schrijven gebeurde met de ganzenveer. Aan het eind van de Middeleeuwen - vanaf 1400 - werd perkament door lompenpapier verdrongen. Papier was goedkoper omdat het vooral sneller en in grotere hoeveelheden kon worden geproduceerd. Papier liet zich ook beter bedrukken; het ligt vlakker en heeft een betere inktopname dan perkament. 

persbericht

een tekstbericht dat door een persoon, bedrijf of organisatie wordt aangeboden aan de pers, de nieuwsmedia - krant, tijdschrift, website - met de bedoeling dat het bericht geplaatst wordt in dat medium, waardoor de lezers worden geïnformeerd over het nieuwsfeit. Een geplaatst persbericht is een vorm van free publicity en valt onder de verantwoordelijkheid van het nieuwsmedium. Strikt genomen is een persbericht een schriftelijk nieuwsfeit - overigens wel vaak voorzien van beeld - dat door de afzender wordt aangeboden aan een journalist. Deze zal het persbericht overnemen of eventueel bewerken voor publicatie als het enige nieuwswaarde bevat.

perscorrectie

correctie op de drukpers, het aanbrengen van een wijziging in het zetsel tijdens het drukproces, zelfs als inmiddels een deel van de oplage is gedraaid. Ten tijde van de hoogdruk was het mogelijk om tijdens het drukken van de oplage de pers stil te zetten en de hoogdrukvorm - die bestond uit losse delen, zoals handzetsel, machinezetsel, clichés, ornamenten, lijnen en wit - los te maken door de sluitstukken, tussen het metalen raam waarin de drukvorm was opgesloten en de drukvorm, los te draaien waardoor er ruimte vrij kwam om letters of regels uit te nemen en daarmee veranderingen aan te brengen. Dat kon gaan om zetfouten die tijdens het drukken door de drukker op het drukvel werden aangetroffen of door beschadigingen die tijdens het reinigen van de drukvorm konden ontstaan. De eerder bedrukte vellen werden afhankelijk van de ernst van de drukfout niet altijd vernietigd.

persformaat

maximaal te verwerken papierformaat op een bepaalde drukpers.

persing

een vorm van nabewerking bij de papierfabricage. Direct nadat het papier de papiermachine heeft verlaten kan met een metalen cilinder en grote druk in het papier een motief worden geperst. Bijvoorbeeld een leerpersing, korrelpersing of linnenpersing. Een persing geeft papier een bepaald luxe effect.

personeelsadvertenties

een betaalde ruimte van een bepaalde gestandaardiseerde grootte - vaste kolombreedte, variabele mm-hoogte - in een vaak gedrukte publicatie - bijvoorbeeld een krant, tijdschrift, vakblad - die bedoeld is de lezer van de uitgave te informeren, te overtuigen en aan te zetten tot het solliciteren op een vacature of die anderen informeert over of aanzet tot solliciteren. De personeelsadvertentie bevat niet altijd een uitgebreide omschrijving van de openstaande vacature, maar vaak slechts een oproep om een website te bezoeken waar alle relevante informatie is te vinden. De opzet van de personeelsadvertentie is vaak zodanig dat deze zich op een positief enthousiaste manier onderscheidt van de aangrenzende advertentie, die van de concurrentie, door doorslaggevende argumenten te geven die de sollicitant aanzetten tot actie, of door de advertentie in een opmerkelijke uitstraling uit te voeren die prikkelend werkt en het adverterende bedrijf op een positieve manier belicht. Is de advertentie te overmoedig uitgemonsterd en komt de belofte die wordt opgevoerd niet overeen met wat van het bedrijf verwacht kan worden, dan is het risico dat de potentiële sollicitant afhaakt.  

personeelsblad

periodiek, tijdschrift of magazine, een regelmatig te verschijnen gedrukte of digitale uitgave, een gebundelde verzameling artikelen - interviews, foto’s, columns - geschreven, vormgegeven, gedrukt en verspreid door een organisatie, bedrijf of instelling om onder eigen regie de interne doelgroep - medewerkers - te informeren, met als doel het motiveren en versterken van de interne binding, de teamgeest en van de band tussen het merk, de organisatie en de mensen, om uiteindelijk te komen tot een optimale medewerkersrelatie die de inzetwaarde van mensen vergroot. Het personeelsblad is ook een informatiemedium, het communiceren van het beleid naar de werknemers en het opzetten van een interactieve uitwisseling van standpunten. Eenvoudige, gedrukte personeelsbladen hebben een omvang van minimaal acht pagina’s A4; het meest efficiënte formaat op een drukpers, en zijn geniet gebrocheerd. Er zijn ook omvangrijkere uitgaven, als magazine, sterk vormgegeven en ondersteund met hoogwaardige fotografie.

persproef

een op een drukpers vervaardigde afdruk vóór het drukken van de oplage en uitsluitend bedoeld voor kleurcontrole en kleurbijstelling. Zetcorrecties kunnen niet worden aangebracht.

persvergulden

foliedrukken, een decoratietechniek die in de boekbinderij wordt toegepast bij boeken, het handmatig of met behulp van een verguldpers aanbrengen van goudstempels - decoraties, lijnen, vignetten, ornamenten - met bladgoud of goudfolie op een boekband van leer of linnen.

persvernis

in een extra drukgang met een drukpers aan te brengen vernislaag die een betrekkelijke bescherming en een matige glans geeft aan drukwerk.

Photoshop

Adobe Photoshop, een omvangrijk en professioneel beeldbewerkingsprogramma, in 1987 ontwikkeld - aanvankelijk voor Macintosh, later voor Windows - en drie jaar later door Adobe Systems in de markt gezet. Op dat moment kostte digitale retouchering op speciale high-end systemen, zoals de Hell, Scitex, Crossfield en Dainippon, ongeveer F 300 per uur voor enige basisretouchering. Photoshop is de standaard geworden in de grafische wereld; ’photoshoppen’ is een begrip en een werkwoord geworden. Het programma wordt gebruikt door reclamebureaus, ontwerpstudio’s, drukkerijen en uitgeverijen voor de bewerking van illustraties en foto’s als voorbereiding op de productie. Met Photoshop kunnen rasterbeelden worden bewerkt en samengebracht, kunnen bewerkingslagen worden toegevoegd met maskers, effecten en kunnen bestanden worden weggeschreven in meerdere kleursystemen zoals RGB, CMYK, PMS, duotone. Photoshop biedt veel ondersteuning bij het importeren van uiteenlopende grafische bestandsformaten, maar gebruikt ook zijn eigen PSD-bestandsformaat. Naast uitgebreide functies en tools voor pixelbestanden, heeft het beperkte mogelijkheden om tekst, vectorafbeeldingen, 3D-graphics en video te bewerken. Naast Photoshop ontwikkelt Adobe ook de programma’s Photoshop Elements, Photoshop Lightroom, Photoshop Express en Photoshop Touch.

pica

picastelsel, twaalfdelig Amerikaans-Engelse typografisch maatsysteem. Tot 1886, toen besloten werd tot het American Point System, waren er in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten wel voorstellen gedaan voor standaardisering van het typografisch maatsysteem maar werd geen knoop doorgehakt. Het Picastelsel was een voorstel uit 1870 van Nelson Hawks met een benadering overeenkomstig het Didot-stelsel; 1/6 deel van een inch is een pica die verdeeld is in 12 punten. In 1886 werd tot standaardisatie besloten die verschilt van het idee van Hawks omdat 1 pica (4,216 mm) niet precies gelijk was aan 1/6 inch (4,233 mm). Uiteindelijk werd de standaardisatie gebaseerd op de zogenaamde Johnson Pica - vernoemd naar Lawrence Johnson van Binny & Ronaldson, een van de oudste lettergieterijen in de Verenigde Staten. Het Picastelsel werd gebruikt door de Monotype losse letterzetmachines, computerapparatuur, digitale printers en software: 1 pica = 1/6 inch = 4.233 mm, en 1 punt = 1/12 pica = 1/72 inch = 0,3527 mm.

picapunt

één twaalfde deel van een pica (1 picapunt = 0,3527 mm).

pictogram

kleine afbeelding of symbool, in plaats van tekst. 

pixel

picture element, de beeldpunt, het kleinste element in een afdruk of op een beeldscherm.

pikeren

een handeling door de boekdrukker aan de drukpers om de problemen van ongelijke drukspanning op te heffen. Daartoe plakt de drukker tussen de leggerbladen van de cilinder of degel extra papier op de posities van de donkere plaatsen van een cliché, om zodoende meer druk te geven en daarmee te voorkomen dat een tekort aan drukspanning opgelost wordt met extra veel inkt. De legger dient in de eerste plaats als een soort kussen tussen het loden zetsel en de metalen ondergrond van de degel of de cilinder om een te harde confrontatie en daardoor snelle slijtage van de letters te voorkomen. Daarnaast wordt de legger gebruikt om drukspanning te beïnvloeden. De lichte partijen van het rastercliché worden in de legger uitgesneden, zodat het raster op die plaatsen zo scherp en zo dun mogelijk wordt afgedrukt. De achterzijde van het bedrukte papier dient zo egaal mogelijk te zijn zonder de effecten van teveel drukspanning , dat ’de moet’ wordt genoemd.

piramidevouw

een vorm van afwerking van drukwerk die in de binderij wordt uitgevoerd, een parallelle zigzagvouw voor folders, waarbij het papier meerdere malen in tegenovergestelde richting wordt gevouwen - als een Z - en de pagina’s aan weerszijden aflopend van grootte zijn, zodat aan beide zijden een trap ontstaat, links én rechts. Een vouwwijze met een trap aan één zijde wordt trapvouw genoemd. De piramidevouw wordt gebruikt voor bijvoorbeeld reclamedrukwerk. 

plaatdruk

een diepdrukprocédé dat wordt toegepast voor postzegels, waardepapieren en bankbiljetten, een techniek waarbij het te drukken beeld verdiept in een metalen drukplaat is aangebracht in de vorm van groeven die met inkt worden gevuld en waarbij het te bedrukken materiaal - papier - met grote kracht tegen de drukvorm wordt gebracht waardoor de inkt uit de groeven wordt getrokken en op het papier achterblijft. Plaatdruk onderscheidt zich van rotogravure - rasterdiepdruk - door de toepassing van zeer stroperige inkt waardoor het beeld als voelbare inktribbels achterblijft. Postzegels werden voorheen uitsluitend gedrukt in één kleur plaatdruk. Vanaf 1920 werden de eerste postzegels gedrukt in rasterdiepdruk en offset. Vanaf 1950 is plaatdruk vrijwel geheel vervangen door rasterdiepdruk.

plakletters

Letraset of Mecanorma, ook wel transferletters of afwrijfletters, wrijfletters, zelfklevende letters in drukwerkkwaliteit, aangebracht op een dragervel en met een kleine spatel over te brengen op papier voor het maken van werktekeningen voor de grafische industrie.

plakplaatsen

onverlichte plakplaatsen waar gemeenten het onbetaald wildplakken van posters voor - vaak lokaal-culturele - evenementen en optredens gedoogd. Tijdelijke plakplaatsen worden ook ingericht vanwege lokale en landelijke verkiezingen voor posters van politieke partijen. De gemeenten dragen de kosten van het opzetten en verwijderen van deze plakplaatsen. Voor het adverteren met posters op deze locaties wordt door de gemeenten geen vergoeding gevraagd.

plakproef

handmatig (plakken, knippen) samengesteld papieren model als instructie aan de zetterij, het lithobedrijf of de drukker en bedoeld als referentiemodel bij het vervaardigen van de drukvorm of bij de voorbereiding daarvan - de micromontage van films van de pagina’s. De elementen waaruit de plakproef is samengesteld zijn in een eerdere fase al op juistheid gecontroleerd. De tekst is bijvoorbeeld in de strokenproef op tikfouten gecontroleerd en gecorrigeerd. De plakproef is bedoeld als werkvoorbeeld dat door een micromonteur als instructie wordt gebruikt voor de micromontage van pagina’s van bijvoorbeeld een tijdschrift, krant, boek, jaarverslag of brochure. Een plakproef wordt door de ontwerper of layoutman m/v vervaardigd op stramienvellen (een grid van pagina-indeling), uit een exemplaar van de strokenproef (zetwerk) en proeven, kopieën of prints van originelen of gereproduceerde afbeeldingen. Plakproeven worden gemaakt als de vervaardiging van de drukvorm vanwege de omvang of complexiteit is uitbesteed aan een grafisch technisch bedrijf, maar de indeling door een vormgever wordt bepaald. 

plano papier

ongevouwen papier, drukwerk.

plastic-vernis

een in de nabewerkingsfase aangebrachte sterke glanslaag.

platte tekst

platzetsel, grotere hoeveelheden algemene leestekst, ook vaak in kolommen.

plotter

randapparatuur voor computers, computergestuurde snij- en tekenmachines. 

plukken

een ongewenst verschijnsel op een drukpers, waarbij delen uit het drukpapier loslaten en op de drukvorm achterblijven. 

pocket

pocketboek, een klein, handzaam, compact, goedkoop geproduceerd boek op zakformaat (pocket), garenloos of genaaid gebrocheerd met een slappe kaft.

point of sale

POS, de plek in de winkel waar de verkoop plaatsvindt. Hier wordt niet de hele winkel bedoeld, maar de ruimte rond de kassa, waar wordt afgerekend. Specifiek gaat het om de toonbank met computer en software, de scanner, bonnenprinter en de pinapparaat.

point of sale materiaal, POS

POS-materiaal, objecten en materialen die de verkoop van consumentenproducten op de winkelvloer ondersteunen, zoals toonbankdisplays, folderhouders, tafelstaanders, vloerdisplays, vloerstickers, raamstickers, plafondkaarten en schapkaarten. Narrow casting is ook een digitale vorm van POS-materiaal en biedt naast bewegend beeld ook geluid. 

positionering

een belangrijk marketinginstrument en betreft alle activiteiten die men onderneemt om een merk, een product, dienst, idee, beweging of organisatie een onderscheidende plaats te geven in het brein van personen binnen de doelgroep, in het hoofd van de klant, en dan met name de positie die wordt ingenomen ten opzichte van de concurrent. Het innemen van een breinpositie is een merkbelofte: wat heb je te bieden, wat maakt jou bijzonder? Het doel van positioneren is een beeld, een imago te creëren dat is gebaseerd op een aannemelijk voordeel ten opzichte van de concurrent. Een heldere positie in het krachtenveld, in de markt, helpt een bedrijf zich van de concurrent te onderscheiden. Een positie moet uiteraard niet alleen passen bij het merk, maar ook bij de branche, bij de cultuur, bij de markt en bij de klanten. Zelfs bij de concurrenten, waarbij de positie een geloofwaardige plek moet zijn op begrijpelijke en aannemelijke afstand. Is de positie ten opzichte van de concurrent duidelijk, onderscheidend en geloofwaardig, dan is die betekenis, de meerwaarde, de herkenbaarheid, de identiteit voor de consument helder te communiceren en krijgt de stijl, de huisstijl vorm.

poster

affiche, aanplakbiljet, een communicatiemiddel, gedrukt op papier en groter dan A3 dat opgehangen wordt op muren en ruiten en dat wordt gebruikt voor het bekendmaken van een boodschap, een oproep of aanbieding. Het formaat is groter dan A3 (29,7 x 42 cm) en maximaal A0 (84 x 118,9 cm).

PostScript

een programmeertaal die in 1985 door Adobe Systems is geïntroduceerd. De taal brengt een revolutie in de printindustrie op gang en is nog steeds de standaard in wereldwijde printing- en imaging-technologie, waarmee alle digitale documenten - tekst, grafieken, afbeeldingen, kleuren - in zeer hoge kwaliteit vanaf ieder computerplatform met elke vorm van randapparatuur communiceert.

postfullfilment

het handmatig of machinaal verpakken van poststukken: vouwen, couverteren of sealen, kokers en ringbanden vullen.

PPI

pixels per inch, aantal beeldpunten per inch (2,54 cm) waarmee de resolutie van een beeldscherm (72 PPI) wordt aangegeven. Niet te verwarren met DPI, dots per inch, de opbouw voor printers, drukwerk en foto’s.

pregen

prägen, preegdruk, reliëfdruk, verzamelnaam voor blinddruk in hoogdruktechniek, met en zonder drukinkt of folie, waarbij de metalen drukvorm in het papier, het karton of in een linnen boekband wordt geperst en een verhoogd of verdiept beeld ontstaat. Een diepliggende preeg wordt debossing genoemd, een hoogliggende preeg wordt embossing genoemd.

prepress

strikt genomen betreft het de drukwerkvoorbereiding, alles wat binnen een drukkerij of printbedrijf aan de productie vooraf gaat. Onder prepress wordt ook verstaan de voorbereiding van documenten die uitsluitend bedoeld zijn voor digitale uitwisseling (ondere andere PDF). Prepress is de handmatige of geautomatiseerde fotografische, elektronische of digitale voorbereiding van de document- en drukvorm met behulp van kopij, beeldmateriaal en een ontwerp. Het betreft alle voorbereidende handelingen en controlewerkzaamheden in de lithografie of drukkerij om tot een technisch correcte set kleurgescheiden films of om tot een drukgereed digitaal bestand te komen. Daaronder vallen onder andere kopijvoorbereiding en het maken van zetwerk, layout en DTP, het maken van kleurscheidingen en kleuropbouw, scannen, croppen en kleurcorrectie van afbeeldingen, positioneren van beelden, maken van kleurproeven, uitvoeren van correctiewerk, berekenen van plano drukmodellen, opzetten van het vouw- en inslagschema, aanmaken van het drukbestand met afloop, snijtekens, paskruisen, en het gereedzetten in de workflow voor de drukpers. Prepress werkzaamheden worden uitgevoerd door grafisch specialisten met kennis van automatisering, color management, kwaliteitsbewaking, densitometrie, workflow en operating.

presentatie

een bijeenkomst waarbij een presentator de intentie heeft middels een voorstelling - de presentatie - een boodschap over te brengen naar één of meer kijkers/luisteraars. Een presentatie vindt plaats middels gesproken taal, beelden, symbolen, geluiden, waarbij mensen zich bewust zijn van de aanwezigheid van het aangebodene - de boodschap, zoals gedachten, ervaringen en opvattingen - en dat kunnen verstaan, begrijpen, interpreteren en daarop kunnen reageren, zodat interactie ontstaat. De presentator zijn een of meerdere personen. De presentatie die de presentator ondersteunt - niet vervangt - is een bewust opgesteld aanbod en samengevat in een presentatiemodel - bijvoorbeeld een pdf, Prezi, Powerpoint of losse sheets.

primaire kleuren

basiskleuren waarmee in theorie elke kleur is samen te stellen. Bij full color drukwerk (FC) zijn er drie primaire basiskleuren en zwart: cyaan (blauw), magenta (rood), yellow (geel) en black (zwart, key) de sleutelkleur die het contrast verhoogt, bij elkaar vier kleuren: CMYK (wordt uitgesproken als vier losse letters in het Engels, of gewoon als ’smijk’). Dit systeem heet subtractief; de primaire kleuren leveren met elkaar gemengd een donkergrijze tint op. Om in drukwerk diep zwart te bereiken - voor de zware partijen en voor de doortekening  - wordt een aparte drukgang zwart toegevoegd. Bij het mengen van licht zijn rood, groen en blauw (RGB) de primaire basiskleuren. Dit systeem heet additief; worden de drie primaire bij elkaar gemengd - zoals bij monitoren - dan leveren die wit op.

proef

een digitaal (pdf-proef) of papieren model van drukwerk zoals dat er uiteindelijk zal gaan uitzien na het drukproces, bijvoorbeeld van een visitekaartje, advertentie, tijdschrift of poster. Een proef is bedoeld voor interne controle - ter controle van de eigen productieafdeling van een grafisch bedrijf - of externe controle - ter controle van het eindresultaat door de opdrachtgever. Er zijn verschillende vormen van proeven, voor elk van de verschillende stadia in de voorbereiding van drukwerk. Met een strokenproef kan het zetwerk - de tekst - worden gecontroleerd op typefouten. Met een plakproef wordt de pagina-indeling gecontroleerd. Met een opmaakproef wordt de positie van de verschillende typografische elementen op de pagina gecontroleerd. Met een kleurproef wordt de kleurweergave van illustratie gecontroleerd. Met een drukproef wordt het gehele eindresultaat gecontroleerd. Een persproef is een afdruk van de uiteindelijke drukvorm in de juiste druktechniek, vervaardigd op een proefpers. Een oplageproef is een afdruk die tijdens het drukken uit de oplage wordt gehaald, bedoeld ter controle van het drukproces.

proefpers

een eenvoudige drukpers - boekdrukpers - voor het handmatig vervaardigen van drukproeven van hoogdrukzetsel - letters, lijnen, clichés - maar ook offsetplaten, op proefpapier of oplagepapier. Ook wordt een proefpers gebruikt voor het maken van afdrukken van hoogdrukzetsel of clichés op barietpapier - zogenaamde scherpe afdrukken - voor montage in werktekeningen - opzichtmodellen.

professionele presentatie

een communicatiemiddel, drager van een communicatieboodschap, die in een bepaalde vorm is gegoten en die door een spreker of presentator wordt voorgedragen aan een publiek, een groep of een team. Een presentatie wordt technisch ondersteunt door een PowerPoint, Prezi, in een off line vorm, bijvoorbeeld een PDF-formaat, of een online presentatietool (Google Presentaties, Google Docs, SlideDog en Keynote) en waarvan de vormgeving aansluit bij de huisstijl en uitstraling van organisatie. Primair draait het bij een professionele presentatie om de boodschap die wordt gecommuniceerd: wat is die ene regel die de afzender - het bedrijf, de presentator - in het hoofd van de aanwezigen - de doelgroep - wil achterlaten. Naast de boodschap is de vorm zeker ook relevant; niet alleen omdat elk zichzelf respecterende organisatie zich een ondermaatse presentatie niet kan veroorloven, maar vooral omdat een professionele vormgeving die aansluit bij de huisstijl of bij de projectstijl de boodschap en de herinnering eraan nadrukkelijk versterkt. Daarnaast is ook de techniek belangrijk: hoe kan de technische uitvoering zó ondergeschikt worden gemaakt aan de boodschap dat de professionele presentatie feilloos verloopt en primair de aandacht uitgaat naar het verhaal dat als drager dient voor de boodschap.

proportioneel schrift

lettertype waarbij de tekens en spaties allemaal verschillend van breedte zijn: de i staat op een smallere breedte dan de M en de komma (,) is smaller dan het &-teken. Daardoor ontstaat een gelijkmatig, regelmatig letterbeeld dat er mooi uit ziet en prettiger leest. Cijfers zijn niet altijd proportioneel. Mediaevalcijfers zijn wel proportioneel, maar tabelcijfers hebben een vaste breedte. Daardoor zijn ze zeer geschikt voor het opmaken van tabellen en cijferkolommen, bijvoorbeeld in jaarverslagen waarbij de cijfers netjes onder elkaar moeten staan. Mediaevalcijfers hebben de voorkeur voor het gebruik in platte tekst; ze hebben een wisselende breedte en hoogte waardoor ze mooi passen in het ritme van het letterbeeld en daardoor prettiger lezen. Het tegenovergestelde van een proportioneel is een non-proportioneel schrift of monospace, waarbij alle tekens even breed zijn en gecentreerd worden op een vaste ruimte. Een verschijnsel uit het tijdperk van de typemachine, waarbij het horizontale transport in de regel voor elke aanslag even groot moest zijn. Het gevolg is dat de hoofdletter W evenveel ruimte inneemt als een komma (,), en een kleine letter l of een spatie evenveel horizontaal transport krijgt als een hoofdletter M die er dus nogal ingedrukt uit ziet. De Courier en Prestige Elite zijn non-proportionele lettertypen die op typemachine gebruikt werden.

PSD

PhotoShop Document, een bestandsformaat gemaakt met het programma Adobe Photoshop, waarin alle lagen, paden, transparanties enz. zijn behouden.

public relations

PR, een discipline binnen de communicatie, het bouwen van een publieke relatie, bouwen aan het imago in het publieke domein, middels strategie, persberichten en perscontacten, lobby, persrelaties, woordvoering.

publiciteit

een nogal ruime term voor alle verschijningsvormen waarmee een organisatie in de openbaarheid treedt, via de media (o.a. krant, radio, tv) of direct (open dagen, persconferenties, beurzen e.d.). Publiciteit kan in verschillende vormen plaatsvinden: van informatie tot reclame, van voorlichting tot direct marketing.

pull marketing

trekken, een marketingterm die betekent dat de klant rechtstreeks door de fabrikant wordt bewerkt en deze bij de detaillist om het product gaat vragen (trekken). Een voorbeeld hiervan is een reclame voor speelgoed rond kinderprogramma’s. Het tegenovergestelde is push marketing , het product het distributiekanaal induwen. 

pull technology

trekken, pull berichten, een techniek van netwerkcommunicatie waarbij de aanvraag voor gegevens afkomstig is van de klant die vervolgens door de server worden geleverd. Het tegenovergestelde is push technologie, waarbij de server ’automatisch’ gegevens naar klanten ’duwt’.

punt

een maat waarmee de grootte van letters wordt aangeduid. Voordat letters in puntgroottes werden vermeld hadden ze een eigen naam, zoals bijvoorbeeld Galjard (8 punt), Dessendiaan (10 punt), Augustijn (12 pt), Kleine Kanon (24 punt), Parijse Canon (36 punt) en Grote Missaal (60 punt). Een punt is ook een maataanduiding in het 12-delig typografisch stelsel, 1 punt is 1/12 deel van een augustijn = 0,376065 mm.

puntraster

een puntstructuur in gedrukte halftoonafbeeldingen (foto’s), noodzakelijk om kleuren en zacht verlopende tinten te drukken. Afhankelijk van de kwaliteit van het origineel of van de druktechniek (ondergrond) worden afbeeldingen in een fijn of grof puntraster gereproduceerd, waarbij een afbeelding met veel details gedrukt voor kunstdrukpapier in een fijn puntraster wordt gereproduceerd en een foto op krantenpapier in een grof raster. De fijnheid wordt aangeduid in een getal dat het aantal lijnen per centimeter aangeeft. Een laag getal is een grof raster (raster 24 l/cm voor krantenfoto’s), een hoog getal een fijn raster (raster 72 l/cm voor kunstreproducties).

puntverbreding

rasterpuntverbreding, puntgroei, punttoename, het verbreden van de rasterpunt. Een ongewenst technisch effect dat optreedt bij het drukken van bijvoorbeeld gerasterde foto’s en illustraties op ruwe ondergronden, ongecoat papier, zoals krantenpapier. Door de inkt die zeer dun is - en vaak ook van mindere kwaliteit - en het sterk zuigende papier verbreden de rasterpunten zich, raken de punten elkaar en loopt het raster en de afbeelding vol. Het effect is een vlekkerig beeld en verlies van scherpte en details. De puntverbreding kan bij krantenpapier wel 30% zijn, op machinecoated papier 5%. Het verschijnsel van puntverbreding doet zich ook voor bij betere papier- en inktsoorten, maar waarbij de afstemming tussen de druktechniek, het juiste raster en het juiste papier niet goed is verlopen.

puntverlies

een ongewenst verschijnsel in de lithografie en tijdens het offset drukproces, het verkleinen van de rasterpunt waardoor beeldverlies optreedt. Puntverlies kan allerlei oorzaken hebben, zoals slijtage van de offsetplaat, onjuiste plaatkopie, verkeerd lithografisch proces enzovoorts. Het verschijnsel van puntverlies doet zich ook voor als de afstemming tussen de druktechniek, het juiste raster en het juiste papier niet goed is verlopen. Als sprake is van een te fijn raster in relatie tot het materiaal of het drukproces verliest de rasterpunt haar grootte en leidt dat tot beeldverlies.

push marketing

duwen, een marketingterm die betekent dat een product de klant wordt aangepraat en door de fabrikant het distributiekanaal wordt ingeduwd. Er wordt gewerkt met aanbodgedreven verkooptechnieken, door tijdelijke aanbiedingen, kortingen, een verkoopteam op de detaillist. Het tegenovergestelde is pull marketing, de vraag aan de kant van de klant creëren.

push technology

duwen, push berichten, techniek van netwerkcommunicatie waarbij informatie automatisch wordt verstuurd (geduwd) en waar de afnemer niet direct om heeft gevraagd, maar wel met toezending heeft ingestemd vanwege eerder opgegeven voorkeuren, interesses en bronnen. Bijvoorbeeld koersinformatie, nieuwsberichten.

 

start a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

start a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

 

HSTotaal woordenlijst:
van Pagemaker tot push technology.

Verklaringen van communicatiebegrippen, design dialect, reclametaal, ontwerpwoorden, vormgeversjargon, typografische vaktaal, dtp-kreten, grafische uitdrukkingen, drukkerslatijn, papiertermen en van enige creatieve wartaal.

 

p

Pagemaker

het eerste grote desktoppublishing-programma - DTP-programma - voor het ontwerpen en bewerken van pagina’s voor flyers, folders, brochures, kranten en boeken. Pagemaker was een ontwikkeling uit 1985 van het Amerikaanse Aldus Corporation, eerst voor de Apple Macintosh maar daarna ook voor Windows. In 1994 werden Aldus Corporation en dus ook PageMaker overgenomen door Adobe Systems. Vanaf 1990 won QuarkXPress marktaandeel van PageMaker, terwijl Adobe - die Postscript had ontwikkeld - nog niet een eigen desktoppublishing-programma op de markt bracht. In 1994 werd Aldus overgenomen door Adobe Systems. Aanvankelijk deed Quark pogingen Adobe over te nemen, maar toen dat mislukte richtte Adobe zich volledig op de ontwikkeling van een eigen opmaakprogramma en kwam in 2000 - toen QuarkXpress de markt domineerde - met InDesign op de markt. Vanaf dat moment is het marktaandeel van QuarkXpress gekelderd en InDesign marktleider.

pageviews

meeteenheid van websitebezoek dat het aantal webpagina’s registreert dat een bezoeker bezocht heeft.

pagina

één bedrukte zijde van een papieren blad in een boek, brochure, tijdschrift of krant. Een blad papier heeft twee zijden, twee pagina’s, één aan de voorzijde van het blad - pagina 1, een aan de achterzijde van het blad - pagina 2.

paginaopmaak systemen

elektronische prepress systemen, digitale beeldverwerking, geavanceerde apparatuur waarmee tekst en beeld worden verwerkt tot complete pagina’s, gesepareerde vierkleuren films voor offsetdruk. Op het beeldscherm die aan de apparatuur is gekoppeld wordt in kleur een voorstelling gegeven van het eindresultaat. Aanpassingen in de kleur, het beeld en de tekst zijn relatief eenvoudig uit te voeren. Paginaopmaak systemen vervingen het werk van de werktekenaar en de micromonteur die de losse delen - tekstkolommen, koppen, gereproduceerde afbeeldingen - handmatig tot complete pagina’s samenstelden. Voor het werken op deze systemen werden teksten fotografisch gezet en belicht op (transparant) film of geprint op fotopapier en via een uiterst kostbare hoge resolutiescanner (F 1.000.000) ingescand in de eveneens peperdure hi-end systemen (investeringen van F 800.000 per werkplek en van F 300 per uur). Foto’s en dia’s worden separaat gescand waarbij operators via tijdrovende handmatige instellingen beeld- en kleurmanipulatie toepasten. Gescande teksten, beelden, logo’s en illustraties werden vervolgens gecombineerd en via een handmatige beeldschermpositionering tot pagina’s opgemaakt, op film belicht en via lithografie tot kleurgescheiden films geproduceerd voor offsetdruk. Vanaf 1980 werd de markt door vier aanbieders gedomineerd: Hell (Duitsland), Sctitex (Israël), Crosfield (Engeland) en Dainippon Screen (Japan). Vanaf 1990 zorgde de programmeertaal Postscript van Adobe echter voor een geïntegreerde tekst- en beeldbeschrijving van superieure kwaliteit waardoor randapparatuur met grafische hoge resolutie kon worden aangestuurd. Vanaf dat moment verdwenen de hi-end systemen in rap tempo; Adobe met Photoshop, Apple met Macintosh en Quark met QuarkXpress namen hun positie binnen enkele jaren over.

pangram

een zo kort mogelijke zin waarin alle letters van het alfabet éénmaal voorkomen, zoals: The quick brown fox jumps over the lazy dog. Een dergelijke zin wordt gebruikt in letterproeven van zetterijen, drukkerijen, fontontwerpers en fontleveranciers, waardoor alle letters uit het alfabet getoond kunnen worden in korte zin. 

Pantone

Pantone® Matching System, PMS, Pantonekleuren, PMS-kleuren, internationaal kleurenmengsysteem voor grafische productietechnieken, zoals ontwerpen, drukken, printen. Het systeem is gebaseerd op het principe om met negen basiskleuren, vier lichtechte kleuren, wit en zwart meer dan 1700 kleurnummers (PMS-nummers) te mengen. Pantonekleuren zijn zogenaamde steunkleuren, worden gebruikt als enkele drukgang en zijn daardoor veel sterker en intenser (groter kleurbereik) dan CMYK-kleuren waardoor Pantone-kleuren technisch veel beter te reproduceren zijn - zoals het drukken van warm grijs, oranje, diep-blauw. Het opbouwen van Pantonekleuren naar full color levert daarom altijd teleurstellende resultaten op omdat CMYK-kleuren nogal ’vuil’ zijn, de mengkleuren daardoor hun helderheid verliezen en het resultaat vaak verrassend sterk afwijkt van het oorspronkelijke PMS-nummer. Ontwerpers die op dat punt te weinig kennis hebben van de grafische technieken, willen nog wel eens de fout maken met het aanleveren van digitale bestanden en in het bestand de kleuren vergeten zijn om te zetten van PMS naar CMYK (nog los van de vergissing dat bestanden ook nog wel eens RGB-restanten kan bevatten - de input van scanners, digitale camera’s en in RGB ontworpen logo’s). Goed overleg met de producent - het printbedrijf, de drukkerij - voorkomt veel misverstanden en problemen achteraf.

Pantone-waaier

PMS-waaier, referentieboek met genummerde kleurcodes en mengverhoudingen voor kleurafspraken tussen partijen in grafische productieprocessen (ontwerpers, drukkers, printers). Sinds 1963 ontwikkelt Pantone zogenaamde Pantone-waaiers, onder andere een waaier met 1.867 dekkende kleuren, een waaier met 2.868 full color opbouwkleuren, een waaier met 301 metallic kleuren en een waaier met 154 pastel en neon-kleuren. 

paperback

een compact, goedkoop geproduceerd boek, garenloos of genaaid gebrocheerd met een slappe kaft. De kleine versie van paperback heet pocketboek.

papier

natuurlijk materiaal uit plantaardige vezels, door vervilting vervaardigd, machinaal geproduceerd op rollen en naderhand gesneden tot vellen, waarop kan worden geschreven, getekend, geprint, gedrukt en gebruikt wordt voor huishoudelijke toepassingen, zoals koffiefilters en theezakjes, zakdoekjes en toiletpapier, elk uitvoering met specifieke kwaliteiten. Het woord papier is afgeleid van papyrus, het oude Grieks voor de papyrusplant. Papyrus is een dik vezelblad dat zo’n 3000 v.Chr. tot 800 n.Chr in het Midden Oosten werd gebruikt als schrijfmateriaal, samengesteld uit de papyrusplant waarvan de stengels over de lengte in repen werden gesneden en daarna verticaal en horizontaal werden gevlochten tot een soort mat waar vervolgens de kleverige merg uit de stengels overheen werd geplakt, aangedrukt, geklopt, gewreven en gedroogd, waarna het oppervlak werd bewerkt met een soort lijm - om het uitvloeien van de inkt tegen te gaan - en werd glad gepolijst. Papyrus werd als schrijfmateriaal gebruikt lang voordat het papier in China werd uitgevonden. De vroegste Chinese vondsten zijn uit de 2e eeuw; de Chinees Ts’ai Lun wordt gezien als de uitvinder van het papiermaken. Hij gebruikte een verviltingstechniek door hennep, lompen en moerbeibast tot een vezelbrij te stampen die na verdunning met water vervilde. In de 6e eeuw  wordt in China op papier gedrukt met houten blokken - blokdruk. In de 7e eeuw introduceert een boeddhistische priester uit Korea de kennis van het papier maken in Japan. De Arabieren leerden het papier maken in de 8e eeuw van krijgsgevangen Chinese papiermakers. In de middeleeuwen raakte papier ook in Europa bekend. Kooplieden namen het vanuit het oosten in hun schepen mee naar Spanje en Italië waar het in de 12e eeuw bekend raakte. Pas in 1428 bouwt Willem Boye een papiermolen in het Limburgse Gennep. De Duitser Jakob Christian Schäffer kan beschouwd worden als de uitvinder van hout als grondstof voor papier. Schäffer was een veelzijdig wetenschapper, filosoof, uitvinder, botanicus, ornitholoog, theoloog, schreef over kleur, experimenteerde met elektriciteit, was geïnteresseerd in het slijpen van lenzen, het uitvinden van een wasmachine, de mechanische zaag en huishoudelijke apparatuur. Rond 1770 werkte hij aan de vervanging van vodden die gebruikt werden als grondstof voor papier, maar waar een tekort aan dreigde. Hij experimenteerde met het blad van de populier, met gras, turf, distels, mos, brandnetels, wijnstokken, dennenappels, stro, aardappelloof en zaagsel van beuken en wilgen. Zijn pogingen werden belachelijk gemaakt door de papierfabrikanten die lompen bleven gebruiken, maar ondanks dat het experiment mislukte was bijna 80 jaar later hout de grondstof voor de productie van papier. De Duitser Friedrich Keller vindt het maken van houtslijp uit, waardoor papier uit hout vervaardigd kan worden, maar een percentage lompen blijft hij noodzakelijk vinden. Het is de Amerikaan Benjamin Tilghman die uiteindelijk in 1866 ontdekt dat ook lompen niet meer nodig zijn: door hout te koken wordt het omgezet naar cellulose waarmee zogenaamd houtvrij papier geproduceerd kan worden. Houthoudend papier is onderhevig aan verval waardoor het verpulverd en boeken na verloop van tijd uiteen vallen. Modern papier wordt naast cellulose (hout), gemaakt van oud papier, soms ook algen, eucalyptus, riet, bamboe. Houtvrij papier wordt gemaakt van cellulose of lompen. Het gewicht van papier loopt van 16 g/m2 tot 180 g/m2, vanaf 180 g/m2 noemen we het karton, vanaf 600 g/m2 wordt de kwaliteit uitgedrukt in dikte (mm).

papierformaat

een beschrijving van de afmetingen - breedte en lengte - van papier en in Europa ondergebracht in reeksen: de A-reeks, B-reeks, C-reeks, D-reeks, E-reeks. Internationaal zijn er ook Amerikaanse en Japanse maten in omloop. De Europese A-reeks (van A0, 841 x 1189 mm tot A10, 26 x 37 mm) is de meest gebruikte en gestandaardiseerde reeks waaraan veel drukpersformaten zijn gerelateerd. Een standaard drukvel van 50 x 70 cm biedt ruimte aan 8 pagina’s A4. Omdat de stappen tussen de verschillende formaten in de A-reeks nogal fors zijn, is er ook een B-reeks die dezelfde verhouding heeft als de A-reeks (het verschil is het uitgangsformaat: bij A0 is de oppervlakte bijna 1 m² - 999,949 cm2, bij B0 is de lengte van de korte zijde 1 meter - 1000 x 1414 mm). 

papiermachine

productiemachine voor papier met een breedte van bijna 11 meter, een lengte van ruim 400 meter en een snelheid van 120 km per uur, 2000 meter per minuut, voor de productie van 189 ton papier per uur. In 1798 ontwerpt de Franse ingenieur Nicolas Robert de eerste papiermachine, de langzeefmachine. Een ronddraaiend zeefdoek waarop de papierstof wordt uitgestort en vervolgens geperst, gedroogd en opgerold. De Engelse broers Foudrinier maken er met hun verbeterde constructie een commercieel succes van. Papiermachines van vandaag de dag werken nog steeds volgens het principe van Foudrinier. Rond 1850 ligt de breedte van de papiermachine tussen de 80 en 150 cm, met een productie van maximaal 30 meter per minuut. Vandaag produceren papiermachines zo’n 2000 meter per minuut op een breedte van 11 meter. De grondstof voor papier is hout, houtpulp, papierpulp (oud papier, papierafval), papiervezel en cellulose (houtpulp dat is gekookt, gebleekt en chemisch behandeld). In een verhouding van 1% vaste stof en 99% water wordt de grondstof op het doek van de sneldraaiende papierzeef gestort aan het begin van de papiermachine, waarna het merendeel van het water direct wordt afgevoerd, het laatste water uit de baan wordt geperst en het papier door verhitting wordt gedroogd. Aan het einde van de machine kan een oppervlaktebehandeling (coaten, satineren) of veredeling plaatsvinden (kleur, persing).

paragraaf §

wordt gebruikt bij de aanduiding van een paragraaf, een genummerd deel binnen een alinea.

parelmoer inkt

iriodin, pearle ink, speciale zeefdrukinkt welke bestaat uit dispersielak waaraan effectpigmenten zijn toegevoegd waardoor een zijdemat, glanzende of glinsterende laag parelmoer wordt gecreëerd. Leverbaar in zilverwit, rood, brons en een reeks aardekleuren. 

partitieve kleurmenging

een verschijnsel dat optreedt bij het reproduceren van kleurenfoto’s in drukwerk die zijn opgebouwd uit zodanig kleine rasterpunten, dat de afzonderlijk punten in de vier drukkleuren niet te onderscheiden zijn en zich met elkaar op het netvlies vermengen met een nieuwe kleur als zichtbaar eindresultaat. Dit verschijnsel doet zich ook voor bij monitoren waarbij het beeld is opgebouwd uit drie kleuren pixels (rood, groen en blauw, RGB). Partitief mengen levert sterkere en helderder kleuren op dan het mengen van de drukinkt, omdat ieder rasterpunt afzonderlijk zijn eigen heldere kleur behoudt en licht weerkaatst en zich pas mengt op het netvlies.

paskruis

merkteken op de werktekening en vervolgens op de lithofilm, de offsetplaat en het drukvel, buiten de afsnee, vaak in de vorm van een combinatie van een cirkel met een kruis er doorheen, aan de hand waarvan de drukker bij meerdere drukgangen - meerdere kleuren - de juiste positie van de afdruk bepaalt. Bij elke volgende drukgang worden de paskruisen van de afzonderlijke drukkleuren exact óp elkaar gedrukt. Passen die op elkaar, dan is er geen pasverschil.

pastei

een term uit de handzetterij, loodzetterij, als het zetwerk dat is opgebouwd uit losse letters, regels, wit en lijnen en ornamenten, door slecht opbinden of door het ongelukkig oppakken uit elkaar valt tot een onbruikbare berg losse materialen en waarbij het zetmateriaal zelfs kan zijn beschadigd. De pastei zal door een handzetter teruggebracht moeten worden tot de oorspronkelijke drukvorm. Dat vereist nogal wat vaardigheid en voorzichtigheid. Is de structuur van de drukvorm echter niet meer te herkennen en dus niet meer te redden, dan wordt de pastei geheel uiteen genomen waarbij elk onderdeel teruggelegd wordt waar het oorspronkelijk vandaan kwam; de letterkast, de lijnenkast, de tabelkast enzovoorts. Men spreekt dan van distributie, het distribueren van het zetwerk. Daarna kan het zetwerk opnieuw worden gemaakt.

passer

tekengereedschap waarmee met potlood of inkt, handmatig cirkels en cirkelsegmenten getekend kunnen worden. De passer is gereedschap voor technisch tekenaars, voor grafisch ontwerpers en voor werktekenaars die handmatig reproductietekeningen vervaardigen in de fase van drukwerkvoorbereiding in het grafische bedrijf.

pasverschil

een ongewenst technisch verschijnsel bij drukwerk in de drukkerij, kleuren die ten opzichte van elkaar niet in de juiste positie staan gedrukt. Er wordt dan gesproken van pasverschil, van niet sluitend drukwerk - ’het sluit niet’, of van uit register staan. Pasverschil heeft verschillende oorzaken, zoals een verkeerde vochtigheid van het papier, te hoge temperatuur in de drukkerij, te hoge drukspanning, een kleverig rubberdoek, een los gemonteerde offsetplaat of een onoplettende drukker. 

PDF

Portable Document Format, een apparaatonafhankelijk bestandstype, ontwikkeld door Adobe Systems, voor de uitwisseling van documenten, bestanden, afbeeldingen, websites, e-mails of formulieren en waarin de functionaliteiten, kleuren en lettertypen worden behouden en het bestand daarnaast gelijk is aan het gedrukte eindresultaat. Het is het meest geschikte en gebruikte elektronische formaat voor het digitaal aanleveren van drukbestanden aan productiebedrijven, voor de uitwisseling van drukproeven en de cross platform uitwisseling van bestanden.

PDF-proef

een proef in de vorm van een digitaal bestand (PDF) die intern (aan collega’s) of extern (aan de klant) ter controle wordt aangeboden en doorgaans per e-mail wordt verzonden. Het kan een eerste opmaakproef zijn voor tekstcorrectie, maar ook een drukproef als laatste mogelijkheid van correctie vóór het drukken.

peel off inkt

speciale zeefdrukinkt voor het afdekken van reeds geprinte of in offset gedrukte gegevens, bijvoorbeeld creditcardgegevens, prijsloten. De afgedekte laag kan in één keer van het papier, karton of kunststof worden verwijderd, in tegenstelling tot scratch off inkt, die met een muntje of met de nagel kan worden weggekrast en waar een rommelig restant achterblijft op het drukwerk.

PEFC-papier

PEFC-keurmerk, garandeert dat papier met het keurmerk afkomstig is uit een duurzaam beheerd bos.

peperbus

een vorm van buitenreclame, een aanplakzuil in de stedelijke openbare ruimte voor het aanplakken van reclameposters, een bouwwerk van gietijzer, staal en beton. In Nederland is de peperbus vanaf de aanleg van het elektriciteitsnetwerk in 1900 gebouwd en in gebruik als transformatorhuisje. Eerdere peperbussen zijn vanaf 1840 gebouwd in Parijs. Vanaf 1950 worden transformatorhuisjes niet meer gebouwd als aanplakplaats maar als zelfstandig object en verdwijnen de peperbussen uit het stadsbeeld. In Amsterdam zijn peperbussen nog te vinden met hetzelfde uiterlijks als de stalen exemplaren, maar zijn in beton opgetrokken. In 2017 is op het Rokin in Amsterdam een peperbus geplaatst met een gasverdeelstation.

perfo-bind

brocheren, een garenloos bindtechniek voor boeken, waarbij de katernen worden voorzien van een perforatie in de rug waardoor de lijm tijdens het binden in de rug kan binnendringen en zorgt voor een zeer sterke hechting.

periodiek

tijdschrift of magazine (Engels), een verzameling artikelen en advertenties, gebundeld in een gebrocheerde of digitale uitgave, met regelmatige verschijning.

perkament

schrijfmateriaal uit de Middeleeuwen, gemaakt van huiden van dieren - kalveren, koeien, geiten, schapen. De bereiding van perkament is zeer arbeidsintensief. De huid wordt langdurig gewassen, met de hand ontdaan van haren en vleesresten en aan twee zijden vlakgeschuurd. Voor de introductie van papier als schrijfmateriaal of drukmateriaal werden boeken met de hand op perkament geschreven of gekopieerd door monniken, of gedrukt. Schrijven gebeurde met de ganzenveer. Aan het eind van de Middeleeuwen - vanaf 1400 - werd perkament door lompenpapier verdrongen. Papier was goedkoper omdat het vooral sneller en in grotere hoeveelheden kon worden geproduceerd. Papier liet zich ook beter bedrukken; het ligt vlakker en heeft een betere inktopname dan perkament. 

persbericht

een tekstbericht dat door een persoon, bedrijf of organisatie wordt aangeboden aan de pers, de nieuwsmedia - krant, tijdschrift, website - met de bedoeling dat het bericht geplaatst wordt in dat medium, waardoor de lezers worden geïnformeerd over het nieuwsfeit. Een geplaatst persbericht is een vorm van free publicity en valt onder de verantwoordelijkheid van het nieuwsmedium. Strikt genomen is een persbericht een schriftelijk nieuwsfeit - overigens wel vaak voorzien van beeld - dat door de afzender wordt aangeboden aan een journalist. Deze zal het persbericht overnemen of eventueel bewerken voor publicatie als het enige nieuwswaarde bevat.

perscorrectie

correctie op de drukpers, het aanbrengen van een wijziging in het zetsel tijdens het drukproces, zelfs als inmiddels een deel van de oplage is gedraaid. Ten tijde van de hoogdruk was het mogelijk om tijdens het drukken van de oplage de pers stil te zetten en de hoogdrukvorm - die bestond uit losse delen, zoals handzetsel, machinezetsel, clichés, ornamenten, lijnen en wit - los te maken door de sluitstukken, tussen het metalen raam waarin de drukvorm was opgesloten en de drukvorm, los te draaien waardoor er ruimte vrij kwam om letters of regels uit te nemen en daarmee veranderingen aan te brengen. Dat kon gaan om zetfouten die tijdens het drukken door de drukker op het drukvel werden aangetroffen of door beschadigingen die tijdens het reinigen van de drukvorm konden ontstaan. De eerder bedrukte vellen werden afhankelijk van de ernst van de drukfout niet altijd vernietigd.

persformaat

maximaal te verwerken papierformaat op een bepaalde drukpers.

persing

een vorm van nabewerking bij de papierfabricage. Direct nadat het papier de papiermachine heeft verlaten kan met een metalen cilinder en grote druk in het papier een motief worden geperst. Bijvoorbeeld een leerpersing, korrelpersing of linnenpersing. Een persing geeft papier een bepaald luxe effect.

personeelsadvertenties

een betaalde ruimte van een bepaalde gestandaardiseerde grootte - vaste kolombreedte, variabele mm-hoogte - in een vaak gedrukte publicatie - bijvoorbeeld een krant, tijdschrift, vakblad - die bedoeld is de lezer van de uitgave te informeren, te overtuigen en aan te zetten tot het solliciteren op een vacature of die anderen informeert over of aanzet tot solliciteren. De personeelsadvertentie bevat niet altijd een uitgebreide omschrijving van de openstaande vacature, maar vaak slechts een oproep om een website te bezoeken waar alle relevante informatie is te vinden. De opzet van de personeelsadvertentie is vaak zodanig dat deze zich op een positief enthousiaste manier onderscheidt van de aangrenzende advertentie, die van de concurrentie, door doorslaggevende argumenten te geven die de sollicitant aanzetten tot actie, of door de advertentie in een opmerkelijke uitstraling uit te voeren die prikkelend werkt en het adverterende bedrijf op een positieve manier belicht. Is de advertentie te overmoedig uitgemonsterd en komt de belofte die wordt opgevoerd niet overeen met wat van het bedrijf verwacht kan worden, dan is het risico dat de potentiële sollicitant afhaakt.  

personeelsblad

periodiek, tijdschrift of magazine, een regelmatig te verschijnen gedrukte of digitale uitgave, een gebundelde verzameling artikelen - interviews, foto’s, columns - geschreven, vormgegeven, gedrukt en verspreid door een organisatie, bedrijf of instelling om onder eigen regie de interne doelgroep - medewerkers - te informeren, met als doel het motiveren en versterken van de interne binding, de teamgeest en van de band tussen het merk, de organisatie en de mensen, om uiteindelijk te komen tot een optimale medewerkersrelatie die de inzetwaarde van mensen vergroot. Het personeelsblad is ook een informatiemedium, het communiceren van het beleid naar de werknemers en het opzetten van een interactieve uitwisseling van standpunten. Eenvoudige, gedrukte personeelsbladen hebben een omvang van minimaal acht pagina’s A4; het meest efficiënte formaat op een drukpers, en zijn geniet gebrocheerd. Er zijn ook omvangrijkere uitgaven, als magazine, sterk vormgegeven en ondersteund met hoogwaardige fotografie.

persproef

een op een drukpers vervaardigde afdruk vóór het drukken van de oplage en uitsluitend bedoeld voor kleurcontrole en kleurbijstelling. Zetcorrecties kunnen niet worden aangebracht.

persvergulden

foliedrukken, een decoratietechniek die in de boekbinderij wordt toegepast bij boeken, het handmatig of met behulp van een verguldpers aanbrengen van goudstempels - decoraties, lijnen, vignetten, ornamenten - met bladgoud of goudfolie op een boekband van leer of linnen.

persvernis

in een extra drukgang met een drukpers aan te brengen vernislaag die een betrekkelijke bescherming en een matige glans geeft aan drukwerk.

Photoshop

Adobe Photoshop, een omvangrijk en professioneel beeldbewerkingsprogramma, in 1987 ontwikkeld - aanvankelijk voor Macintosh, later voor Windows - en drie jaar later door Adobe Systems in de markt gezet. Op dat moment kostte digitale retouchering op speciale high-end systemen, zoals de Hell, Scitex, Crossfield en Dainippon, ongeveer F 300 per uur voor enige basisretouchering. Photoshop is de standaard geworden in de grafische wereld; ’photoshoppen’ is een begrip en een werkwoord geworden. Het programma wordt gebruikt door reclamebureaus, ontwerpstudio’s, drukkerijen en uitgeverijen voor de bewerking van illustraties en foto’s als voorbereiding op de productie. Met Photoshop kunnen rasterbeelden worden bewerkt en samengebracht, kunnen bewerkingslagen worden toegevoegd met maskers, effecten en kunnen bestanden worden weggeschreven in meerdere kleursystemen zoals RGB, CMYK, PMS, duotone. Photoshop biedt veel ondersteuning bij het importeren van uiteenlopende grafische bestandsformaten, maar gebruikt ook zijn eigen PSD-bestandsformaat. Naast uitgebreide functies en tools voor pixelbestanden, heeft het beperkte mogelijkheden om tekst, vectorafbeeldingen, 3D-graphics en video te bewerken. Naast Photoshop ontwikkelt Adobe ook de programma’s Photoshop Elements, Photoshop Lightroom, Photoshop Express en Photoshop Touch.

pica

picastelsel, twaalfdelig Amerikaans-Engelse typografisch maatsysteem. Tot 1886, toen besloten werd tot het American Point System, waren er in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten wel voorstellen gedaan voor standaardisering van het typografisch maatsysteem maar werd geen knoop doorgehakt. Het Picastelsel was een voorstel uit 1870 van Nelson Hawks met een benadering overeenkomstig het Didot-stelsel; 1/6 deel van een inch is een pica die verdeeld is in 12 punten. In 1886 werd tot standaardisatie besloten die verschilt van het idee van Hawks omdat 1 pica (4,216 mm) niet precies gelijk was aan 1/6 inch (4,233 mm). Uiteindelijk werd de standaardisatie gebaseerd op de zogenaamde Johnson Pica - vernoemd naar Lawrence Johnson van Binny & Ronaldson, een van de oudste lettergieterijen in de Verenigde Staten. Het Picastelsel werd gebruikt door de Monotype losse letterzetmachines, computerapparatuur, digitale printers en software: 1 pica = 1/6 inch = 4.233 mm, en 1 punt = 1/12 pica = 1/72 inch = 0,3527 mm.

picapunt

één twaalfde deel van een pica (1 picapunt = 0,3527 mm).

pictogram

kleine afbeelding of symbool, in plaats van tekst. 

pixel

picture element, de beeldpunt, het kleinste element in een afdruk of op een beeldscherm.

pikeren

een handeling door de boekdrukker aan de drukpers om de problemen van ongelijke drukspanning op te heffen. Daartoe plakt de drukker tussen de leggerbladen van de cilinder of degel extra papier op de posities van de donkere plaatsen van een cliché, om zodoende meer druk te geven en daarmee te voorkomen dat een tekort aan drukspanning opgelost wordt met extra veel inkt. De legger dient in de eerste plaats als een soort kussen tussen het loden zetsel en de metalen ondergrond van de degel of de cilinder om een te harde confrontatie en daardoor snelle slijtage van de letters te voorkomen. Daarnaast wordt de legger gebruikt om drukspanning te beïnvloeden. De lichte partijen van het rastercliché worden in de legger uitgesneden, zodat het raster op die plaatsen zo scherp en zo dun mogelijk wordt afgedrukt. De achterzijde van het bedrukte papier dient zo egaal mogelijk te zijn zonder de effecten van teveel drukspanning , dat ’de moet’ wordt genoemd.

piramidevouw

een vorm van afwerking van drukwerk die in de binderij wordt uitgevoerd, een parallelle zigzagvouw voor folders, waarbij het papier meerdere malen in tegenovergestelde richting wordt gevouwen - als een Z - en de pagina’s aan weerszijden aflopend van grootte zijn, zodat aan beide zijden een trap ontstaat, links én rechts. Een vouwwijze met een trap aan één zijde wordt trapvouw genoemd. De piramidevouw wordt gebruikt voor bijvoorbeeld reclamedrukwerk. 

plaatdruk

een diepdrukprocédé dat wordt toegepast voor postzegels, waardepapieren en bankbiljetten, een techniek waarbij het te drukken beeld verdiept in een metalen drukplaat is aangebracht in de vorm van groeven die met inkt worden gevuld en waarbij het te bedrukken materiaal - papier - met grote kracht tegen de drukvorm wordt gebracht waardoor de inkt uit de groeven wordt getrokken en op het papier achterblijft. Plaatdruk onderscheidt zich van rotogravure - rasterdiepdruk - door de toepassing van zeer stroperige inkt waardoor het beeld als voelbare inktribbels achterblijft. Postzegels werden voorheen uitsluitend gedrukt in één kleur plaatdruk. Vanaf 1920 werden de eerste postzegels gedrukt in rasterdiepdruk en offset. Vanaf 1950 is plaatdruk vrijwel geheel vervangen door rasterdiepdruk.

plakletters

Letraset of Mecanorma, ook wel transferletters of afwrijfletters, wrijfletters, zelfklevende letters in drukwerkkwaliteit, aangebracht op een dragervel en met een kleine spatel over te brengen op papier voor het maken van werktekeningen voor de grafische industrie.

plakplaatsen

onverlichte plakplaatsen waar gemeenten het onbetaald wildplakken van posters voor - vaak lokaal-culturele - evenementen en optredens gedoogd. Tijdelijke plakplaatsen worden ook ingericht vanwege lokale en landelijke verkiezingen voor posters van politieke partijen. De gemeenten dragen de kosten van het opzetten en verwijderen van deze plakplaatsen. Voor het adverteren met posters op deze locaties wordt door de gemeenten geen vergoeding gevraagd.

plakproef

handmatig (plakken, knippen) samengesteld papieren model als instructie aan de zetterij, het lithobedrijf of de drukker en bedoeld als referentiemodel bij het vervaardigen van de drukvorm of bij de voorbereiding daarvan - de micromontage van films van de pagina’s. De elementen waaruit de plakproef is samengesteld zijn in een eerdere fase al op juistheid gecontroleerd. De tekst is bijvoorbeeld in de strokenproef op tikfouten gecontroleerd en gecorrigeerd. De plakproef is bedoeld als werkvoorbeeld dat door een micromonteur als instructie wordt gebruikt voor de micromontage van pagina’s van bijvoorbeeld een tijdschrift, krant, boek, jaarverslag of brochure. Een plakproef wordt door de ontwerper of layoutman m/v vervaardigd op stramienvellen (een grid van pagina-indeling), uit een exemplaar van de strokenproef (zetwerk) en proeven, kopieën of prints van originelen of gereproduceerde afbeeldingen. Plakproeven worden gemaakt als de vervaardiging van de drukvorm vanwege de omvang of complexiteit is uitbesteed aan een grafisch technisch bedrijf, maar de indeling door een vormgever wordt bepaald. 

plano papier

ongevouwen papier, drukwerk.

plastic-vernis

een in de nabewerkingsfase aangebrachte sterke glanslaag.

platte tekst

platzetsel, grotere hoeveelheden algemene leestekst, ook vaak in kolommen.

plotter

randapparatuur voor computers, computergestuurde snij- en tekenmachines. 

plukken

een ongewenst verschijnsel op een drukpers, waarbij delen uit het drukpapier loslaten en op de drukvorm achterblijven. 

pocket

pocketboek, een klein, handzaam, compact, goedkoop geproduceerd boek op zakformaat (pocket), garenloos of genaaid gebrocheerd met een slappe kaft.

point of sale

POS, de plek in de winkel waar de verkoop plaatsvindt. Hier wordt niet de hele winkel bedoeld, maar de ruimte rond de kassa, waar wordt afgerekend. Specifiek gaat het om de toonbank met computer en software, de scanner, bonnenprinter en de pinapparaat.

point of sale materiaal, POS

POS-materiaal, objecten en materialen die de verkoop van consumentenproducten op de winkelvloer ondersteunen, zoals toonbankdisplays, folderhouders, tafelstaanders, vloerdisplays, vloerstickers, raamstickers, plafondkaarten en schapkaarten. Narrow casting is ook een digitale vorm van POS-materiaal en biedt naast bewegend beeld ook geluid. 

positionering

een belangrijk marketinginstrument en betreft alle activiteiten die men onderneemt om een merk, een product, dienst, idee, beweging of organisatie een onderscheidende plaats te geven in het brein van personen binnen de doelgroep, in het hoofd van de klant, en dan met name de positie die wordt ingenomen ten opzichte van de concurrent. Het innemen van een breinpositie is een merkbelofte: wat heb je te bieden, wat maakt jou bijzonder? Het doel van positioneren is een beeld, een imago te creëren dat is gebaseerd op een aannemelijk voordeel ten opzichte van de concurrent. Een heldere positie in het krachtenveld, in de markt, helpt een bedrijf zich van de concurrent te onderscheiden. Een positie moet uiteraard niet alleen passen bij het merk, maar ook bij de branche, bij de cultuur, bij de markt en bij de klanten. Zelfs bij de concurrenten, waarbij de positie een geloofwaardige plek moet zijn op begrijpelijke en aannemelijke afstand. Is de positie ten opzichte van de concurrent duidelijk, onderscheidend en geloofwaardig, dan is die betekenis, de meerwaarde, de herkenbaarheid, de identiteit voor de consument helder te communiceren en krijgt de stijl, de huisstijl vorm.

poster

affiche, aanplakbiljet, een communicatiemiddel, gedrukt op papier en groter dan A3 dat opgehangen wordt op muren en ruiten en dat wordt gebruikt voor het bekendmaken van een boodschap, een oproep of aanbieding. Het formaat is groter dan A3 (29,7 x 42 cm) en maximaal A0 (84 x 118,9 cm).

PostScript

een programmeertaal die in 1985 door Adobe Systems is geïntroduceerd. De taal brengt een revolutie in de printindustrie op gang en is nog steeds de standaard in wereldwijde printing- en imaging-technologie, waarmee alle digitale documenten - tekst, grafieken, afbeeldingen, kleuren - in zeer hoge kwaliteit vanaf ieder computerplatform met elke vorm van randapparatuur communiceert.

postfullfilment

het handmatig of machinaal verpakken van poststukken: vouwen, couverteren of sealen, kokers en ringbanden vullen.

PPI

pixels per inch, aantal beeldpunten per inch (2,54 cm) waarmee de resolutie van een beeldscherm (72 PPI) wordt aangegeven. Niet te verwarren met DPI, dots per inch, de opbouw voor printers, drukwerk en foto’s.

pregen

prägen, preegdruk, reliëfdruk, verzamelnaam voor blinddruk in hoogdruktechniek, met en zonder drukinkt of folie, waarbij de metalen drukvorm in het papier, het karton of in een linnen boekband wordt geperst en een verhoogd of verdiept beeld ontstaat. Een diepliggende preeg wordt debossing genoemd, een hoogliggende preeg wordt embossing genoemd.

prepress

strikt genomen betreft het de drukwerkvoorbereiding, alles wat binnen een drukkerij of printbedrijf aan de productie vooraf gaat. Onder prepress wordt ook verstaan de voorbereiding van documenten die uitsluitend bedoeld zijn voor digitale uitwisseling (ondere andere PDF). Prepress is de handmatige of geautomatiseerde fotografische, elektronische of digitale voorbereiding van de document- en drukvorm met behulp van kopij, beeldmateriaal en een ontwerp. Het betreft alle voorbereidende handelingen en controlewerkzaamheden in de lithografie of drukkerij om tot een technisch correcte set kleurgescheiden films of om tot een drukgereed digitaal bestand te komen. Daaronder vallen onder andere kopijvoorbereiding en het maken van zetwerk, layout en DTP, het maken van kleurscheidingen en kleuropbouw, scannen, croppen en kleurcorrectie van afbeeldingen, positioneren van beelden, maken van kleurproeven, uitvoeren van correctiewerk, berekenen van plano drukmodellen, opzetten van het vouw- en inslagschema, aanmaken van het drukbestand met afloop, snijtekens, paskruisen, en het gereedzetten in de workflow voor de drukpers. Prepress werkzaamheden worden uitgevoerd door grafisch specialisten met kennis van automatisering, color management, kwaliteitsbewaking, densitometrie, workflow en operating.

presentatie

een bijeenkomst waarbij een presentator de intentie heeft middels een voorstelling - de presentatie - een boodschap over te brengen naar één of meer kijkers/luisteraars. Een presentatie vindt plaats middels gesproken taal, beelden, symbolen, geluiden, waarbij mensen zich bewust zijn van de aanwezigheid van het aangebodene - de boodschap, zoals gedachten, ervaringen en opvattingen - en dat kunnen verstaan, begrijpen, interpreteren en daarop kunnen reageren, zodat interactie ontstaat. De presentator zijn een of meerdere personen. De presentatie die de presentator ondersteunt - niet vervangt - is een bewust opgesteld aanbod en samengevat in een presentatiemodel - bijvoorbeeld een pdf, Prezi, Powerpoint of losse sheets.

primaire kleuren

basiskleuren waarmee in theorie elke kleur is samen te stellen. Bij full color drukwerk (FC) zijn er drie primaire basiskleuren en zwart: cyaan (blauw), magenta (rood), yellow (geel) en black (zwart, key) de sleutelkleur die het contrast verhoogt, bij elkaar vier kleuren: CMYK (wordt uitgesproken als vier losse letters in het Engels, of gewoon als ’smijk’). Dit systeem heet subtractief; de primaire kleuren leveren met elkaar gemengd een donkergrijze tint op. Om in drukwerk diep zwart te bereiken - voor de zware partijen en voor de doortekening  - wordt een aparte drukgang zwart toegevoegd. Bij het mengen van licht zijn rood, groen en blauw (RGB) de primaire basiskleuren. Dit systeem heet additief; worden de drie primaire bij elkaar gemengd - zoals bij monitoren - dan leveren die wit op.

proef

een digitaal (pdf-proef) of papieren model van drukwerk zoals dat er uiteindelijk zal gaan uitzien na het drukproces, bijvoorbeeld van een visitekaartje, advertentie, tijdschrift of poster. Een proef is bedoeld voor interne controle - ter controle van de eigen productieafdeling van een grafisch bedrijf - of externe controle - ter controle van het eindresultaat door de opdrachtgever. Er zijn verschillende vormen van proeven, voor elk van de verschillende stadia in de voorbereiding van drukwerk. Met een strokenproef kan het zetwerk - de tekst - worden gecontroleerd op typefouten. Met een plakproef wordt de pagina-indeling gecontroleerd. Met een opmaakproef wordt de positie van de verschillende typografische elementen op de pagina gecontroleerd. Met een kleurproef wordt de kleurweergave van illustratie gecontroleerd. Met een drukproef wordt het gehele eindresultaat gecontroleerd. Een persproef is een afdruk van de uiteindelijke drukvorm in de juiste druktechniek, vervaardigd op een proefpers. Een oplageproef is een afdruk die tijdens het drukken uit de oplage wordt gehaald, bedoeld ter controle van het drukproces.

proefpers

een eenvoudige drukpers - boekdrukpers - voor het handmatig vervaardigen van drukproeven van hoogdrukzetsel - letters, lijnen, clichés - maar ook offsetplaten, op proefpapier of oplagepapier. Ook wordt een proefpers gebruikt voor het maken van afdrukken van hoogdrukzetsel of clichés op barietpapier - zogenaamde scherpe afdrukken - voor montage in werktekeningen - opzichtmodellen.

professionele presentatie

een communicatiemiddel, drager van een communicatieboodschap, die in een bepaalde vorm is gegoten en die door een spreker of presentator wordt voorgedragen aan een publiek, een groep of een team. Een presentatie wordt technisch ondersteunt door een PowerPoint, Prezi, in een off line vorm, bijvoorbeeld een PDF-formaat, of een online presentatietool (Google Presentaties, Google Docs, SlideDog en Keynote) en waarvan de vormgeving aansluit bij de huisstijl en uitstraling van organisatie. Primair draait het bij een professionele presentatie om de boodschap die wordt gecommuniceerd: wat is die ene regel die de afzender - het bedrijf, de presentator - in het hoofd van de aanwezigen - de doelgroep - wil achterlaten. Naast de boodschap is de vorm zeker ook relevant; niet alleen omdat elk zichzelf respecterende organisatie zich een ondermaatse presentatie niet kan veroorloven, maar vooral omdat een professionele vormgeving die aansluit bij de huisstijl of bij de projectstijl de boodschap en de herinnering eraan nadrukkelijk versterkt. Daarnaast is ook de techniek belangrijk: hoe kan de technische uitvoering zó ondergeschikt worden gemaakt aan de boodschap dat de professionele presentatie feilloos verloopt en primair de aandacht uitgaat naar het verhaal dat als drager dient voor de boodschap.

proportioneel schrift

lettertype waarbij de tekens en spaties allemaal verschillend van breedte zijn: de i staat op een smallere breedte dan de M en de komma (,) is smaller dan het &-teken. Daardoor ontstaat een gelijkmatig, regelmatig letterbeeld dat er mooi uit ziet en prettiger leest. Cijfers zijn niet altijd proportioneel. Mediaevalcijfers zijn wel proportioneel, maar tabelcijfers hebben een vaste breedte. Daardoor zijn ze zeer geschikt voor het opmaken van tabellen en cijferkolommen, bijvoorbeeld in jaarverslagen waarbij de cijfers netjes onder elkaar moeten staan. Mediaevalcijfers hebben de voorkeur voor het gebruik in platte tekst; ze hebben een wisselende breedte en hoogte waardoor ze mooi passen in het ritme van het letterbeeld en daardoor prettiger lezen. Het tegenovergestelde van een proportioneel is een non-proportioneel schrift of monospace, waarbij alle tekens even breed zijn en gecentreerd worden op een vaste ruimte. Een verschijnsel uit het tijdperk van de typemachine, waarbij het horizontale transport in de regel voor elke aanslag even groot moest zijn. Het gevolg is dat de hoofdletter W evenveel ruimte inneemt als een komma (,), en een kleine letter l of een spatie evenveel horizontaal transport krijgt als een hoofdletter M die er dus nogal ingedrukt uit ziet. De Courier en Prestige Elite zijn non-proportionele lettertypen die op typemachine gebruikt werden.

PSD

PhotoShop Document, een bestandsformaat gemaakt met het programma Adobe Photoshop, waarin alle lagen, paden, transparanties enz. zijn behouden.

public relations

PR, een discipline binnen de communicatie, het bouwen van een publieke relatie, bouwen aan het imago in het publieke domein, middels strategie, persberichten en perscontacten, lobby, persrelaties, woordvoering.

publiciteit

een nogal ruime term voor alle verschijningsvormen waarmee een organisatie in de openbaarheid treedt, via de media (o.a. krant, radio, tv) of direct (open dagen, persconferenties, beurzen e.d.). Publiciteit kan in verschillende vormen plaatsvinden: van informatie tot reclame, van voorlichting tot direct marketing.

pull marketing

trekken, een marketingterm die betekent dat de klant rechtstreeks door de fabrikant wordt bewerkt en deze bij de detaillist om het product gaat vragen (trekken). Een voorbeeld hiervan is een reclame voor speelgoed rond kinderprogramma’s. Het tegenovergestelde is push marketing , het product het distributiekanaal induwen. 

pull technology

trekken, pull berichten, een techniek van netwerkcommunicatie waarbij de aanvraag voor gegevens afkomstig is van de klant die vervolgens door de server worden geleverd. Het tegenovergestelde is push technologie, waarbij de server ’automatisch’ gegevens naar klanten ’duwt’.

punt

een maat waarmee de grootte van letters wordt aangeduid. Voordat letters in puntgroottes werden vermeld hadden ze een eigen naam, zoals bijvoorbeeld Galjard (8 punt), Dessendiaan (10 punt), Augustijn (12 pt), Kleine Kanon (24 punt), Parijse Canon (36 punt) en Grote Missaal (60 punt). Een punt is ook een maataanduiding in het 12-delig typografisch stelsel, 1 punt is 1/12 deel van een augustijn = 0,376065 mm.

puntraster

een puntstructuur in gedrukte halftoonafbeeldingen (foto’s), noodzakelijk om kleuren en zacht verlopende tinten te drukken. Afhankelijk van de kwaliteit van het origineel of van de druktechniek (ondergrond) worden afbeeldingen in een fijn of grof puntraster gereproduceerd, waarbij een afbeelding met veel details gedrukt voor kunstdrukpapier in een fijn puntraster wordt gereproduceerd en een foto op krantenpapier in een grof raster. De fijnheid wordt aangeduid in een getal dat het aantal lijnen per centimeter aangeeft. Een laag getal is een grof raster (raster 24 l/cm voor krantenfoto’s), een hoog getal een fijn raster (raster 72 l/cm voor kunstreproducties).

puntverbreding

rasterpuntverbreding, puntgroei, punttoename, het verbreden van de rasterpunt. Een ongewenst technisch effect dat optreedt bij het drukken van bijvoorbeeld gerasterde foto’s en illustraties op ruwe ondergronden, ongecoat papier, zoals krantenpapier. Door de inkt die zeer dun is - en vaak ook van mindere kwaliteit - en het sterk zuigende papier verbreden de rasterpunten zich, raken de punten elkaar en loopt het raster en de afbeelding vol. Het effect is een vlekkerig beeld en verlies van scherpte en details. De puntverbreding kan bij krantenpapier wel 30% zijn, op machinecoated papier 5%. Het verschijnsel van puntverbreding doet zich ook voor bij betere papier- en inktsoorten, maar waarbij de afstemming tussen de druktechniek, het juiste raster en het juiste papier niet goed is verlopen.

puntverlies

een ongewenst verschijnsel in de lithografie en tijdens het offset drukproces, het verkleinen van de rasterpunt waardoor beeldverlies optreedt. Puntverlies kan allerlei oorzaken hebben, zoals slijtage van de offsetplaat, onjuiste plaatkopie, verkeerd lithografisch proces enzovoorts. Het verschijnsel van puntverlies doet zich ook voor als de afstemming tussen de druktechniek, het juiste raster en het juiste papier niet goed is verlopen. Als sprake is van een te fijn raster in relatie tot het materiaal of het drukproces verliest de rasterpunt haar grootte en leidt dat tot beeldverlies.

push marketing

duwen, een marketingterm die betekent dat een product de klant wordt aangepraat en door de fabrikant het distributiekanaal wordt ingeduwd. Er wordt gewerkt met aanbodgedreven verkooptechnieken, door tijdelijke aanbiedingen, kortingen, een verkoopteam op de detaillist. Het tegenovergestelde is pull marketing, de vraag aan de kant van de klant creëren.

push technology

duwen, push berichten, techniek van netwerkcommunicatie waarbij informatie automatisch wordt verstuurd (geduwd) en waar de afnemer niet direct om heeft gevraagd, maar wel met toezending heeft ingestemd vanwege eerder opgegeven voorkeuren, interesses en bronnen. Bijvoorbeeld koersinformatie, nieuwsberichten.

 

start a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

Een leuke vraag en geen antwoord gevonden? Of mist u een woord? Mail HSTotaal: mail@hstotaal.nl.

Geen antwoord gevonden of mist u een woord? Mail HSTotaal: mail@hstotaal.nl.