Communicatievraag met een K? Raadpleeg de HSTotaal-woordenlijst!

start a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

 

HSTotaal woordenlijst:
van kaallopen tot kwadraatje.

Verklaringen van communicatiebegrippen, design dialect, reclametaal, ontwerpwoorden, vormgeversjargon, typografische vaktaal, dtp-kreten, grafische uitdrukkingen, drukkerslatijn, papiertermen en van enige creatieve wartaal.

 

k

kaallopen

een drukfout, een ongewenst verschijnsel op een offsetpers dat kan leiden tot het afkeuren van drukwerk door de opdrachtgever. Kaallopen is een verschijnsel waarbij de drukkende delen van een offsetplaat slijten en de afdruk in kracht ernstig afneemt. Het wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld het drukken met te veel spanning, door vervuiling van de pers of door verkeerd vochtwater. Blindlopen is iets anders dan kaallopen; het is een verschijnsel waarbij de drukkende delen op de offsetplaat vochtgevoelig worden en geen inkt meer aannemen.

kabinet-enveloppe

EA5/6, enveloppe voor verzending van 1/3 A4 (99 x 210 mm) met sluiting aan de lange zijde, met en zonder venster.

kalender

een systeem om de tijd in te delen en af te lezen. De kalendertijd is opgedeeld in jaren, met 12 maanden, 52 weken, 365 dagen en 24 uren en heeft in gedrukte vorm - ook digitaal - doorgaans een omvang van een jaar - januari-december. Schooljaren liggen anders, die worden gerekend vanaf de helft van het jaar, het begin van het schooljaar, juli -juli. Het jaar is ook verdeeld in seizoenen, lente, zomer, herfst en winter. Gedrukte kalenders zijn er in vele uitvoeringen: verjaardagskalender, jaarkalender, jaarplanner, maandkalender, bureaukalender, scheurkalender, uitgevoerd met tekeningen, foto’s of geheel typografisch.

kamperforatie

perforeren, perforatie met een perforatiekam, het met een vlak of roterend mes aanbrengen van een rij aaneengesloten kleine open gaatjes in (bedrukt) papier, drukwerk, waarbij een scheurlijn ontstaat, zodat makkelijk gescheurd kan worden zonder dat het papier verder beschadigt, bijvoorbeeld bij velletjes postzegels, entreekaartjes en kwitanties. De perforatie wordt aangebracht met holle pinnen waardoor een rond stukje uit het papier worden genomen. 

kapitaalbandje

boekbindersmateriaal, een stukje gekleurd stof, dat aan de boven- en onderkant van de boekband, tussen het boekblok en de rug van de band wordt bevestigd. Bij het handmatig boekbinden wordt het bandje gebruikt voor het afhechten van het bindgaren, bij machinaal binden is de functie slechts decoratief. Door het kapitaalbandje sluit het boekblok naadloos tegen de rug van de band. Het bandje is leverbaar in diverse kleuren.

kapitaal

andere naam voor hoofdletter. Ook wel ’bovenkast’ genoemd, de positie van de letter in de letterkast van de handzetter. In de ’onderkast’ liggen de kleine letters. 

kapitaalhoogte

aanduiding van de lettergrootte, gemeten aan de hoogtemaat van hoofdletters.

karton

zwaar papier vanaf 180 g/m2. Karton wordt geproduceerd op rollen en naderhand gesneden tot vellen. Karton bestaat net als papier uit vezels en wordt gemaakt van hout, stro en oud papier. Vouwkarton (dun karton) weegt tenminste 180 g/m2, dik karton maximaal 600 g/m2. Meer dan 600 g/m2 noemen we massiefkarton of grijsbord en wordt uitgedrukt in diktes (millimeters).

kartonneren

aanbrengen van speciale papiersoorten of zware kartonsoorten op voorplat en achterplat bij brochures en boeken, op de voor- en achterzijde van boekblokken of brochurekaternen, door middel van beplakken, opplakken, omplakken. Om het omslag vervolgens te stansen, foliedrukken, blinddrukken, zeefdrukken. Doorgaans wordt gekartonneerd met bordkarton, beplakt of met drukwerk.

kastfout

vanwege een distributiefout bevindt een letterstaafje of wit - spatie - zich in het verkeerde vakje in de letterkast. Zo leidt een distributiefout tot een kastfout waardoor een zetfout ontstaat, omdat de zetter blindelings de letters en spaties uit de letterkast grijpt en pas na het plaatsen van de letters in de zethaak de letters controleert op zetfouten.

katern

gevouwen vel van 8, 16 of 32 pagina’s (een veelvoud van vier). Meerdere katernen vormen een blok of boekblok waarvan een brochure met rechte rug of boek kan worden gevormd.

keramische transfer

een afbeeldingstechniek, een transfertechniek die wordt toegepast om duurzame, vaatwasbestendige logo’s en decoraties op porselein, aardewerk en glaswerk te maken. Hittebestendige transfervellen worden bedrukt met keramische inkt, aangebracht op het keramiek en vervolgens gedroogd, gelakt en ingebrand door het in een oven afhankelijk van het materiaal te bakken bij een temperatuur tussen de 500 tot 1300 graden, en af te lakken. Met keramische transfer komt de afbeelding krasvast en wasvast in het keramiek te zitten en niet erop.

keren

het drukvel roteren over de korte zijde (de y-as) zodat de vooraanleg behouden blijft; om het papier aan de andere kant te bedrukken. Andere manieren om het drukvel te roteren zijn stolpen en draaien.

kernen

het terugbrengen van de ruimte tussen afzonderlijke letters.

kernwaarden

het DNA van een organisatie, kernwaarden zeggen iets over de mentaliteit, zijn de drijfveren voor het gedrag en zijn de reden waarom het bedrijf op een bepaalde manier handelt, niet hoe en niet wat, maar waarom. Zijn de kernwaarden scherp in beeld, dan wordt ook duidelijk waar de organisatie en het organisatiemerk voor staat, waaruit weer volgt hoe ze omgaat met medewerkers, klanten en omgeving.  Kernwaarden zijn zowel fundament als inspiratiebron - de kapstok om de interne en externe communicatie aan op te hangen, geen loze beloften, maar waar maken wat je bent, of wat we zijn. Kernwaarden worden soms ook wel organisatiewaarden of merkwaarden genoemd, maar strikt genomen zijn dat andere waarden. Kernwaarden worden nog wel eens verward met basiswaarden, zoals eerlijkheid, klantvriendelijkheid, integriteit, betrouwbaarheid en professionaliteit. Dergelijke waarden horen aanwezig te zijn in élke organisatie en dragen niet bij aan het onderscheid. Bij kernwaarden gaat het doorgaans om hooguit drie tot vijf unieke, onderscheidende en bewijsbare begrippen. Van die begrippen wordt verlangd dat ze geloofwaardig zijn en inspireren, dat ze zijn te verklaren, te onthouden en na te volgen. Dat ze in de organisatie dagelijks worden bewezen, omdat 'we het zijn', omdat het zo is. Is ’ambitie’ een kernwaarde in de organisatie, dan zal er bewijs moeten zijn, dat dankzij deze waarde onderscheidende oplossingen ontstaan. Kernwaarden zijn geen beloften, ook geen goede bedoelingen en zeker niet te verwarren met visie, beleid of doelen; deze kunnen jaarlijks opnieuw worden ingevuld en bijgesteld. Kernwaarden niet, die zijn niet uitwisselbaar. Kernwaarden worden niet verzonnen door een reclamebureau of communicatiebureau, maar zijn reeds aanwezig in de organisatie en kunnen middels een methode worden vastgesteld. Ze zijn de optelsom van geschiedenis, cultuur, ervaringen, resultaten, aard van het werk en de omgeving van de organisatie. Een ziekenhuis draagt andere waarden aan dan een aannemer. Daardoor zijn de waarden niet eenvoudig te veranderen en vormen zij een vaste en blijvende waarde.

kernwaarden, organisatiewaarden en merkwaarden

de drie waarden waarop organisaties hun positionering en communicatie baseren. Kernwaarden jagen de organisatiewaarden aan, de organisatiewaarden geven de merkwaarden richting. Uiteindelijk geven alle waarden richting, betekenis en herkenning, geven antwoord op basale vragen; het waarom. Kernwaarden hebben een sterke interne reflex - dit is van ons, zit zijn we, zó zijn we. Kernwaarden zeggen iets over waarom de onderneming iets doet, niet over hóe ze het doet of wát ze doet. Kernwaarden worden vertaald naar positionering - hiér staan we - en naar de communicatie - zó gaan we om met medewerkers, klanten en relaties. Uiteindelijk maken medewerkers hun eigen uitwerking van deze waarden: wat is mijn verhaal, waarom ga ik zó met de situatie om, waarom lossen we dit zó op? Organisatiewaarden zijn op organisatieniveau genesteld: wat vormen wij met elkaar, waarom pakken wij bepaalde zaken wel en niet aan, wat is de waarde die wij met elkaar willen bereiken, wat vinden wij als organisatie waardevol, welke waarde voegen wij als organisatie toe aan de samenleving? Ook deze waarden inspireren tot handelen, zoals de aanpak in de communicatie, het ontwikkelen van strategie, van visie en missie. Merkwaarden zijn waarden die worden toegeschreven aan een merk, door de onderneming maar zeker ook de klanten en gebruikers. Merkwaarden zijn dus bij voorkeur niet alleen de gewenste waarden zoals een organisatie die graag toekent aan het merk, maar het is ook de betekenis die anderen aan het merk geven. Merkwaarden, die worden aangejaagd door de organisatiewaarden, vormen het fundament onder het merk. Merkwaarden beschrijven het karakter van het merk, bepalen wat je met het merk kunt ondernemen, geven vorm aan het merkgedrag, inspireren de creativiteit en de merkcommunicatie en helpen het merk vorm te geven. Het geeft het merk herkenbaarheid en een onderscheidende positie in de markt. Deze drie waarden vormen het fundament onder het ondernemingsgedrag, ze zorgen voor verbinding tussen het merk en de omgeving - klanten, gebruikers, samenleving - en zijn inspiratiebron voor communicatie en design. De belangrijkste pijler onder dat fundament is de geloofwaardigheid; deze geloofwaardigheid is het groots als de waarden niet door een extern bureau of door de directie zijn vastgesteld, maar als deze door de organisatie van binnenuit bijeen zijn gebracht.

kerstkaart

een vorm van een wenskaart, een papieren of kartonnen poststuk - tegenwoordig ook als digitaal stuk per e-mail, ter grootte van het A5-formaat of kleiner, waarmee een kerstgroet of kerstwens wordt gezonden aan de geadresseerde. Andere vormen van wenskaarten zijn bijvoorbeeld de bedankkaart, beterschapskaart, geboortekaart, verjaardagskaart, huwelijkskaart en de valentijnskaart. Een ansichtkaart is een kaart met een afbeelding van de vakantielocatie en waarmee de vakantieganger de thuisblijver - de geadresseerde - laat delen in het vakantiegeluk.

kippenleer

een twijfelachtige kwaliteit veredelingstechniek, denigrerende aanduiding van goedkoop kunstleer dat wordt gebruikt bij bijvoorbeeld het lamineren van luxe brochures of wat gebruikt wordt als omslagmateriaal voor goedkope agenda’s.

kleinkapitalen

hoofdletters die in een kleinere grootte gezet zijn dan de gewone kapitalen van het betreffende lettertype. De grootte van kleinkapitalen is gelijk aan de x-hoogte van het corps. Kleinkapitalen zijn geen kleine kapitalen en geen klein gemaakte kapitalen - wat Bill Gates in Microsoft Word wél doet, we noemen dat mollen - maar zijn speciaal ontworpen letters met een iets grotere breedte en dikkere stokken. Kleinkapitalen worden in lopende tekst gebruikt om woorden kapitaal te kunnen zetten, zonder dat ze door hun grootte typografisch uit de toon vallen.

klein-offset

eenvoudige, snelle druktechniek met kleine compacte offsetpersen, voor kleine formaten, maximaal A3 (42 x 29,7 cm) en kleine oplagen. Klein-offset wordt steeds meer overgenomen door de steeds verder ontwikkelde digitale druk- en kopietechnieken.

kleurbalans

verhouding tussen de kleuren van een afbeelding. Bij een goede kleurbalans komen de kleuren bij reproductie overeen met het origineel en zullen de grijstinten van het origineel weer als neutrale grijstinten worden weergegeven. 

kleurbeheer

een methode om bestanden (de input van opmaaksystemen, dtp-systemen, camera’s, scanners) en de output (beeldschermen, digitale printers, drukpersen) met verschillende technologieën te laten overeenkomen, zowel digitaal, lithografie, fysieke dragers als web. Het licht- en kleurbereik van onze ogen zijn het meest omvangrijk; wij kunnen het scherpste zonlicht naast de onverlichte schaduw min of meer naast elkaar onderscheiden en weergeven. Digitale camera’s, scanners, monitoren en printers zijn veel beperkter in de mogelijkheid kleuren en helderheid weer te geven. Die beperking wordt veroorzaakt vanwege de software en de technologie die door verschillende fabrikanten wordt ontwikkeld, in verschillende kwaliteiten en prijsklassen. Digitale apparatuur heeft daardoor een enorm verschillend kleurbereik en kleuromvang. De kleuren veranderen ten opzichte van het origineel als de afbeelding wordt overgezet van bijvoorbeeld de camera naar de monitor en vervolgens naar de printer. Deze verwijdering - het generatieverschil - treedt op omdat de kleuromvang van elk apparaat verschilt en daardoor niet in staat is de kleuren op dezelfde wijze te tonen. De oplossing is softwarematig kleurbeheer die de bestandskleuren omzet, zodat elk apparaat deze op min of meer dezelfde manier weergeeft. Kleuren kunnen niet allemaal precies overeen komen, omdat een goede printercartridge altijd nog minder kleuren kent dan de monitor kan weergeven, en een scanner een groter bereik heeft dan welke topmonitor dan ook. Voor de communicatie tussen enerzijds grafische bestanden en anderzijds outputapparatuur worden ICC-kleurprofielen toegepast, software die kleur apparaatafhankelijk beschrijft en ervoor zorgt dat de weergave van de kleuren op verschillende apparatuur er - binnen bepaalde normen - vergelijkbaar uitziet. Een ICC-profiel is een vertaalprogramma - een bestandsformaat waarin beschreven wordt welke kleuren een invoerapparaat begrijpt en hoe de outputapparatuur de kleur het best kan uitspreken, kan tonen. Deze profielen zijn dus apparaatonafhankelijk, fabrikantonafhankelijk en materiaalonafhankelijk. Voor elke scanner, monitor, printer, inkt en materiaal zal een specifiek profiel worden ingesteld om het productieproces te optimaliseren en het maximale resultaat uit het originele bestand te halen.

kleurcorrectie

aanpassingen in de kleur van een reproductie - een litho, een drukvorm - een cliché, of een digitaal bestand, ter correctie van tekortkomingen tijdens het reproductieproces op de camera of in de scanner en om ongewenste karakteristieken van de afdrukapparatuur te corrigeren.

kleurendrukcliché

kleurencliché, een dunne metaalplaat - zink, met een verhoogd drukbeeld, die gebruikt wordt bij hoogdruk om afbeeldingen in kleuren te drukken. Voor elke kleur is een apart kleurendrukcliché nodig. Een lijncliché voor afbeeldingen zónder halftonen en een rastercliché voor afbeeldingen mét halftonen. Bij vierkleurendruk - CMYK, cyaan, magenta, yellow en zwart kleurenfoto’s te drukken - worden afzonderlijke clichés gebruikt die heel precies op elkaar passen. Clichés voor kleurenafbeeldingen worden gerasterd - opgebouwd in heel kleine puntjes in een regelmatig patroon - om kleuren te mengen, om alle kleurcombinaties mogelijk te maken, om halftonen en om verlopende tinten te drukken. Rasters staan onder een hoek - elke kleur heeft een eigen stand, een rasterstand - om te voorkomen dat de vier kleuren óp elkaar in plaats van naast elkaar worden gedrukt. De vier naast elkaar gedrukte kleuren zullen zich voor het ook mengen tot één nieuwe kleur. Een cliché is in spiegelbeeld, met behulp van een negatieve film die op de zinkplaat is belicht waaruit vervolgens de onbelichte delen worden weggeëtst.

kleurgescheiden films

resultaat van het lithoproces, afzonderlijke films - voor elke kleur een aparte onleesbaar positieve film - die bij offsetdruk op een offsetplaat worden gekopieerd en in de juiste kleur worden afgedrukt. Bij vierkleuren drukwerk wordt kleur voor kleur gedrukt, de eerste kleur gevolgd door de volgende plaat met een andere kleur. Bij vierkleurendruk (CMYK, gedrukt in blauw, rood, geel en zwart) worden op die manier kleurenfoto’s gedrukt.

kleurkracht

een term die iets zegt over de hoeveelheid effectieve kleur in drukinkt of verf. Drukinkt met een hoge kleurkracht kan in een dunnere laag worden aangebracht waardoor uiteindelijk meer vellen bedrukt kunnen worden met een kleinere hoeveelheid inkt. 

kleur op snee

edge painting, een veredelingstechniek in de boekbinderij, een methode om ná het drukken ook de zijkanten van het papier te kleuren waarbij de inkt niet in het papier trekt maar op de zijkant blijft liggen. Het effect is het grootst bij de dikkere papiersoorten, vanaf 300 g/m2, en bij papier op een stapel, zoals bij schrijfblokjes of boeken. Naast zwart en goud is elke PMS-kleur mogelijk.

kleurproef

papieren of digitaal beoordelingsmodel van de kleuren van nog te produceren drukwerk - doorgaans ter beoordeling van kleurenfoto’s. Het moment van de proef is een beoordelingsmoment in de prepressfase (drukwerkvoorbereiding), het is een simulatie van kleuren en maakt eventuele afwijkingen ten opzichte van het origineel of van het beoogde resultaat zichtbaar. Een proef uitbrengen gebeurt ook vaak middels een digitaal bestand dat op beeldscherm (uitgaand licht) wordt beoordeeld, maar dan vindt beoordeling plaats in een volstrekt onvergelijkbare omstandigheid dan de situatie waarin de uiteindelijke gebruiker van het drukwerk - de lezer - zich bevindt; die leest inkt op papier onder - wellicht - de schemerlamp. De kleurproef is bedoeld als visueel controlemiddel in een fase van de lithografie waarin (nog) wijzigingen kunnen worden aangebracht. Een kleurproef is niet bedoeld om vormgeving ter discussie te stellen, maar een tikfout in de tekst kan nog heel goed gecorrigeerd worden. Drukproeven simuleren het eindresultaat en kennen daardoor altijd een afwijking ten opzichte van het origineel. Dat verschil is overzichtelijk en is in gecertificeerde drukwerkprocessen in kaart gebracht en beheersbaar gemaakt Kleurproeven werden voorheen gemaakt op offset proefpersen op het juiste papier, met het juiste raster. Deze ultieme maar ook uiterst kostbare proeftechniek is niet meer in te passen in het patroon van korte omlooptijden, lage kosten en complete digitalisering waarop het succes van de moderne drukkerij drijft en wordt om die reden in hoge uitzondering gekozen, bijvoorbeeld bij uiterst kritisch kleurendrukwerk zoals bijvoorbeeld bij mode, luxe auto’s en horloges, voedsel. 

kleurprofielen

ICC-kleurprofielen (International Color Consortium), software die kleur apparaatafhankelijk beschrijft en zorgt voor de communicatie tussen enerzijds grafische bestanden (digitale camera, scanner, DTP-programma’s , tekenprogramma’s) en anderzijds outputapparatuur (beeldscherm of monitor, printer, drukpers), waardoor de weergave van gespecificeerde kleuren op verschillende apparatuur er binnen bepaalde normen hetzelfde uitziet. Productiebedrijven vragen afhankelijk van materiaal en techniek om een specifiek profiel (bijvoorbeeld CMYK kleurprofiel ’Europe ISO Coated FOGRA39’), zodat er heldere communicatie is over de technische haalbaarheid van een bepaald bestand op een bepaalde productiemachine. 

kleurscheiding

een fotografisch proces in de kleurenlithografie, waarbij originelen via filtertechnieken gescheiden worden in drie primaire kleuren blauw, rood en geel (cyaan, magenta, yellow) en zwart, voor de afzonderlijke drukgangen bij vierkleuren drukwerk in offset of diepdruk. 

kleurtint

een menging van een basiskleur (primaire kleur, de secundaire kleur of tertiaire kleur) met zwart (schaduwkleur), wit (pastel) of grijs (vergrijsde kleur).

kleurtoon

de visuele indruk die de naam van de kleur bepaalt, bijvoorbeeld rood, groen, blauw. Hier worden bedoeld de primaire kleuren, de secundaire kleuren en de tertiaire kleuren, zonder zwart, grijs of wit bij te mengen. 

kleurverdeling

een verschijnsel in de drukkerij, wanneer elk vel in de gedrukte oplage van evenveel inkt is voorzien en op elk vel de inkt gelijkmatig is aangebracht. Dan wordt gesproken van een goede kleurverdeling.

kleurverzadiging

een term bij kleurbeoordeling die iets zegt over de zuiverheid van de kleur.

kleurzweem

een ongewenst verschijnsel bij de fotografie, de reproductie, de lithografie of bij het drukken van kleurafbeeldingen. De kleurzweem betreft de overheersende kleur in afbeeldingen bij een verstoorde kleurbalans. Bijvoorbeeld een roodzweem. 

kneep

het scharnierpunt in de boekband van een gebonden boek met een harde kaft, het punt waar het voorplat draait bij het openen van het boek. Ook de achterzijde - het achterplat - is voorzien van een kneep.

knikweerstand

de mate waarin een rubberdoek op de rubbercilinder van een offsetpers herstelt na indrukking tijdens een persgang.

koeken

vervuiling van de offsetpers, ophopen van inktdeeltjes op de offsetplaat, de drukrol of het rubberdoek, dat wordt veroorzaakt door een ongewenst verschijnsel van de inkt waarbij het bindmiddel het pigment in het inktmengsel niet meer vast kan houden.

koelkast inkt

speciaal soort zeefdrukinkt, waarvan het drukwerk pas zichtbaar wordt beneden een bepaalde temperatuur. Wordt toegepast bij reclameacties en in de verpakkingsindustrie. Bijvoorbeeld bij etiketten voor frisdranken, waarvan een afbeelding op het etiket zichtbaar wordt als de drank voldoende is gekoeld.

Koenig & Bauer

KBA, ontwikkelaar en bouwer van drukpersen uit het Duitse Würzburg, opgericht in 1817 door Friedrich Koenig en Andreas Bauer - uitvinders van de stoomkrachtcilinderdrukpers, ’s werelds oudste fabrikant van vellenoffsetpersen en marktleider in rotatieoffsetpersen voor kranten en tijdschriften. In 1810 waren er al ontwerpen voor persen met drukcilinders. De eerste snelpers werd in 1811 in gebruik genomen en had een snelheid 800 afdrukken per uur. Johann Friedrich Gottlob Koenig bedacht in 1812 de stoomgedreven boekdrukpers. In 1814 wordt op een speciale versie van zo’n cilinderdrukpers The Times gedrukt - de eerste krant in de geschiedenis die met behulp van een stoommachine wordt gedrukt. In 1895 zijn er 5000 drukpersen geleverd vanuit de fabriek in Würzburg. In 1974 wordt werelds grootste rotatiepers voor kranten geleverd aan het Gazet van Antwerpen met een snelheid van 15.000 kranten per uur. In 1978 ondertekent Koenig & Bauer - op dat moment in grootte ’s werelds tweede drukpersenbouwer - een overeenkomst met concurrent Albert-Frankenthal. Samen bouwen de twee bedrijven drukpersen voor boekdruk, diepdruk en offset. In 1990 koopt Koenig & Bauer alle aandelen. Vanaf dat moment is de onderneming succesvol met de bouw van diepdrukpersen voor tijdschriften met een drukbreedte van ruim drie meter. Als na 2000 media- en printuitingen vanwege de economische crisis terugvallen, verkoopt KBA in 2007 de divisie rotogravure aan de Italiaanse concurrent Cerutti. In 2016 wordt de FormatRapida geleverd met een drukformaat van 1,51 x 2,05 meter, de grootste vellenoffsetpers ter wereld. Met een papieroppervlakte van meer dan 3 m2 en een druksnelheid van 9.000 vellen per uur, is de pers in staat om 28.000 m2 bedrukt papier per uur te leveren.

koetsen

tijdens de papierfabricage twee of meer nog natte papier- of kartonlagen zonder plakmiddel samenpersen zodat een meerlaags materiaal ontstaat met unieke specificaties. Bijvoorbeeld sulfaatkarton en duplexkarton, karton voor verpakkingen.

kolombreedte

de breedte van de tekstkolom op een blad, pagina, krant of brochure. De maat die gekozen is wordt ook wel zetbreedte genoemd.

kolomwit

de ruimte tussen de tekstkolommen.

kopij

tekst, oorspronkelijke manuscript, bedoeld voor verdere verwerking in een technisch of grafisch proces, bijvoorbeeld om door een zetter, een DTP-er, grafisch ontwerper of drukkerij in productie te worden genomen voor de vormgeving of productie van boeken, folders, kranten, tijdschriften. Kopij voor een website wordt doorgaans content genoemd.

koppermaandagprent

prenten die de maandag na 6 januari door drukkergezellen aan hun meesters werden gegeven als blijk van vakmanschap en daar een paar centen mee verdienden; de koppersfooi, die vervolgens werd verzopen, maar later ook wel in een pot werd gestort voor het goede doel. Vanaf 1700 een traditie bij typografen, in de 19e eeuw weer verdwenen, na de Tweede wereldoorlog opnieuw geïntroduceerd om met de komst van de mechanisatie en automatisering - vanaf 1960 - definitief te verdwijnen om uitsluitend nog in ambachtelijk hobbykringen in leven te worden gehouden.  

kopwit

ruimte aan de bovenzijde van een pagina, tussen de druk en de papierrand. Andere witruimtes worden genoemd: staartwit (aan de onderzijde), rugwit (tussen de rug en druk) en snijwit (tussen de druk en de rechter of linker papierrand). 

kornraster

raster dat is voorzien van korrelvormige punten die niet langs een rechte lijn, maar ogenschijnlijk nogal regelloos zijn gepositioneerd.

koudlood zetmachine

machine uit de tweede helft van de 19e eeuw voor het produceren van hoogdrukzetsel, waarbij de losse letters vooraf gegoten zijn, in kanalen worden gestapeld en via het aanslaan van een toetsenbord tot regels worden gevormd die vervolgens met de hand moeten worden uitgevuld. Na het drukken is een distributiemachine nodig om het zetsel weer op te bergen. Al met al een tijdrovende dus kostbare werkwijze. De opvolger van de koudlood zetmachine is de Monotype losse letterzetmachine.

kraalrand

een verschijnsel bij hoogdruk, boekdruk, waarbij de inkt tijdens het uitoefenen van de druk over de rand van het drukkende beeld (letter) wordt geperst, waardoor de letter in het midden iets lichter is en de inkt een zogenaamde kraal (randje) vormt.

krant

nieuwsblad, gazet, vroeger ’courant’, een op papier gedrukte, op vaste tijden regelmatig verschijnende verzameling nieuws, columns, commentaar, beeld (foto’s, infographics) en betaalde advertenties. Kranten - dagbladen - hebben een naam, een titel, zijn genummerd en gedateerd, en zijn ingericht op basis van een herkenbare vormgeving, lettertypen, rubrieken. Strikt genomen zijn om die reden specials - vakantiekrant, jubileumkrant, Sinterklaaskrant - geen kranten. Naast de papieren uitgave verschijnt de krant ook digitaal - NRC en de Volkskrant sinds 2005, in een betaalde vorm aangeboden via een website of in een app. Lezers betalen voor een vanuit een bepaalde visie of overtuiging geselecteerde verzameling, min of meer objectieve informatie over actuele gebeurtenissen in de wereld, daarnaast wordt de context beschreven waarin de gebeurtenissen plaatsvinden en er is ruimte voor betaalde informatie in de vorm van advertenties en advertorials. Ook andere publicaties dan dagbladen kunnen als krant worden vormgegeven en in wisselende frequenties verschijnen. Zoals bijvoorbeeld de jubileumkrant (eenmalig), het opinieblad (wekelijks, maandelijks), de personeelskrant (maandelijks) en het bedrijfsblad (zo’n 4x per jaar).

krantenformaten

meest gangbare formaten van kranten: broadsheet, tabloid en berliner. Broadsheet, het grootformaat: 749 mm x 597 mm, doorgaans het formaat van de ’kwaliteitskranten’, maar sinds 2013 geheel uit Nederland verdwenen. Tabloid - half formaat: 432 mm x 279 mm; aanvankelijk in gebruik door de populaire kranten, boulevardpers, schandaalpers. Het berliner-formaat is iets groter dan tabloid: 470 mm x 315 mm.

krantenpapier

sterk houthoudend papier, meer dan 80% houtslijp, niet gestreken, licht getint, grijs, soms roze, met heel specifieke eigenschappen, zoals grote opnamecapaciteit voor drukinkt, voor het drukken van kranten en ook wel goedkope tijdschriften en boeken.

kringlooplogo

logo op papier en karton dat communiceert: “deze verpakking kan bij het oud papier”. Het zegt dus niet dat de verpakking waarop dit logo staat van gerecycled papier of karton is gemaakt. Het doel is de gebruiker te stimuleren het papier op de juiste manier af te danken.

kunstdrukpapier

zeer hoge kwaliteit gestreken papier, voorzien van één of meerder strijklagen (krijtlagen, een soort plamuur) die het papier een zeer gesloten (mat, satijn, glanzend) oppervlak geven.

kwadraatje

kwadraat, werkmateriaal voor de handzetter voor het samenstellen van zetwerk voor hoogdrukvormen. Een kwadraatje is een soort wit in zetwerk, tekst, met een breedte van 2, 3 en 4 augustijn en een dikte gelijk aan de corpsmaat - bijvoorbeeld 8, 10 of 12 punten. Kwadraten worden gebruikt om in tekstregels grotere ruimten te vullen. Kwadraten zijn zeer zuiver van maat en worden daarom ook gebruikt om de zethaak op een juiste breedtemaat te brengen. Dat kan namelijk niet met interlinies of regletten omdat deze altijd iets korter zijn dan de exacte breedte, om vering in zetwerk op te vangen. 
 

start a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

 

HSTotaal woordenlijst:
van kaallopen tot kwadraatje.

Verklaringen van communicatiebegrippen, design dialect, reclametaal, ontwerpwoorden, vormgeversjargon, typografische vaktaal, dtp-kreten, grafische uitdrukkingen, drukkerslatijn, papiertermen en van enige creatieve wartaal.

 

k

kaallopen

een drukfout, een ongewenst verschijnsel op een offsetpers dat kan leiden tot het afkeuren van drukwerk door de opdrachtgever. Kaallopen is een verschijnsel waarbij de drukkende delen van een offsetplaat slijten en de afdruk in kracht ernstig afneemt. Het wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld het drukken met te veel spanning, door vervuiling van de pers of door verkeerd vochtwater. Blindlopen is iets anders dan kaallopen; het is een verschijnsel waarbij de drukkende delen op de offsetplaat vochtgevoelig worden en geen inkt meer aannemen.

kabinet-enveloppe

EA5/6, enveloppe voor verzending van 1/3 A4 (99 x 210 mm) met sluiting aan de lange zijde, met en zonder venster.

kalender

een systeem om de tijd in te delen en af te lezen. De kalendertijd is opgedeeld in jaren, met 12 maanden, 52 weken, 365 dagen en 24 uren en heeft in gedrukte vorm - ook digitaal - doorgaans een omvang van een jaar - januari-december. Schooljaren liggen anders, die worden gerekend vanaf de helft van het jaar, het begin van het schooljaar, juli -juli. Het jaar is ook verdeeld in seizoenen, lente, zomer, herfst en winter. Gedrukte kalenders zijn er in vele uitvoeringen: verjaardagskalender, jaarkalender, jaarplanner, maandkalender, bureaukalender, scheurkalender, uitgevoerd met tekeningen, foto’s of geheel typografisch.

kamperforatie

perforeren, perforatie met een perforatiekam, het met een vlak of roterend mes aanbrengen van een rij aaneengesloten kleine open gaatjes in (bedrukt) papier, drukwerk, waarbij een scheurlijn ontstaat, zodat makkelijk gescheurd kan worden zonder dat het papier verder beschadigt, bijvoorbeeld bij velletjes postzegels, entreekaartjes en kwitanties. De perforatie wordt aangebracht met holle pinnen waardoor een rond stukje uit het papier worden genomen. 

kapitaalbandje

boekbindersmateriaal, een stukje gekleurd stof, dat aan de boven- en onderkant van de boekband, tussen het boekblok en de rug van de band wordt bevestigd. Bij het handmatig boekbinden wordt het bandje gebruikt voor het afhechten van het bindgaren, bij machinaal binden is de functie slechts decoratief. Door het kapitaalbandje sluit het boekblok naadloos tegen de rug van de band. Het bandje is leverbaar in diverse kleuren.

kapitaal

andere naam voor hoofdletter. Ook wel ’bovenkast’ genoemd, de positie van de letter in de letterkast van de handzetter. In de ’onderkast’ liggen de kleine letters. 

kapitaalhoogte

aanduiding van de lettergrootte, gemeten aan de hoogtemaat van hoofdletters.

karton

zwaar papier vanaf 180 g/m2. Karton wordt geproduceerd op rollen en naderhand gesneden tot vellen. Karton bestaat net als papier uit vezels en wordt gemaakt van hout, stro en oud papier. Vouwkarton (dun karton) weegt tenminste 180 g/m2, dik karton maximaal 600 g/m2. Meer dan 600 g/m2 noemen we massiefkarton of grijsbord en wordt uitgedrukt in diktes (millimeters).

kartonneren

aanbrengen van speciale papiersoorten of zware kartonsoorten op voorplat en achterplat bij brochures en boeken, op de voor- en achterzijde van boekblokken of brochurekaternen, door middel van beplakken, opplakken, omplakken. Om het omslag vervolgens te stansen, foliedrukken, blinddrukken, zeefdrukken. Doorgaans wordt gekartonneerd met bordkarton, beplakt of met drukwerk.

kastfout

vanwege een distributiefout bevindt een letterstaafje of wit - spatie - zich in het verkeerde vakje in de letterkast. Zo leidt een distributiefout tot een kastfout waardoor een zetfout ontstaat, omdat de zetter blindelings de letters en spaties uit de letterkast grijpt en pas na het plaatsen van de letters in de zethaak de letters controleert op zetfouten.

katern

gevouwen vel van 8, 16 of 32 pagina’s (een veelvoud van vier). Meerdere katernen vormen een blok of boekblok waarvan een brochure met rechte rug of boek kan worden gevormd.

keramische transfer

een afbeeldingstechniek, een transfertechniek die wordt toegepast om duurzame, vaatwasbestendige logo’s en decoraties op porselein, aardewerk en glaswerk te maken. Hittebestendige transfervellen worden bedrukt met keramische inkt, aangebracht op het keramiek en vervolgens gedroogd, gelakt en ingebrand door het in een oven afhankelijk van het materiaal te bakken bij een temperatuur tussen de 500 tot 1300 graden, en af te lakken. Met keramische transfer komt de afbeelding krasvast en wasvast in het keramiek te zitten en niet erop.

keren

het drukvel roteren over de korte zijde (de y-as) zodat de vooraanleg behouden blijft; om het papier aan de andere kant te bedrukken. Andere manieren om het drukvel te roteren zijn stolpen en draaien.

kernen

het terugbrengen van de ruimte tussen afzonderlijke letters.

kernwaarden

het DNA van een organisatie, kernwaarden zeggen iets over de mentaliteit, zijn de drijfveren voor het gedrag en zijn de reden waarom het bedrijf op een bepaalde manier handelt, niet hoe en niet wat, maar waarom. Zijn de kernwaarden scherp in beeld, dan wordt ook duidelijk waar de organisatie en het organisatiemerk voor staat, waaruit weer volgt hoe ze omgaat met medewerkers, klanten en omgeving.  Kernwaarden zijn zowel fundament als inspiratiebron - de kapstok om de interne en externe communicatie aan op te hangen, geen loze beloften, maar waar maken wat je bent, of wat we zijn. Kernwaarden worden soms ook wel organisatiewaarden of merkwaarden genoemd, maar strikt genomen zijn dat andere waarden. Kernwaarden worden nog wel eens verward met basiswaarden, zoals eerlijkheid, klantvriendelijkheid, integriteit, betrouwbaarheid en professionaliteit. Dergelijke waarden horen aanwezig te zijn in élke organisatie en dragen niet bij aan het onderscheid. Bij kernwaarden gaat het doorgaans om hooguit drie tot vijf unieke, onderscheidende en bewijsbare begrippen. Van die begrippen wordt verlangd dat ze geloofwaardig zijn en inspireren, dat ze zijn te verklaren, te onthouden en na te volgen. Dat ze in de organisatie dagelijks worden bewezen, omdat 'we het zijn', omdat het zo is. Is ’ambitie’ een kernwaarde in de organisatie, dan zal er bewijs moeten zijn, dat dankzij deze waarde onderscheidende oplossingen ontstaan. Kernwaarden zijn geen beloften, ook geen goede bedoelingen en zeker niet te verwarren met visie, beleid of doelen; deze kunnen jaarlijks opnieuw worden ingevuld en bijgesteld. Kernwaarden niet, die zijn niet uitwisselbaar. Kernwaarden worden niet verzonnen door een reclamebureau of communicatiebureau, maar zijn reeds aanwezig in de organisatie en kunnen middels een methode worden vastgesteld. Ze zijn de optelsom van geschiedenis, cultuur, ervaringen, resultaten, aard van het werk en de omgeving van de organisatie. Een ziekenhuis draagt andere waarden aan dan een aannemer. Daardoor zijn de waarden niet eenvoudig te veranderen en vormen zij een vaste en blijvende waarde.

kernwaarden, organisatiewaarden en merkwaarden

de drie waarden waarop organisaties hun positionering en communicatie baseren. Kernwaarden jagen de organisatiewaarden aan, de organisatiewaarden geven de merkwaarden richting. Uiteindelijk geven alle waarden richting, betekenis en herkenning, geven antwoord op basale vragen; het waarom. Kernwaarden hebben een sterke interne reflex - dit is van ons, zit zijn we, zó zijn we. Kernwaarden zeggen iets over waarom de onderneming iets doet, niet over hóe ze het doet of wát ze doet. Kernwaarden worden vertaald naar positionering - hiér staan we - en naar de communicatie - zó gaan we om met medewerkers, klanten en relaties. Uiteindelijk maken medewerkers hun eigen uitwerking van deze waarden: wat is mijn verhaal, waarom ga ik zó met de situatie om, waarom lossen we dit zó op? Organisatiewaarden zijn op organisatieniveau genesteld: wat vormen wij met elkaar, waarom pakken wij bepaalde zaken wel en niet aan, wat is de waarde die wij met elkaar willen bereiken, wat vinden wij als organisatie waardevol, welke waarde voegen wij als organisatie toe aan de samenleving? Ook deze waarden inspireren tot handelen, zoals de aanpak in de communicatie, het ontwikkelen van strategie, van visie en missie. Merkwaarden zijn waarden die worden toegeschreven aan een merk, door de onderneming maar zeker ook de klanten en gebruikers. Merkwaarden zijn dus bij voorkeur niet alleen de gewenste waarden zoals een organisatie die graag toekent aan het merk, maar het is ook de betekenis die anderen aan het merk geven. Merkwaarden, die worden aangejaagd door de organisatiewaarden, vormen het fundament onder het merk. Merkwaarden beschrijven het karakter van het merk, bepalen wat je met het merk kunt ondernemen, geven vorm aan het merkgedrag, inspireren de creativiteit en de merkcommunicatie en helpen het merk vorm te geven. Het geeft het merk herkenbaarheid en een onderscheidende positie in de markt. Deze drie waarden vormen het fundament onder het ondernemingsgedrag, ze zorgen voor verbinding tussen het merk en de omgeving - klanten, gebruikers, samenleving - en zijn inspiratiebron voor communicatie en design. De belangrijkste pijler onder dat fundament is de geloofwaardigheid; deze geloofwaardigheid is het groots als de waarden niet door een extern bureau of door de directie zijn vastgesteld, maar als deze door de organisatie van binnenuit bijeen zijn gebracht.

kerstkaart

een vorm van een wenskaart, een papieren of kartonnen poststuk - tegenwoordig ook als digitaal stuk per e-mail, ter grootte van het A5-formaat of kleiner, waarmee een kerstgroet of kerstwens wordt gezonden aan de geadresseerde. Andere vormen van wenskaarten zijn bijvoorbeeld de bedankkaart, beterschapskaart, geboortekaart, verjaardagskaart, huwelijkskaart en de valentijnskaart. Een ansichtkaart is een kaart met een afbeelding van de vakantielocatie en waarmee de vakantieganger de thuisblijver - de geadresseerde - laat delen in het vakantiegeluk.

kippenleer

een twijfelachtige kwaliteit veredelingstechniek, denigrerende aanduiding van goedkoop kunstleer dat wordt gebruikt bij bijvoorbeeld het lamineren van luxe brochures of wat gebruikt wordt als omslagmateriaal voor goedkope agenda’s.

kleinkapitalen

hoofdletters die in een kleinere grootte gezet zijn dan de gewone kapitalen van het betreffende lettertype. De grootte van kleinkapitalen is gelijk aan de x-hoogte van het corps. Kleinkapitalen zijn geen kleine kapitalen en geen klein gemaakte kapitalen - wat Bill Gates in Microsoft Word wél doet, we noemen dat mollen - maar zijn speciaal ontworpen letters met een iets grotere breedte en dikkere stokken. Kleinkapitalen worden in lopende tekst gebruikt om woorden kapitaal te kunnen zetten, zonder dat ze door hun grootte typografisch uit de toon vallen.

klein-offset

eenvoudige, snelle druktechniek met kleine compacte offsetpersen, voor kleine formaten, maximaal A3 (42 x 29,7 cm) en kleine oplagen. Klein-offset wordt steeds meer overgenomen door de steeds verder ontwikkelde digitale druk- en kopietechnieken.

kleurbalans

verhouding tussen de kleuren van een afbeelding. Bij een goede kleurbalans komen de kleuren bij reproductie overeen met het origineel en zullen de grijstinten van het origineel weer als neutrale grijstinten worden weergegeven. 

kleurbeheer

een methode om bestanden (de input van opmaaksystemen, dtp-systemen, camera’s, scanners) en de output (beeldschermen, digitale printers, drukpersen) met verschillende technologieën te laten overeenkomen, zowel digitaal, lithografie, fysieke dragers als web. Het licht- en kleurbereik van onze ogen zijn het meest omvangrijk; wij kunnen het scherpste zonlicht naast de onverlichte schaduw min of meer naast elkaar onderscheiden en weergeven. Digitale camera’s, scanners, monitoren en printers zijn veel beperkter in de mogelijkheid kleuren en helderheid weer te geven. Die beperking wordt veroorzaakt vanwege de software en de technologie die door verschillende fabrikanten wordt ontwikkeld, in verschillende kwaliteiten en prijsklassen. Digitale apparatuur heeft daardoor een enorm verschillend kleurbereik en kleuromvang. De kleuren veranderen ten opzichte van het origineel als de afbeelding wordt overgezet van bijvoorbeeld de camera naar de monitor en vervolgens naar de printer. Deze verwijdering - het generatieverschil - treedt op omdat de kleuromvang van elk apparaat verschilt en daardoor niet in staat is de kleuren op dezelfde wijze te tonen. De oplossing is softwarematig kleurbeheer die de bestandskleuren omzet, zodat elk apparaat deze op min of meer dezelfde manier weergeeft. Kleuren kunnen niet allemaal precies overeen komen, omdat een goede printercartridge altijd nog minder kleuren kent dan de monitor kan weergeven, en een scanner een groter bereik heeft dan welke topmonitor dan ook. Voor de communicatie tussen enerzijds grafische bestanden en anderzijds outputapparatuur worden ICC-kleurprofielen toegepast, software die kleur apparaatafhankelijk beschrijft en ervoor zorgt dat de weergave van de kleuren op verschillende apparatuur er - binnen bepaalde normen - vergelijkbaar uitziet. Een ICC-profiel is een vertaalprogramma - een bestandsformaat waarin beschreven wordt welke kleuren een invoerapparaat begrijpt en hoe de outputapparatuur de kleur het best kan uitspreken, kan tonen. Deze profielen zijn dus apparaatonafhankelijk, fabrikantonafhankelijk en materiaalonafhankelijk. Voor elke scanner, monitor, printer, inkt en materiaal zal een specifiek profiel worden ingesteld om het productieproces te optimaliseren en het maximale resultaat uit het originele bestand te halen.

kleurcorrectie

aanpassingen in de kleur van een reproductie - een litho, een drukvorm - een cliché, of een digitaal bestand, ter correctie van tekortkomingen tijdens het reproductieproces op de camera of in de scanner en om ongewenste karakteristieken van de afdrukapparatuur te corrigeren.

kleurendrukcliché

kleurencliché, een dunne metaalplaat - zink, met een verhoogd drukbeeld, die gebruikt wordt bij hoogdruk om afbeeldingen in kleuren te drukken. Voor elke kleur is een apart kleurendrukcliché nodig. Een lijncliché voor afbeeldingen zónder halftonen en een rastercliché voor afbeeldingen mét halftonen. Bij vierkleurendruk - CMYK, cyaan, magenta, yellow en zwart kleurenfoto’s te drukken - worden afzonderlijke clichés gebruikt die heel precies op elkaar passen. Clichés voor kleurenafbeeldingen worden gerasterd - opgebouwd in heel kleine puntjes in een regelmatig patroon - om kleuren te mengen, om alle kleurcombinaties mogelijk te maken, om halftonen en om verlopende tinten te drukken. Rasters staan onder een hoek - elke kleur heeft een eigen stand, een rasterstand - om te voorkomen dat de vier kleuren óp elkaar in plaats van naast elkaar worden gedrukt. De vier naast elkaar gedrukte kleuren zullen zich voor het ook mengen tot één nieuwe kleur. Een cliché is in spiegelbeeld, met behulp van een negatieve film die op de zinkplaat is belicht waaruit vervolgens de onbelichte delen worden weggeëtst.

kleurgescheiden films

resultaat van het lithoproces, afzonderlijke films - voor elke kleur een aparte onleesbaar positieve film - die bij offsetdruk op een offsetplaat worden gekopieerd en in de juiste kleur worden afgedrukt. Bij vierkleuren drukwerk wordt kleur voor kleur gedrukt, de eerste kleur gevolgd door de volgende plaat met een andere kleur. Bij vierkleurendruk (CMYK, gedrukt in blauw, rood, geel en zwart) worden op die manier kleurenfoto’s gedrukt.

kleurkracht

een term die iets zegt over de hoeveelheid effectieve kleur in drukinkt of verf. Drukinkt met een hoge kleurkracht kan in een dunnere laag worden aangebracht waardoor uiteindelijk meer vellen bedrukt kunnen worden met een kleinere hoeveelheid inkt. 

kleur op snee

edge painting, een veredelingstechniek in de boekbinderij, een methode om ná het drukken ook de zijkanten van het papier te kleuren waarbij de inkt niet in het papier trekt maar op de zijkant blijft liggen. Het effect is het grootst bij de dikkere papiersoorten, vanaf 300 g/m2, en bij papier op een stapel, zoals bij schrijfblokjes of boeken. Naast zwart en goud is elke PMS-kleur mogelijk.

kleurproef

papieren of digitaal beoordelingsmodel van de kleuren van nog te produceren drukwerk - doorgaans ter beoordeling van kleurenfoto’s. Het moment van de proef is een beoordelingsmoment in de prepressfase (drukwerkvoorbereiding), het is een simulatie van kleuren en maakt eventuele afwijkingen ten opzichte van het origineel of van het beoogde resultaat zichtbaar. Een proef uitbrengen gebeurt ook vaak middels een digitaal bestand dat op beeldscherm (uitgaand licht) wordt beoordeeld, maar dan vindt beoordeling plaats in een volstrekt onvergelijkbare omstandigheid dan de situatie waarin de uiteindelijke gebruiker van het drukwerk - de lezer - zich bevindt; die leest inkt op papier onder - wellicht - de schemerlamp. De kleurproef is bedoeld als visueel controlemiddel in een fase van de lithografie waarin (nog) wijzigingen kunnen worden aangebracht. Een kleurproef is niet bedoeld om vormgeving ter discussie te stellen, maar een tikfout in de tekst kan nog heel goed gecorrigeerd worden. Drukproeven simuleren het eindresultaat en kennen daardoor altijd een afwijking ten opzichte van het origineel. Dat verschil is overzichtelijk en is in gecertificeerde drukwerkprocessen in kaart gebracht en beheersbaar gemaakt Kleurproeven werden voorheen gemaakt op offset proefpersen op het juiste papier, met het juiste raster. Deze ultieme maar ook uiterst kostbare proeftechniek is niet meer in te passen in het patroon van korte omlooptijden, lage kosten en complete digitalisering waarop het succes van de moderne drukkerij drijft en wordt om die reden in hoge uitzondering gekozen, bijvoorbeeld bij uiterst kritisch kleurendrukwerk zoals bijvoorbeeld bij mode, luxe auto’s en horloges, voedsel. 

kleurprofielen

ICC-kleurprofielen (International Color Consortium), software die kleur apparaatafhankelijk beschrijft en zorgt voor de communicatie tussen enerzijds grafische bestanden (digitale camera, scanner, DTP-programma’s , tekenprogramma’s) en anderzijds outputapparatuur (beeldscherm of monitor, printer, drukpers), waardoor de weergave van gespecificeerde kleuren op verschillende apparatuur er binnen bepaalde normen hetzelfde uitziet. Productiebedrijven vragen afhankelijk van materiaal en techniek om een specifiek profiel (bijvoorbeeld CMYK kleurprofiel ’Europe ISO Coated FOGRA39’), zodat er heldere communicatie is over de technische haalbaarheid van een bepaald bestand op een bepaalde productiemachine. 

kleurscheiding

een fotografisch proces in de kleurenlithografie, waarbij originelen via filtertechnieken gescheiden worden in drie primaire kleuren blauw, rood en geel (cyaan, magenta, yellow) en zwart, voor de afzonderlijke drukgangen bij vierkleuren drukwerk in offset of diepdruk. 

kleurtint

een menging van een basiskleur (primaire kleur, de secundaire kleur of tertiaire kleur) met zwart (schaduwkleur), wit (pastel) of grijs (vergrijsde kleur).

kleurtoon

de visuele indruk die de naam van de kleur bepaalt, bijvoorbeeld rood, groen, blauw. Hier worden bedoeld de primaire kleuren, de secundaire kleuren en de tertiaire kleuren, zonder zwart, grijs of wit bij te mengen. 

kleurverdeling

een verschijnsel in de drukkerij, wanneer elk vel in de gedrukte oplage van evenveel inkt is voorzien en op elk vel de inkt gelijkmatig is aangebracht. Dan wordt gesproken van een goede kleurverdeling.

kleurverzadiging

een term bij kleurbeoordeling die iets zegt over de zuiverheid van de kleur.

kleurzweem

een ongewenst verschijnsel bij de fotografie, de reproductie, de lithografie of bij het drukken van kleurafbeeldingen. De kleurzweem betreft de overheersende kleur in afbeeldingen bij een verstoorde kleurbalans. Bijvoorbeeld een roodzweem. 

kneep

het scharnierpunt in de boekband van een gebonden boek met een harde kaft, het punt waar het voorplat draait bij het openen van het boek. Ook de achterzijde - het achterplat - is voorzien van een kneep.

knikweerstand

de mate waarin een rubberdoek op de rubbercilinder van een offsetpers herstelt na indrukking tijdens een persgang.

koeken

vervuiling van de offsetpers, ophopen van inktdeeltjes op de offsetplaat, de drukrol of het rubberdoek, dat wordt veroorzaakt door een ongewenst verschijnsel van de inkt waarbij het bindmiddel het pigment in het inktmengsel niet meer vast kan houden.

koelkast inkt

speciaal soort zeefdrukinkt, waarvan het drukwerk pas zichtbaar wordt beneden een bepaalde temperatuur. Wordt toegepast bij reclameacties en in de verpakkingsindustrie. Bijvoorbeeld bij etiketten voor frisdranken, waarvan een afbeelding op het etiket zichtbaar wordt als de drank voldoende is gekoeld.

Koenig & Bauer

KBA, ontwikkelaar en bouwer van drukpersen uit het Duitse Würzburg, opgericht in 1817 door Friedrich Koenig en Andreas Bauer - uitvinders van de stoomkrachtcilinderdrukpers, ’s werelds oudste fabrikant van vellenoffsetpersen en marktleider in rotatieoffsetpersen voor kranten en tijdschriften. In 1810 waren er al ontwerpen voor persen met drukcilinders. De eerste snelpers werd in 1811 in gebruik genomen en had een snelheid 800 afdrukken per uur. Johann Friedrich Gottlob Koenig bedacht in 1812 de stoomgedreven boekdrukpers. In 1814 wordt op een speciale versie van zo’n cilinderdrukpers The Times gedrukt - de eerste krant in de geschiedenis die met behulp van een stoommachine wordt gedrukt. In 1895 zijn er 5000 drukpersen geleverd vanuit de fabriek in Würzburg. In 1974 wordt werelds grootste rotatiepers voor kranten geleverd aan het Gazet van Antwerpen met een snelheid van 15.000 kranten per uur. In 1978 ondertekent Koenig & Bauer - op dat moment in grootte ’s werelds tweede drukpersenbouwer - een overeenkomst met concurrent Albert-Frankenthal. Samen bouwen de twee bedrijven drukpersen voor boekdruk, diepdruk en offset. In 1990 koopt Koenig & Bauer alle aandelen. Vanaf dat moment is de onderneming succesvol met de bouw van diepdrukpersen voor tijdschriften met een drukbreedte van ruim drie meter. Als na 2000 media- en printuitingen vanwege de economische crisis terugvallen, verkoopt KBA in 2007 de divisie rotogravure aan de Italiaanse concurrent Cerutti. In 2016 wordt de FormatRapida geleverd met een drukformaat van 1,51 x 2,05 meter, de grootste vellenoffsetpers ter wereld. Met een papieroppervlakte van meer dan 3 m2 en een druksnelheid van 9.000 vellen per uur, is de pers in staat om 28.000 m2 bedrukt papier per uur te leveren.

koetsen

tijdens de papierfabricage twee of meer nog natte papier- of kartonlagen zonder plakmiddel samenpersen zodat een meerlaags materiaal ontstaat met unieke specificaties. Bijvoorbeeld sulfaatkarton en duplexkarton, karton voor verpakkingen.

kolombreedte

de breedte van de tekstkolom op een blad, pagina, krant of brochure. De maat die gekozen is wordt ook wel zetbreedte genoemd.

kolomwit

de ruimte tussen de tekstkolommen.

kopij

tekst, oorspronkelijke manuscript, bedoeld voor verdere verwerking in een technisch of grafisch proces, bijvoorbeeld om door een zetter, een DTP-er, grafisch ontwerper of drukkerij in productie te worden genomen voor de vormgeving of productie van boeken, folders, kranten, tijdschriften. Kopij voor een website wordt doorgaans content genoemd.

koppermaandagprent

prenten die de maandag na 6 januari door drukkergezellen aan hun meesters werden gegeven als blijk van vakmanschap en daar een paar centen mee verdienden; de koppersfooi, die vervolgens werd verzopen, maar later ook wel in een pot werd gestort voor het goede doel. Vanaf 1700 een traditie bij typografen, in de 19e eeuw weer verdwenen, na de Tweede wereldoorlog opnieuw geïntroduceerd om met de komst van de mechanisatie en automatisering - vanaf 1960 - definitief te verdwijnen om uitsluitend nog in ambachtelijk hobbykringen in leven te worden gehouden.  

kopwit

ruimte aan de bovenzijde van een pagina, tussen de druk en de papierrand. Andere witruimtes worden genoemd: staartwit (aan de onderzijde), rugwit (tussen de rug en druk) en snijwit (tussen de druk en de rechter of linker papierrand). 

kornraster

raster dat is voorzien van korrelvormige punten die niet langs een rechte lijn, maar ogenschijnlijk nogal regelloos zijn gepositioneerd.

koudlood zetmachine

machine uit de tweede helft van de 19e eeuw voor het produceren van hoogdrukzetsel, waarbij de losse letters vooraf gegoten zijn, in kanalen worden gestapeld en via het aanslaan van een toetsenbord tot regels worden gevormd die vervolgens met de hand moeten worden uitgevuld. Na het drukken is een distributiemachine nodig om het zetsel weer op te bergen. Al met al een tijdrovende dus kostbare werkwijze. De opvolger van de koudlood zetmachine is de Monotype losse letterzetmachine.

kraalrand

een verschijnsel bij hoogdruk, boekdruk, waarbij de inkt tijdens het uitoefenen van de druk over de rand van het drukkende beeld (letter) wordt geperst, waardoor de letter in het midden iets lichter is en de inkt een zogenaamde kraal (randje) vormt.

krant

nieuwsblad, gazet, vroeger ’courant’, een op papier gedrukte, op vaste tijden regelmatig verschijnende verzameling nieuws, columns, commentaar, beeld (foto’s, infographics) en betaalde advertenties. Kranten - dagbladen - hebben een naam, een titel, zijn genummerd en gedateerd, en zijn ingericht op basis van een herkenbare vormgeving, lettertypen, rubrieken. Strikt genomen zijn om die reden specials - vakantiekrant, jubileumkrant, Sinterklaaskrant - geen kranten. Naast de papieren uitgave verschijnt de krant ook digitaal - NRC en de Volkskrant sinds 2005, in een betaalde vorm aangeboden via een website of in een app. Lezers betalen voor een vanuit een bepaalde visie of overtuiging geselecteerde verzameling, min of meer objectieve informatie over actuele gebeurtenissen in de wereld, daarnaast wordt de context beschreven waarin de gebeurtenissen plaatsvinden en er is ruimte voor betaalde informatie in de vorm van advertenties en advertorials. Ook andere publicaties dan dagbladen kunnen als krant worden vormgegeven en in wisselende frequenties verschijnen. Zoals bijvoorbeeld de jubileumkrant (eenmalig), het opinieblad (wekelijks, maandelijks), de personeelskrant (maandelijks) en het bedrijfsblad (zo’n 4x per jaar).

krantenformaten

meest gangbare formaten van kranten: broadsheet, tabloid en berliner. Broadsheet, het grootformaat: 749 mm x 597 mm, doorgaans het formaat van de ’kwaliteitskranten’, maar sinds 2013 geheel uit Nederland verdwenen. Tabloid - half formaat: 432 mm x 279 mm; aanvankelijk in gebruik door de populaire kranten, boulevardpers, schandaalpers. Het berliner-formaat is iets groter dan tabloid: 470 mm x 315 mm.

krantenpapier

sterk houthoudend papier, meer dan 80% houtslijp, niet gestreken, licht getint, grijs, soms roze, met heel specifieke eigenschappen, zoals grote opnamecapaciteit voor drukinkt, voor het drukken van kranten en ook wel goedkope tijdschriften en boeken.

kringlooplogo

logo op papier en karton dat communiceert: “deze verpakking kan bij het oud papier”. Het zegt dus niet dat de verpakking waarop dit logo staat van gerecycled papier of karton is gemaakt. Het doel is de gebruiker te stimuleren het papier op de juiste manier af te danken.

kunstdrukpapier

zeer hoge kwaliteit gestreken papier, voorzien van één of meerder strijklagen (krijtlagen, een soort plamuur) die het papier een zeer gesloten (mat, satijn, glanzend) oppervlak geven.

kwadraatje

kwadraat, werkmateriaal voor de handzetter voor het samenstellen van zetwerk voor hoogdrukvormen. Een kwadraatje is een soort wit in zetwerk, tekst, met een breedte van 2, 3 en 4 augustijn en een dikte gelijk aan de corpsmaat - bijvoorbeeld 8, 10 of 12 punten. Kwadraten worden gebruikt om in tekstregels grotere ruimten te vullen. Kwadraten zijn zeer zuiver van maat en worden daarom ook gebruikt om de zethaak op een juiste breedtemaat te brengen. Dat kan namelijk niet met interlinies of regletten omdat deze altijd iets korter zijn dan de exacte breedte, om vering in zetwerk op te vangen. 

Een leuke vraag en geen antwoord gevonden? Of mist u een woord? Mail HSTotaal: mail@hstotaal.nl.

Een leuke vraag en geen antwoord gevonden? Of mist u een woord? Mail HSTotaal: mail@hstotaal.nl.