Communicatievraag met een D? Raadpleeg de HSTotaal-woordenlijst!

start a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

 

HSTotaal woordenlijst:
van dagblad tot dvd.

Verklaringen van communicatiebegrippen, design dialect, reclametaal, ontwerpwoorden, vormgeversjargon, typografische vaktaal, dtp-kreten, grafische uitdrukkingen, drukkerslatijn, papiertermen en van enige creatieve wartaal.

 

d

dagblad

courant, een vorm van massamedia, een dagelijks verschijnend nieuwsblad - zes maal per week - en gedrukt op papier, in een omvang van meerdere pagina’s, tegen betaling aangeboden aan abonnees en ook los verkocht. Dagbladen hebben een eigen signatuur, vormgeving, stijl en geluid en zijn van hun inkomsten afhankelijk van abonnees maar nog meer van adverteerders. Dagbladen worden samengesteld door redacties en zijn eigendom van uitgevers. De oudste en nog steeds verschijnende krant ter wereld is het Haarlems Dagblad. Deze krant is samengegaan met de Opregte Haarlemsche Courant, sinds 1656 uitgegeven onder de titel Weeckelycke Courante van Europa en later onder de naam Oprechte Haerlemsche Courant, uitgegeven door de Haarlemse drukker Abraham Casteleyn.

 

dagbladreclame

een betaalde vorm van massacommunicatie. Reclame in dagbladen vindt plaats middels advertenties, een betaalde ruimte van een bepaalde grootte, tegen een bepaald tarief. Andere vormen van reclame in dagbladen zijn het opnemen van bijsluiters – losse folders of brochure die in de krant worden ingestoken – en het drukken van pagina’s of katernen onder redactie van de opdrachtgever. Een advertorial is een andere en minder heldere – en wellicht daardoor ook wel minder gewenste – vorm van reclame; in opdracht van een opdrachtgever wordt een artikel geplaatst in de vormgeving van het dagblad zodat de indruk wordt gewekt dat het artikel ook onder de redactionele verantwoordelijkheid van het blad valt. Dagbladreclame is bedoeld om de lezer te informeren, te overtuigen en aan te zetten tot beweging of een andere actie, zoals het bevestigen in of het veranderen van mening, het huren of kopen van een product, het deelnemen aan een bijeenkomst of te informeren over een belangwekkende gebeurtenis. Rouwadvertenties, geboortemededelingen en huwelijksaankondigingen zijn wel betaalde ruimten, maar worden niet gezien als advertenties, niet als reclame, maar als familieberichten en staan doorgaans bij elkaar op een vaste pagina, in tegenstelling tot de overige advertenties die door de hele krant staan verspreid.

 

datavisualisatie

informatievisualisatie, het visueel vormgeven van grotere hoeveelheden meer of minder complexe wetenschappelijke gegevens, data en kennis, gestructureerd of ongestructureerd, in grafische vormen en objecten, zoals vlakken, velden, lijnen, pijlen, grafieken, iconen en andere beelden met als doel de inzichtelijkheid, leesbaarheid en daardoor de toepasbaarheid te vergroten zodat gegevens begrijpelijk worden voor de doelgroep, doorgaans een groter publiek. Datavisualisatie maakt communicatie eenvoudiger. Door visualisatie kunnen gegevens snel gedeeld worden, zijn gegevens eenvoudig te scannen, trends en dynamiek te signaleren en te interpreteren, behoeften te onderkennen, draagvlak te creëren en besluiten te nemen. In tegenstelling tot een infographic, wordt bij datavisualisatie geen verhaal verteld. Bij datavisualisatie wordt een afbeelding ontwikkeld waarbij de lezer - de kijker - zelf op ontdekkingsreis gaat om het verhaal te maken. Een infographic is een zendergestuurd verhaal waarbij de informatie-eigenaar een vooropgezette bedoeling heeft bij de overdracht van de informatie; een communicatieboodschap. 

 

debossing

preegdruk, prägen, een metalen stempelvorm die aan de voorzijde van het papier geperst wordt zonder gebruik te maken van drukinkt (diep reliëf, debossing).

 

degelpers

een hoogdrukpers, waarbij het papier op de degel - een vlakke plaat - is geklemd die met een scharnierende beweging naar de drukvorm wordt gedraaid, met een bepaalde druk tegen het vel papier wordt geperst waarbij de inkt van de drukvorm op het papier wordt overgenomen en de afdruk tot stand komt. De meest bekende degelpers is de Heidelberger Degel Automaat, HDA. Met de komst vanaf 1970 van de offsetdruktechniek is het gebruik van de degelpers overgenomen door de klein-offsetpers. De degelpers wordt hier en daar nog ingezet voor bepaalde vormen van afwerking of drukwerkveredeling waar druk bij nodig is, zoals stansen, foliedrukken, rillen, ritsen en nummeren.

 

dekwit

witte dekkende plakkaatverf, hulpmiddel van de werktekenaar, voor het handmatig uitvoeren van correcties in werktekeningen, vrijstaand maken van foto’s en retouches in papieren opzichtmodellen.

 

densiteit

inktlaagdikte, dichtheid van de zwarting, dekking van drukinkt, uitgedrukt in een getal voor de mate van reflectie, als controlemiddel voor kwaliteitsbewaking van drukwerk. Een densiteit van 0,00 komt overeenkomt met volledige transparantie, terwijl een densiteit van 0,30 de helft van het invallende licht doorlaat.

 

densitometer

elektronisch meetinstrument aan de drukpers bij de vervaardiging van vierkleurendrukwerk, voor de kwaliteitsbewaking van drukwerk, om de kleurdensiteit - de inktlaagdikte - van een kleur tijdens het drukken te meten en in de hele drukwerkoplage gelijk te houden. De densitometer meet de hoeveelheid licht die wordt gerefelecteerd - bij opzichtmodellen - of doorgelaten - bij doorzichtmodellen. Bij veel reflectie - een te dunne  inktlaag - zal de kleur flets worden, bij te weinig reflectie - een te dikke inktlaag - toont de kleur verzadigd. Een correct gemeten inktlaagdikte zegt overigens niets over de juistheid van de kleur; een andere kleur dan de bedoelde kleur kan een correcte waarde geven voor de inktlaagdikte.

 

design

ontwerp, primair is het design de voorstelling van een nog te produceren model - drukwerk, gebruiksvoorwerpen, kleding, sieraden, een bouwwerk, een kunstwerk. Meestal in de vorm van modellen, droedels, schetsen en beschrijvingen. Daarnaast heeft design de betekenis van hoogwaardig ontwerp: een ontwerp dat niet alleen technisch en functioneel toereikend is, maar een vorm is, die een bewuste strategische en communicatieve betekenis heeft vanwege de attractieve, esthetische meerwaarde. Die extra visuele waarde is vaak van doorslaggevend belang bij het in beweging brengen van mensen; met een expressieve, onderscheidende benadering, zowel in toon als in vorm (boodschap en vormgeving) is communicatie effectiever en geloofwaardiger. We leven namelijk in een sterk visuele wereld waarin de verschillen tussen organisaties, producten en diensten steeds moeilijker waarneembaar zijn. Consumenten, sollicitanten, burgers en ondernemers oordelen bij het maken van keuzes steeds kritischer en doen dat steeds sneller. Dan maakt design het verschil. Door extra aandacht en energie te steken in de schoonheid en attractie van het ontwerp, met veel aandacht voor het materiaal en het achterliggende verhaal krijgen ook vernieuwing en verbetering extra kansen. Daardoor ontstaat meer beleving en emotie dat het onderscheid op een heel positieve manier zichtbaar maakt. Bij zo'n totaal maakt design communicatie mooier en effectiever. Dan raakt design het hart.

 

designbureau

een groep hooggekwalificeerde ontwerpers, zogenaamde designers, op een vaste locatie - een kantoor, werkplaats of atelier - of een virtueel team, met een duidelijk signatuur en opvatting, met een naam, reputatie en een sterk - soms eigenzinnig - verhaal en aanbod, die zich richt op het ontwikkelen van het design van communicatiemiddelen voor opdrachtgevers, voor start ups, bedrijven, instellingen en overheden. Design heeft de betekenis van hoogwaardig ontwerp: een ontwerp dat niet alleen technisch en functioneel aan de eisen voldoet, maar dat als vorm een bewuste strategische en communicatieve betekenis heeft vanwege de attractieve, esthetische meerwaarde. Er wordt gewerkt aan het vormgeven van identiteit, huisstijlen en huisstijlprogramma’s, logo’s, websites, brochures, infographics en datavisualisatie, inrichting van ruimten, ontwerpen van ruimtelijke objecten, creëren van beelden, fotografie, film en animatie, zowel offline als online, zowel voor oude als voor nieuwe media. Naast het designbureau, zijn er ook gespecialiseerde bureaus die zich richten op één van de deelgebieden van design, bijvoorbeeld ruimtelijke inrichting, relatiegeschenken, beursstands, consumenten producten, industriële producten.

 

desktop-artikelen

spullen voor op tafel: schrijfgerei, notitiepapier, pennen enz. Het assortiment van een verkoper van relatiegeschenken.

 

desktop publishing

digitale paginaopmaak, systemen voor gedigitaliseerde geïntegreerde tekst- en beeldopmaak en beeldmanipulatie. Door de opkomst van de computer op de werkplek van de ontwerper (zo vanaf 1985) is een proces gaande waarin tekst- en beeldinvoer geheel is gedigitaliseerd en geïntegreerd en waarbij de rechtstreekse belichting van een offsetplaat met een digitaal bestand - de traditionele lithografie is in 1995 vrijwel verdwenen - nog slechts enkele minuten tijd vraagt. Deze methode van drukwerkvoorbereiding (desktop publishing) heeft ook toegang gekregen tot andere terreinen van de grafisch ontwerper zoals internet, animatie en video. Inmiddels hebben Apple Computers en Adobe - met programma’s als  Photoshop, Illustrator, Acrobat, Dreamweaver, Premiere Pro, After Effects en InDesign - de markt van hi-end pagina opmaaksystemen van Hell, Scitex, Crossfield en Dainippon geheel overgenomen.

 

diagonaalmethode

een methode die is bedoeld om bij boektypografie tot een Gulden Snede te komen waarbij de grootte en de verhouding van de zetspiegel, en de positie van de zetspiegel op de bladspiegel in een harmonische verhouding is gebracht. Daarbij wordt de zetbreedte bepaald en afgezet op een diagonaal over een enkele pagina en een hulplijn over een punt dat op de rug ligt vanaf de hoogte gelijk aan de paginabreedte. Vervolgens ontstaat de lengte van de pagina. Naast deze methode zijn er nog twee methodes: de berekeningsmethode en de methode Van de Graaf.

 

diapositief

diap, naam voor een verschijnsel in drukwerk, waarbij door het niet drukken van tekst of afbeeldingen in een egaal gedrukte achtergrond, het wit van het papier zichtbaar blijft: witte tekst (diap tekst) of afbeeldingen in een gedrukte (gekleurde) achtergrond. Strikt genomen is een diapositief een transparante drager waarop een positief beeld (leesbaar) is afgebeeld in zwart/wit of kleur, een dia. Omdat de emulsiezijde van een dia zich aan de achterzijde bevindt, moet het een onleesbaar positief worden genoemd.

 

Diatype

een fotografische handzetmachine van Berthold, 1958, voor de vervaardiging van koppen, korte teksten en lijnen op grafische film of papier waar direct op belicht wordt: papier als zwart-wit opzichtmodel, film als onleesbaar positief, dat vervolgens als halffabrikaat wordt ingezet voor de verwerking in reproductietekeningen (werktekeningen) en filmmontage. Na de opkomst van het elektronisch zetten - het op stand zetten van complete pagina’s met tekst en beeld - was de handmatige, dus tijdrovende en dure vervaardiging van werktekeningen overbodig en de inzet van de Diatype als leverancier van halffabricaten niet efficiënt.

 

didonen

een van de lettersoorten volgens de traditionele classificatie (Vox), letters ontworpen vóór en na de Franse Revolutie, letters met grote contrasten tussen dik en dun, en zeer dunne en rechte schreven, zoals Bodoni.

 

didotstelsel

12-delig typografisch maatsysteem van Didot, tot 1970 gebruikt in de grafische industrie, het systeem is in 1737 ontwikkeld door de Franse lettergieter Fournier die het systeem baseerde op de Franse voet, maar omdat alle Franse steden een eigen voet hanteerden bleef het een rommeltje. De Franse lettergieter Didot verbeterde het systeem in 1775 door de Franse koningsvoet die landelijke werd aanvaard als uitgangspunt te nemen. Uiteindelijk was het de Duitse letterfabrikant Berthold die het systeem in 1879 in overeenstemming bracht met de meter (2660 typografische punten = 1 meter). Het didotstelsel is gebaseerd op de Franse koningsvoet (32,4 cm), die is onderverdeeld in 12 duimen, een zesde deel van een duim is een augustijn (4,51279 mm). Een augustijn wordt verdeeld in 12 punten (0,376 mm). Het voordeel van het 12-delige stelsel boven het - decimale - 10-delig stelsel is het grotere aantal deelmogelijkheden (10 is op 4 manieren deelbaar, 12 op 6 manieren). Tussen 1775 en 1970 is dit systeem in gebruik gebleven in de grafische industrie. Alle materialen en gereedschappen waren gebaseerd op een veelvoud of delen van de augustijn. Met de vervanging van het lood door het licht, de komst van de computer, het fotografisch zetten en de offsetdruktechniek, en daarmee het verdwijnen van de hoogdruktechniek - boekdruk - verdween ook het 12-delig typografisch stelsel met augustijnen - cicero’s -, punten, pasjes en kwadraatjes, om vervangen te worden door de pica, de Amerikaans-Engelse typografische maateenheid (1 pica = 4,2175176 millimeter). In de grafische industrie zijn vier maatsystemen in gebruik; naast de augustijn en pica, ook de inch (schrijfmachine, matrixprinters) en de millimeter (lithografie, papierformaten).

 

dienstenveloppe

enveloppe met en zonder venster met sluiting aan de lange zijde.

 

diepdruk

plaatdruk, gravure, druktechniek waarbij de drukkende delen - het te drukken beeld - in de vorm van groeven, verdiept in een metaalplaat, met inkt zijn gevuld en het te bedrukken materiaal - papier - met grote kracht tegen de drukvorm wordt gebracht waardoor de inkt uit de groeven wordt getrokken en op het papier achterblijft. De niet-drukkende delen liggen dus verhoogd; het is een tegenovergesteld principe van hoogdruk. Maar omdat de drukvorm net zoals bij hoogdruk rechtstreeks in aanraking komt met het te drukken materiaal, moet de drukvorm onleesbaar staan. Bij diepdruk worden de te drukken lijnen met handsnijgereedschap - een burijn - weggesneden uit een metaalplaat - koper of zink. Dat graveren wordt drogenaald techniek genoemd. Een andere techniek is het etsen van de drukvorm met zuur. Bij het etsen is de plaat bedekt met een hars of zuurbestendige was. Met een etsnaald wordt het beeld in de hars of was gegraveerd, waardoor de blanke metaalplaat eronder zichtbaar wordt die vervolgens in zuur wordt gedompeld waarbij het zuur de afbeelding in de plaat etst. Hoe dieper de groeven zijn aangebracht, hoe meer inkt in de groef, hoe zwarter de afdruk. Om een ​​diepdrukplaat af te drukken, wordt inkt op het oppervlak gebracht en in de groeven gewreven. Door de plaat vervolgens schoon te wrijven verdwijnt de inkt verder in de groef en worden de naast liggende delen inktvrij gemaakt. Een vochtig stuk papier wordt bovenop de plaat gelegd. Papier en plaat worden door een krachtige pers gevoerd waarbij het vochtige papier zich soepel in de met inkt gevulde groeven van de plaat laat persen en de inkt op het papier achterblijft.

 

diepdrukpers

rotogravure, machine voor de productie van drukwerk, gebaseerd op het principe dat het drukkende beeld verdiept en spiegelbeeldig in metaal is aangebracht, waarna de drukvorm wordt ingeïnkt, de overtollige inkt wordt weggeschraapt en het papier met grote druk tegen de plaat wordt gebracht waarbij de inkt op het papier achterblijft. De gravuretechniek - het aanbrengen van een beeld op een vlak door er in te kerven of te krassen - vormt de basis voor deze vorm van drukken. De gravure is een zeer oude (5000 v Chr.) en veel toegepaste techniek voor de decoratie van religieuze voorwerpen en sieraden. In een gladgeschuurd en gepolijst metalen oppervlak worden met een scherpe beitel - een graveerijzer of burijn - ondiepe groeven gestoken. Al ruim 3000 jaar terug werden gegraveerde ornamenten ingewreven met niëllo. Niëllo is een zwart mengsel van zwavel, koper, zilver en lood dat werd gebruikt als vulling van gegraveerd of geëtste afbeeldingen om de afbeelding te controleren of om de tekening duidelijker zichtbaar te maken. Veel later vormde de niëllotechniek de basis voor het maken van afdrukken van afbeeldingen op wapenuitrustingen en muziekinstrumenten, door inkt in de groeven te brengen, het restant weg te wrijven met een doek en een afdruk te maken op papier of perkament. De afdrukken werden gebundeld en dienden als bewijs van levering en van het vakmanschap van wapensmeden en edelsmeden. De eerste niëllo-afdrukken en oudst bekende afdrukken van kopergravures zijn mogelijk van rond 1430. Etsen is een vijftiende-eeuwse techniek om patronen op metalen voorwerpen te zetten. Die werden bedekt met was waarin een tekening werd gezet waarna het voorwerp in een zwak zuur werd gehouden totdat de afbeelding in het metaal was gebeten. De duur van de behandeling bepaalde de diepte van de groef. Het aanbrengen van de afbeelding in de was lijkt veel meer op tekenen dan op graveren en werd daardoor snel populair onder kunstenaars. In de eerste helft van de 16e eeuw was de uitvinding van het chemisch etsen een enorme verbetering van de techniek. Aanvankelijk was de gravuretechniek eerder een artistieke uitdaging dan een commercieel interessant medium. Kunstenaars als Albrecht Dürer, eind 15e eeuw, en Rembrandt van Rijn waren buitengewoon succesvol met deze techniek. De etstechniek ontwikkelde zich op esthetisch vlak dankzij de kunstenaars sneller dan de ontwikkeling van het losse letterzetten. Het was dus gebruikelijk de tekst van een boek te drukken in boekdruk en de geïllustreerde pagina’s te drukken vanaf een kopergravure. Na het drukken werden de afzonderlijke pagina’s samengevoegd. De overgang van de artistieke naar de industriële diepdruktechniek werd mogelijk door de uitvinding van de fotografie en de technieken om met fototechniek drukvormen te maken. In 1820 was het William Fox Talbot die in staat was een fotografisch beeld over te brengen op een metaalplaat, de photoglyphic gravure. Talbot was een Engelse fotograaf en uitvinder van het negatiefproces - de calotypie of talbotypie - waardoor meerdere afdrukken van een negatief gemaakt konden worden. Met behulp van gelatine coating etste hij lijntekeningen in koper, maar uiteindelijk lukte het hem de techniek te verfijnen en ook halftonen in de plaat te zetten door afbeeldingen te vertalen in zeer kleine stipjes die in grootte en grijstint varieerden. Omdat het voor het afdrukken van halftonen maar ook voor het vasthouden van de inkt in de verdiepte drukvorm noodzakelijk is afbeeldingen te rasteren, was dit een aanzienlijke verbetering van het proces. Maar het was de Tsjechische drukker en boekverkoperdoor Karel Klíč, die zorgde voor de echte doorbraak toen hij in 1879 de heliogravure uitvond. Van Klíč wordt gezegd dat hij zonder kennis van het werk van anderen nooit tot deze uitvinding zou zijn gekomen, maar Klíč was de eerste die de kennis van onder anderen Niepce (uitvinder van de heliografie), Daguerre (uitvinder van de daguerreotypie een voorloper van de fotografie) en Talbot (uitvinder van de grafische reproductie, de calotypie) bij elkaar bracht. Hij kopieerde een fotografisch positief op een koperen cilinder die was bekleed met teer en gelatine dat was belicht met een rasterpatroon. De onbelichte delen spoelde hij weg en etste de cilinder met zuur waardoor de afbeelding verdiept achterbleef. In de jaren daarna ontwikkelde Klíč de techniek door tot de fotogravure, een proces dat tot de computerisering van de filmloze productiefase - zo rond 1960 - heeft stand gehouden. Daarbij wordt eerst een raster en vervolgens een onleesbaar diapositief op pigmentpapier met een gelatinelaag belicht door ultraviolette lampen. Hoe meer licht door het positief valt, hoe meer de gelatine verhard. Na de belichting wordt de gelatinelaag op de cilinder overgebracht. De zachte delen worden uitgewassen, de verharde delen blijven op de cilinder achter waarna de cilinder met chemicaliën wordt geëtst en de afbeelding in de koperen mantel achterblijft. Het te drukken beeld bestaat uit een gerasterd afbeelding van zeer kleine verdiept liggende napjes. De napjes zijn van variabele diepte; hoe dieper het napje, hoe meer inkt en - afhankelijk van de kleur - hoe zwaarder de afdruk. De maximale etsdiepte is 0.05 mm. Na het etsen wordt de drukcilinder ondergedompeld in dunne inkt waarna de overtollige inkt wordt afgestreken met een stalen mes - de rakel - waardoor de inkt alleen achterblijft in de verdiept liggende napjes. Het papier wordt door de drukcilinder met grote kracht tegen de vormcilinder gebracht waardoor de inkt uit de napjes wordt getrokken en op het papier achterblijft. Vóór de ontwikkeling van de elektromechanische gravure in de jaren 1960, werd het vervaardigen van diepdrukcilinders fotochemisch uitgevoerd. Vanaf 1960 werd een origineel op een optische scanner geplaatst en het beeld gedigitaliseerd welk bestand vervolgens een diamanten graveerkop aandrijft die 5000 napjes per seconde snijdt. Nieuwe ontwikkelingen gaan richting lasergestuurd graveren - laseretsen, waarbij de drukcilinder geheel voorzien is van een raster dat wordt bedekt door een kunststoflaag waarin de laser de napjes wegbrandt. Vanwege het stabiele technische concept kunnen diepdrukcilinders met grote snelheid draaien en vrij groot zijn. Sommige rotatiepersen gebruiken cilinders van 3 meter breed, maar een breedte van 40 cm is ook mogelijk. Cilinderdiameters variëren van 6 centimeter tot ruim 1 meter. Hoewel al in 1860 de Franse uitgever Auguste Godchaux een rotatiediepdrukpers ontwikkelde die papier van de rol drukte, een principe waarop moderne diepdrukpersen nog steeds zijn gebaseerd, werd vanaf 1910 de rotogravure ingezet voor het drukken van kranten. In 1913 was de New York Times de eerste die kranten in diepdruk vervaardigde. In 1920 kwam de eerste kleurenpers op de markt en vanwege de toenemende kwaliteit en snelheid volgden andere kranten al vrij snel. Vanaf 1930 werd diepdruk ook gebruikt voor het drukken van verpakkingen, nog in slechts één drukgang. In 1938 werd een vierkleuren diepdrukpers gebouwd voor het drukken van dozen, met een ongekende snelheid van 36.000 dozen per uur. Inmiddels wordt er gewerkt met een papierbaan van drie meter breed en is de productiesnelheid opgevoerd naar 50.000 stuks per uur. Technisch gezien geen enkel probleem, maar om een machine draaiend te houden met een snelheid van 300 meter per minuut, die 7 ton papier per uur bedrukt met een breedte van 3 meter, een capaciteit van 1,2 miljoen druks per etmaal in maximaal 12 kleuren is een hele uitdaging.

 

digitaal drukken

het machinaal produceren van drukwerk - inkt op papier of karton, kunststof - zónder drukvorm, door directe digitale informatie die de hoeveelheid en de positie van de inkt bepaalt. In de meeste gevallen vindt digitaal drukken plaats met een analoge vorm. Zoals bij laserprinten en bij digitale offset waarbij de feitelijke overdracht van de inkt analoog plaatsvindt, maar dat we digitaal drukken noemen. Er zijn feitelijk twee vormen van digitaal drukken. De eerste is non-impact printing (NIP), ook wel genoemd computer to print (CtPrint) of computer to paper (CtPaper) - het drukken zonder drukvorm, zoals laserprinten, inkjet technologie, thermisch printen. De tweede vorm is digitale offset, waarbij een laserbeeldschrijfkop die wordt aangestuurd door een digitaal bestand het af te drukken beeld op een fotogevoelige rol schrijft die elektrostatisch is geladen en voorzien wordt van vloeibare inkt die eerst op een rubberdoekcilinder en via de drukcilinder op het papier wordt overgebracht (vergelijkbaar met traditioneel offset). Digitaal drukken verschilt van alle andere druktechnieken omdat er geen vaste drukvorm wordt aangemaakt; de apparatuur bouwt het beeld - per afdruk of per klus - steeds opnieuw op uit de digitale data. Omdat daardoor de voorbereidingstijd vrijwel ontbreekt, kan er zeer snel - letterlijk op afroep, on demand - geproduceerd worden met kleine oplagen. Zelfs de productie van één exemplaar is mogelijk - Image One Print One (IOPO). Omdat het drukbestand steeds opnieuw wordt opgebouwd kan de inhoud - teksten, beelden - naar wens worden gevarieerd, zodat bijvoorbeeld elke individuele ontvanger maatwerk krijgt toegestuurd. Laser printen is een techniek met droge (xerografie) of vloeibare toner en waarbij het negatieve beeld op een elektrostatisch geladen drum met lasertechnologie wordt ontladen. Aan de overige delen van de trommel hecht zich de toner die met druk en warmte wordt overgebracht op het papier. Laser printen is een vorm van hoogkwalitatief kopiëren en zeer geschikt voor afdrukken in kleur, op papier en karton, kleine oplagen - hooguit 1000 stuks, kleinere formaten en werk met een extreem korte voorbereidingstijd en levertijd. Inkjet printen is een techniek waarbij vloeibare inkt via een printkop met grote precisie en onder hoge druk in de vorm van minuscule druppeltjes op het papier wordt gespoten. We kennen de kleine inkjetprinter voor thuis en op kantoor, maar de professionele inkjetprinter kan tot vijf meter breed printen voor billboards, fleetmarking, vrachtwagendoeken, banners en tentoonstellingsbouw. Bij thermografisch printen wordt thermisch papier - papier met thermische coating - gebruikt en ontstaat het beeld door verhitting met een thermische kop. Magnetografisch printen is vergelijkbaar met laser printen; een kopieertrommel die geladen wordt met het beeld en een droge toner. De drum wordt magnetisch geladen door duizenden magneetkoppen die het te drukken beeld - het beeld dat op papier uiteindelijk zwart zal worden - op de trommel schrijft. Op deze gemagnetiseerde beeldpunten zal een magnetische toner hechten die met druk en hitte op het papier wordt overgebracht en gefixeerd. Per minuut bedrukt de magnetograaf 100 meter, meer dan 475 A4-tjes. Bij digitale offset wordt het beeld geschreven door een laserbeeldschrijfkop, aangestuurd door een digitaal bestand, die de elektrostatische lading van een halfgeleidende laag op een fotogevoelige rol wist. Op de plaatsen waar de laser de trommel belicht verdwijnt de elektrostatische lading waarna de belichte delen worden voorzien van elektrisch geladen vloeibare inkt, die eerst op een rubberdoekcilinder en daarna via de drukcilinder op het papier wordt overgebracht (offset). Het beeld droogt en fixeert onmiddellijk. Nadat alle kleuren zijn aangebracht, is het vel direct gereed voor verdere bewerking. Inmiddels heeft HP een digitale pers op de markt gebracht, de Indigo 50000, met een drukformaat van 75 x 112 cm voor hoogwaardige afdrukken in zes kleuren met naast full color - CMYK - ook licht-cyaan en licht-magenta, die vloeiender beelden en toonovergangen opleveren, plus lichtzwarte inkt voor professionele zwart-witreproducties.

 

digitaal printen

digital printing, is een printtechniek zónder drukvorm, waarbij het beeld als digitaal bestand voor elke afdruk, voor elk vel opnieuw, direct vanuit de computer naar de printer wordt gezonden. Een digitale printer is een productiemachine voor het printen op losse vellen en rollen papier en karton, kunststof, doek, metaal, hout en vele andere materialen, zelfs blik. Digitale printers worden ingezet voor het maken van snelle prints in kleine oplagen of enkele stuks, voor commercieel drukwerk, direct mail, etiketten, kassabonnen, printing on demand, banners, posters, fotoafdrukken, logo’s op relatiegeschenken enzovoorts. Drukvormen of beelddragers (masters), zoals clichés, stempels, drukplaten of films, zijn niet nodig. De meest voorkomende digitale printtechnieken zijn elektrofotografische printen, thermografische printen en inkjet printen, transfer printen, magnetografisch printen en Océ Copy Press. Elektrofotografische printers - zoals laser printers en xerografische printers - werken volgens het principe van de kopieermachine, met droge toner. Op een geheel elektrostatisch geladen drum, waarop de niet-drukkende delen van het beeld met een laser worden ontladen, hecht aan de overige delen de toner die met druk en warmte wordt overgebracht op het papier. Bij thermografisch printen wordt thermisch papier - papier met thermische coating - gebruikt en ontstaat het beeld door verhitting met een thermische kop. Bij inkjet printen wordt gebruik gemaakt van vloeibare inkt die met grote precisie onder hoge druk in de vorm van minuscule druppeltjes op het papier wordt gespoten. Inkjet wordt vooral ingezet voor drukken op zeer groot formaat, zoals banners, posters, reclameborden en geveldoeken. Transferprint is een printtechniek die wordt gebruikt voor het printen van logo’s en teksten op stof, bijvoorbeeld t-shirts. Met transferinkt wordt een spiegelbeeldige afbeelding op een dragervel geprint, waarbij met warmte en druk het beeld wordt overgedragen (transfer) op de stof. Magnetografisch printen is vergelijkbaar met laserprinters; een kopieertrommel en droge toner. De drum wordt niet elektrostatisch maar magnetisch geladen door duizenden magneetkoppen die het te drukken beeld - het beeld dat op papier uiteindelijk zwart zal worden - op de trommel schrijft. Op deze gemagnetiseerde beeldpunten hecht een magnetische toner die met druk en hitte op het papier wordt overgebracht en gefixeerd. Per minuut bedrukt de magnetograaf 100 meter, meer dan 475 A4-tjes. Océ Copy Press is een elektrofotografische techniek die is te vergelijken met offset. Bij Océ Copy Press wordt een geleidende drager waarover een extreem lichtgevoelige fotogeleider is gecoat, opgeladen en met een elektrofotografie LED-printkop belicht. Op niet-belichte plaatsen blijft een geladen beeld staan waarop een toner wordt aangebracht. Een overdrachtsrol neemt de toner over en geeft het beeld door aan het papier.

 

digitale Cromalin

een kleurgekalibreerd, gecertificeerd, digitaal high-res inkjet proefsysteem op basis van kleurprofielen, voor de vervaardiging van drukproeven voor vierkleurendruk, CMYK-proeven, een referentie in het printproces en drukproces.

 

digitale brochures

digitale brochure, een digitale of responsive online presentatie naar analogie van de gedrukte brochure, met iets dat lijkt op een omslag, een inhoudsoverzicht, en min of meer bladerbare pagina’s. De gedrukte brochure biedt een tamelijk dwingend aanbod om lineair te lezen; van omslag tot omslag, van voren naar achteren. Ook de digitale brochure gaat uit van dit principe; het gebruik op beeldscherm is daarbij het uitgangspunt, voor desktop, tablet en smartphone. Anders dan de gedrukte onveranderbare brochure, vereist de digitale brochure vanwege de online publicatie dat deze altijd up-to-date wordt gehouden. Content kan immers eenvoudig worden gewijzigd en zorgt ervoor dat lezers altijd beschikken over de actuele informatie. De verplichting tot onderhoud lijkt op een zwakte van de digitale brochure, maar het is een grote kracht. Op die manier kan de brochure altijd relevant worden gehouden, terwijl productiekosten niet gemaakt worden en verspreiding eenvoudig plaatsvindt, bijvoorbeeld via social media. De digitale brochure heeft ook een andere positie in de communicatie dan de fysieke brochure. Bij de laatste ontbreekt het aan vindbaarheid – een op papier gedrukte brochure wordt toegezonden en laat zich niet vinden zoals dat bij online informatie gebeurt. Bij digitale brochures is dat anders; die kan op allerlei manier online gevonden worden. Elke klant heeft andere behoeften en andere vragen en zoekt online ook anders, met andere zoektermen op zoek naar andere antwoorden. Een extra voordeel voor de aanbieder van informatie van de online presentatie is de mogelijkheid om te leren van het zoekgedrag van de bezoekers. Met de analyse van de statistieken van de bezoekgegevens wordt de content en het klantprofiel van de digitale online brochure voortdurend geoptimaliseerd en verder gepersonaliseerd. Met die kennis wordt ook de conversie verhoogd, de vormgeving aangepast, het aanbod geactualiseerd, de interactie verhoogd en de digitale brochure verder online, via social media gedeeld.

 

digitale offset

het machinaal produceren van drukwerk direct vanuit een digitaal bestand. Bij digitale offset wordt het beeld gevormd door een laserbeeldschrijfkop die wordt aangestuurd door een digitaal bestand dat het af te drukken beeld op een fotogevoelige rol schrijft die elektrostatisch is geladen. De fotogevoelige rol wordt op de belichte delen voorzien van elektrisch geladen vloeibare inkt die eerst op een rubberdoekcilinder en daarna via de drukcilinder op het papier wordt overgebracht (offset). Het beeld droogt en fixeert onmiddellijk. Nadat alle kleuren zijn aangebracht, is het vel direct gereed voor verdere bewerking. Omdat de overdracht van het beeld op analoge wijze via een rubberdoek plaatsvindt is hier feitelijk geen sprake van digitale offset, maar wordt het zo vaak genoemd.

 

digitale spotvernis

het plaatselijk vernissen van het drukwerk met een digitale printer en toner. Doorgaans gebeurt vernissen op een offsetpers in een speciale extra drukgang met blanke lak. Het voordeel van digitale spotvernis ten opzichte van offset is dat deze vorm van drukwerkveredeling al in een kleine oplage mogelijk en betaalbaar is. Het effect van digitale spotvernis is wel iets minder dan in offset. Een beter resultaat is te verkrijgen door het drukwerk eerst mat te lamineren.

 

Digitale Stad

een internetgemeenschap met de stad als metafoor, met cafés (chatrooms), huizen (homepages van particulieren), postkantoor (e-mail). In 1994 in Amsterdam opgericht en in 1999 verkocht. Vervolgens werd in 2001 de Echte Digitale Stad opgericht, met een tweedehands server met gratis e-mail en webruimte.

 

direct mail

DM, een van de communicatiedisciplines, een vorm van directe reclame, meestal in de vorm van een nogal uitnodigende of aanmoedigende en op naam gezette – geadresseerde - brief, folder, briefkaart of een mailpack - een verzameling objecten in één zending, bijvoorbeeld een brief, een antwoordkaart, een folder en een kraskaart.  De afzender bepaalt zelf de planning - timing en omvang - weet dus altijd aan wie het DM-poststuk is gericht en wie de boodschap ontvangt waardoor men de verwerking van de respons in de hand heeft. Het doel van direct mail is het verzamelen van gegevens, maar primair gaat het om het genereren van response, waarbij het draait om verkoop of het maken van een afspraak, of om aankoop, bestelling of donatie. DM wordt ingezet bij acties, prijswijzigingen, beurzen en seminars. Ook de e-mailing en zelfs de faxmailing is een vorm van DM. Het papieren poststuk is de meest effectieve manier van communiceren, een e-mailing verdwijnt nogal eens als spam in de prullenbak en de zwakte van de faxmailing is dat het papier van de geadresseerde nodig is. Bij direct mail kan met mailtechnieken een grote groep ontvangers snel en gecontroleerd worden benaderd. De meest effectieve vorm van DM is als het mailstuk zich direct en zo persoonlijk mogelijk richt tot een vooraf geselecteerd publiek – adressenbestand. De effectiviteit van direct mail wordt sterk bepaald door de aard, stijl, toon, samenstelling en vormgeving van het DM-pakket.

 

direct marketing

letterlijk: direct contact met de doelgroep, zoals direct response advertising, direct mail, telemarketing, persoonlijke verkoop e.d. Het ultieme doel is een één-op-één relatie met de geadresseerde, zodat een perfect beeld en profiel van die relatie ontstaat en respons leidt tot een afspraak of tot verkoop.

 

dispersielak

of waterbakvernis, een technische oppervlaktebehandeling in de drukkerij, na het drukken van de kleuren wordt als laatste drukgang van de pers een laklaag aangebracht over het hele drukvel. Het drukwerk krijgt daardoor een mooie matte vernis én wordt beschermd tegen beschadigingen zodat het direct gereed is voor verdere verwerking, zoals het snijden, vouwen, vergaren, binden. Dispersielak is op waterbasis (geurloos, reukloos) en daardoor geschikt voor verpakkingen van levensmiddelen.

 

display

een vorm van productpresentatie, een compacte verkoopstandaard, een schap, uitstalling of rek in de vorm van een kartonnen of kunststof ruimtelijk object, als tijdelijk extra verkooppunt voor nieuwe producten, als een etalage, ter ondersteuning of stimulering van een impulsverkoop bij een actie of aanbieding, geplaatst in een verkoopomgeving, op de winkelvloer of toonbank, bijvoorbeeld in een warenhuis, toonzaal, beurs of bouwmarkt. Displays zijn er in verschillende groottes en uitvoeringen, zoals de productdisplays, toonbankdisplay, de vloerdisplay, folderdisplay, shop-in-shop displays, en worden vervaardigd uit kunststof, hout, karton, metaal of een combinatie van deze materialen.

 

display advertising

een vorm van online adverteren, met een tekstadvertentie, een banner, image of video, zichtbaar op zoekmachines, websites en social netwerken en getoond op alle devices, zoals desktop, laptop, tablet en smartphone (mobile advertising). Display advertising is gericht op het profiel van de specifieke bezoeker - die bijvoorbeeld zoekt op ’nieuwe laptop kopen’ en waarbij het draait om traffic en conversie, als de bezoeker van de website overgaat tot actie, tot aankoop, aanvraag of het downloaden van documentatie. Display advertising is een vorm van betaalde reclame waaraan kosten zijn verbonden, een financiële vergoeding die aan de website-eigenaar wordt betaald. De hoogte van die vergoeding is afhankelijk van het aantal impressies - het aantal malen dat een banner getoond wordt; het aantal clicks - aantal keer dat de bezoeker op de banner klikt; of het aantal orders - leads - het aantal aankopen dat voortkomt uit het klikken op een banner. Aanbieders van display advertising bezitten veel informatie over het profiel van de bezoekers hun website - zogenaamde targeting, zodat de adverteerder veel mogelijkheden heeft om zeer specifieke doelgroepen te benaderen.

 

distributie

het distribueren van het zetwerk, het uiteenhalen van de zetvorm. Hoogdrukvormen die zijn samengesteld uit handzetsel, machinezetsel, lijnen, ornamenten en wit worden ná het drukken uiteengenomen  - gedistribueerd - voor hergebruik. Machinezetsel - tekst uit één stuk in vaste regels gegoten - wordt niet hergebruikt, maar omgesmolten tot loodstaven voor het gieten van nieuw machinezetsel. Het uiteen nemen van de hoogdrukvorm en het nauwkeurig terugleggen van alle afzonderlijke delen in de juiste laden, loketten en kasten, wordt distribueren genoemd. Distribueren is nauwkeurig werk, omdat verkeerd teruggelegd materiaal - een distributiefout - het efficiënt werken van de handzetter belemmerd. Een distributiefout leidt tot een kastfout waardoor een zetfout ontstaat.

 

divisie

afbreekteken of koppelteken.

 

doekzijde

de onderzijde van de papierbaan in de papiermachine die op het zeefdoek ligt en die een doekstructuur achterlaat in het papier. De bovenzijde van de papierbaan wordt viltzijde genoemd en laat geen structuur op het papier achter.

 

doka

donkere kamer, lichtdichte ruimte in een werktekenstudio, offsetdrukkerij (vroeger zelfs clichéfabriek), waar een reprocamera staat voor de opname van opzichtmodellen, een vergrotingskoker voor het afdrukken van kleinbeeld-negatieffilms en apparatuur voor het ontwikkelen en drogen van belichte films en papier. In de doka wordt rood en geel licht gebruikt.

 

domeinnaam

domain name, een unieke adresnaam op het internet. De domeinnaam staat voor een numeriek adres, het IP-adres, vergelijkbaar met postcode en telefoonnummer.

 

doming

domingstickers, een vorm van drukwerkveredeling, waarbij over vinylstickers met een bedrukking een glashelder laagje kunsthars wordt gegoten, waardoor een opdikkende, bolvormige sticker ontstaat met een krasvaste en luxe uitstraling. Domingstickers zijn in alle vormen en afmetingen te maken en door een combinatie van inkten en materialen is veel mogelijk. Domingstickers zijn duurzaam, kleurbestendig, uv-bestendig en bestand tegen agressieve stoffen.

 

doorschijnen

bepaalde eigenschap van papier waardoor de druk aan de keerzijde zichtbaar wordt. Opaciteit wordt de mate van ondoorschijnendheid van papier genoemd.

 

doorzichtmodel

een transparant model waar licht doorheen kan vallen, zoals een dia of film. Een reproductie camera of een diascanner werkt bij een doorzichtmodel met doorvallend licht.

 

doubleren

een drukfout, een ongewenst technisch verschijnsel in de drukkerij, kan leiden tot het afkeuren van drukwerk door de opdrachtgever. Doubleren, sjabloneren en dubbeldrukken zijn verschijnselen die ontstaan vanwege speling in de offsetpers, in de offsetplaat of het rubberdoek waardoor de nieuwe overdracht van de plaat naar het rubberdoek iets verschilt ten opzichte van een eerste omwenteling waardoor het inktrestant daarvan iets naast de nieuwe druk komt te staan.

 

downloaden

het binnenhalen van gegevens (tekstbestanden, foto’s, muziek, films en games) van een computer naar je eigen computer. Kan ook van een usb-stick of een digitale camera.

 

dot

een rasterpunt met een vaste kleurdichtheid bij een variabele grootte.

 

dots

beeldpunten voor de opbouw van drukwerk en foto’s (2400 dots per inch, DPI) en voor beeldschermen (72 pixels per inch, PPI).

 

DPI

dots per inch, aantal beeldpunten per inch (aantal punten op een lengte van 2,54 cm), waarmee de resolutie, de fijnheid van de uitvoer van een digitale drukpers, een printer, afdruk of digitale foto wordt uitgedrukt. Hoe hoger het DPI-getal, hoe groter de detaillering. Niet te verwarren met PPI, pixels per inch, de opbouw voor beeldschermen.

 

draaien

een van de manieren – naast stolpen en keren – om het drukvel te roteren en opnieuw door de drukpers te voeren. Draaien is het drukvel 180 graden om de z-as roteren, zodat de voor- en achterzijde van het vel gelijk blijft; om het papier aan dezelfde zijde te bedrukken.

 

driegen

het hechten van losse bladen en katernen tot een geheel (een boek), door ze handmatig buitenom te naaien met een steek die evenwijdig loopt aan de rug.

 

driehoeksborden

A0-reclameborden, sandwichborden, aankondigingsborden, wisselborden, tweevlaksborden, drievlaksborden, een  vorm van buitenreclame, onverlichte reclameborden met de naam van het formaat A0 (118,9 x 84,1 cm), vaak geplaatst rond lichtmasten of ander straatmeubilair. De reclame is tijdelijk, bijvoorbeeld vanwege een lokaal evenement of een kermis. De borden zijn niet verlicht.

 

drieslagfolder

een folder met twee vouwlijnen en zes pagina’s. Er drie manieren om te vouwen: luikvouw (af altaarvouw), wikkelvouw of zig-zag.

 

drip

DRIP, Dynamisch Route Informatie Paneel, informatiepanelen boven of langs de rijbaan van snelwegen, voor het verstrekken van verkeersinformatie en route-informatie. Bij evenementen worden ook andere boodschappen gecommuniceerd.

 

droedel

allereerste handgetekende of -geschreven conceptaanzet voor een creatie. Kan een aanzet zijn voor een design, maar ook een tekst, animatie, video.

 

drukfout

een technisch verschijnsel in de drukkerij, met een ongewenst effect op de kwaliteit van het drukwerk dat om die reden door de opdrachtgever zelfs geheel afgekeurd kan worden. Een drukfout wordt veroorzaakt door verkeerde voorbereiding (zoals verkeerd raster, verkeerde drukproeven), onjuiste afstelling van de drukpers (teveel of te weinig inkt of water, verkeerd droogpoederen, speling of onjuiste positie op het papier), onvoldoende controle van de drukvorm (beschadiging, kaallopen, blindlopen), onjuiste materialen (verkeerd papier, ongeschikte inkt) of onjuiste afwerking (verkeerd gesneden, verkeerd gevouwen). Er zijn in een dagelijks drukproces meer dan 140 potentiële veroorzakers van drukfouten. Drukfouten worden voorkomen door gecontroleerde, gestandaardiseerde of gecertificeerde processen. Een zetfout wordt ten onrechte nog wel eens een drukfout genoemd, maar de drukker heeft geen invloed op de aangeleverde drukvorm, dus ook niet op de juistheid van de tekst.

 

drukformaat

maximaal drukkend oppervlak op een bepaalde drukpers. Het drukformaat is altijd kleiner dan het maximale papierformaat, omdat een drukpers niet aflopend kan drukken.

 

drukgang

één behandeling of één doorgang door de drukpers. Als een drukwerk in één kleur is gedrukt noemt men dat drukwerk in één drukgang, maar bij een vierkleurenpers wordt het drukken in vier kleuren één drukgang genoemd. In principe is er geen limiet aan het maximaal aantal drukgangen, hoewel drukpersen maximaal tien kleuren in één drukgang kunnen maken. Zijn er meer kleuren nodig, dan zal het papier nogmaals door de drukpers moeten; een tweede drukgang.

 

drukinkt

verf die gebruikt wordt op drukpersen voor de vervaardiging van drukwerk, een taai stroperige chemische vloeistof die bestaat uit een opgeloste kleurstof, een fijn verdeeld pigment, een oplosmiddel en een bindmiddel. Drukinkt wordt door verwrijvende rollen verdeeld over de drukvorm die de inkt middels persing - bij alle druktechnieken wordt druk uitgeoefend - overdraagt op papier. Alle druktechnieken verlangen specifieke eigenschappen die de inkt geschikt maakt voor een optimaal proces: linieerinkt, flexografische inkt, rotatiediepdrukinkt, krantenrotatie-inkt, boekdrukinkt, smoutinkt, romaninkt, heat-set inkt.

 

drukkerstroost

een kleurloos oplosmiddel voor drukinkt, dat tot 1960 in de boekdrukkerij en zetterij werd gebruikt om hoogdrukvormen en zetmateriaal te reinigen. Na het drukken wordt een hoogdrukvorm gereinigd om het aandrogen van aangekoekte drukinkt en papierstof te voorkomen. Het zetwerk wordt immers na het drukken gedistribueerd voor hergebruik, opgeslagen met het oog op herdrukken óf omgesmolten om het lood opnieuw te gebruiken op de regelzetmachine. Het reinigen van de drukvorm gebeurt ook om het omsmelten zo schoon mogelijk te laten plaatsvinden en om het nieuwe lood zo zuiver mogelijk te hergebruiken. Het reinigingsmiddel wordt bewaard in koperen doseerkannen en wordt gebruikt in combinatie met een borstel waarmee de vorm wordt geschrobd en een poetsdoek om de vorm te drogen. Het gebruikt van drukkerstroost is inmiddels verboden.

 

druklak

technische behandeling van het papier in de drukkerij, oppervlaktebehandeling in de drukpers als laatste drukgang, met drukinkt zonder pigmenten, dus zonder kleur, maar met mat of glans effect.

 

drukletters

in de grafische industrie verkrijgbare letters, geschikt voor grafisch gereedschap (loden of houten letters voor het handzetten), machinale verwerking (zetmachines, gietmachines), fotografische zetmachines, gebruik op pagina-opmaaksystemen, in tekensoftware en software voor tekstopmaak en -bewerking.

 

drukproblemen

drukfouten, ongewenste verschijnselen in de drukkerij tijdens het drukken, zoals kaallopen, blindlopen, spanjolen, krullen, pasverschillen, parelen, doubleren, sjabloneren, watervlaggen, vochtpluk, wolkerigheid, blisteren, spookbeeld, schaduwbeeld, doorslaan, overzetten, oplopen, plakken, koeken en puntverlies. Fouten in de tekst worden vaak onterecht drukfouten genoemd, maar zijn strikt genomen zetfouten.

 

drukproef

een fotokopie, digitale (kleur)print, een andere afdruk, of een digitaal (PDF)-model of voorbeeld van het te produceren drukwerk waarin (nog) correcties kunnen worden aangebracht.

 

druktechnieken

het samenspel van mensen, handelingen, materialen, apparatuur en machines om visuele informatie en boodschappen - beelden en teksten - te genereren, te reproduceren of te vermenigvuldigen op dragers, zoals vellen of rollen papier, doek, kunststof of ruimtelijke objecten. De grafische industrie kent uiteenlopende druktechnieken: techniek voor zeer snelle levertijden, voor het drukken van zeer grote oplagen of zeer kleine oplagen, voor het drukken van extreem hoge kwaliteit of zeer moeilijk bedrukbare materialen, het drukken van extreem kleine of extreem grote formaten. Techniek die geschikt is voor het bedrukken van een enkel t-shirt, voor het printen van drie miljoen verschillende mailingbrieven, voor het drukken van 1000 vlaggen of voor het bedrukken van schaatspakken in verschillende maten, van 200 paraplu’s voor een evenement, twaalf verschillende posters op A0-formaat in een oplage van één, 500 wijnetiketten met goudfolie en blinddruk, 5.000 glanzend gelamineerde brochures, 50.000 catalogi op ongestreken papier, 500.000 kranten in kleur, 5.000.000 stembiljetten in zwart of 50.000.000 bierblikjes. Het is zeer afhankelijk van de ondergrond, van het aantal, de levertijd, het levermoment en de kwaliteit welke druktechniek wordt gekozen. Geen enkele drukkerij beschikt over alle mogelijkheden. Het machinepark dat in één drukkerij staat is afgestemd op een min of meer specifieke toepassing - bijvoorbeeld rollenoffset, grootformaat-zeefdruk, het printen van briefmailings of het bedrukken van T-shirts of relatiegeschenken. Voor elke specifieke vraag wordt een andere techniek betrokken. De meest voorkomende druktechnieken zijn: hoogdruk of boekdruk (letterset), offsetdruk, diepdruk, flexodruk, zeefdruk, transferdruk, tampondruk, sublimatiedruk en digitaal druk. Hoogdruk of boekdruk is een hoogdrukprocedé, dat vanaf de uitvinding van de boekdrukkunst - het langs mechanische weg vervaardigen van boeken en het zetten met losse metalen letters, zo rond 1430 - tot de komst van het fotografisch zetten en de offsetdruktechniek in 1960 in gebruik is geweest als de meest toegepaste techniek voor het vervaardigen van alle uiteenlopende soorten drukwerk - van visitekaartjes tot boeken en kranten. Hoogdruk is een techniek waarbij de drukkende delen verhoogd liggen en de niet-drukkende delen lager liggen en waarbij de inkt, met een rol aangebracht op de verhoogde delen, met grote kracht op papier wordt gedrukt zodat de inkt daarop achterblijft. Hoogdruk is herkenbaar aan de grote kracht die de drukvorm uitoefent op het papier en die aan de achterzijde als doordruk - zogenaamde moet - zichtbaar kan zijn. De omschakeling van het zetten met loden letters naar fotografisch zetten en van hoogdruk naar offsetdruk, betekende vanaf 1960 het begin van het einde van de hoogdruk in de grafische industrie. Offset is de druktechniek die het lood - de hoogdruk - heeft verdrongen. Bij offset liggen de drukkende en de niet-drukkende delen op één niveau, die respectievelijk vochtafstotend en vochtaannemend worden gescheiden. Offset is een druktechniek waarmee vrijwel alle papiersoorten en papierformaten kunnen worden bedrukt in een extreem hoge kwaliteit in een of meerdere kleuren, van eenvoudige een-kleurenpersen tot meer-kleurenpersen, tot 10 kleuren tegelijk. Van eenvoudig huisstijldrukwerk, zoals visitekaartjes, briefpapier en enveloppen in kleine oplagen, tot posters, brochures, folders, jaarverslagen en boeken in middelgrote oplagen (zo’n 100.000 stuks). Voor hogere oplagen tot een miljoen stuks, onder andere tijdschriften en kranten, wordt rotatieoffset gebruikt - het drukken op de rol in plaats van vel voor vel. Diepdruk is een druktechniek waarbij de drukkende delen als minuscule napjes verdiept zijn aangebracht in grote een metalen cilinder. De napjes worden gevuld met inkt waarna het papier, op een rol van vaak enkele meters breed, door druk in de napjes wordt geperst en de inkt wordt overgedragen op het papier. Diepdruk is een gemiddeld goede druktechniek, vooral geschikt voor het drukken met grote snelheid en extreem hoge oplagen met veel pagina’s, zoals catalogi en tijdschriften, maar ook verpakkingen. Flexodruk word gebruikt voor verpakkingen, etiketten, plastic tasjes en papieren draagtassen. Er wordt gedrukt met flexibele, kunststof, maar ook metalen drukvormen waarop de drukvorm verhoogd is aangebracht. Daardoor is flexodruk zeer geschikt voor ruwe materialen en wordt de techniek gebruikt in de verpakkingsindustrie voor grote oplagen en flexibele verpakkingsmaterialen, zoals papier, karton, textiel, kunststof, aluminiumfolie en golfkarton, bijvoorbeeld voor inpakpapier, vleeswarenzakjes, dozen, draagtassen. Zeefdruk is een techniek voor het drukken met zeer sterke, dikke inktlagen met hoge kleurkracht, goed bestand tegen zonlicht en weersinvloeden, op vrijwel alle materialen, zoals kunststof, glas, hout, metaal, textiel, papier en karton. Zeefdrukken kan op zeer grote formaten en is geschikt voor gemiddeld hoge oplagen, maximaal 10.000 stuks, met name voor buitentoepassingen, zoals spandoeken, verkeersborden, reclameborden, bewegwijzering. Transferdruk is een druktechniek die geschikt is voor het drukken van logo’s en teksten op stoffen, sportkleding, werkkleding, petjes. Met transferinkt worden in zeefdruk spiegelbeeldige afbeeldingen aangebracht op een dragervel dat op de te bedrukken stof wordt gelegd. Hitte en druk zorgen voor de overdracht van de transferafbeelding op de stof. Naast deze zeefdruktransfer is er ook de digitale transfer die op een eenvoudige consumentenprinter kan worden uitgevoerd en een snel, eenvoudig, goedkoop, maar ook minder duurzaam resultaat geeft. Tampondruk is een druktechniek waarbij het drukkende beeld verdiept in een metaalplaat ligt, gevuld wordt met inkt die met een tamponvormige stempel van siliconenrubber uit de vorm wordt getrokken en wordt overgedragen op een object. Deze techniek leent zich bijzonder voor het bedrukken van niet vlakke en niet gladde oppervlakken, rond, bol, hol en ruw, zoals glazen, pennen, usb-sticks en servies. Sublimatie druk is een techniek waarbij een afbeelding met hitte en druk in een kunststof wordt vergast. Sublimatie-inkten hebben de eigenschap om bij een bepaalde temperatuur te veranderen in gas. Bij het afkoelen sluit het materiaal de inkt op waardoor de opdruk extreem duurzaam is. Het beeld bevindt zich niet aan de oppervlakte maar maakt deel uit van het oppervlak. Digitaal drukken is een vorm van drukken waarbij het digitale bestand direct vanuit de computer naar de drukpers wordt gezonden, een vorm van non-impact printing (NIP) - drukken zonder drukvormen, zoals stempels of offsetplaten of sjablonen. Er zijn twee vormen van digitaal drukken. De eerste is digitaal printen, zoals laserprinten, inkjet technologie, thermisch printen en magnetografisch printen. De tweede vorm is digitale offset, waarbij een digitaal bestand een laserschrijfkop aanstuurt die het af te drukken beeld op een fotogevoelige rol schrijft, voorzien wordt van vloeibare inkt die via een rubberdoek en een tegendrukcilinder wordt overgebracht naar het oplagepapier (offset). Digitaal drukken verschilt van alle andere druktechnieken omdat er geen vaste drukvorm wordt aangemaakt; de apparatuur bouwt het beeld steeds opnieuw op uit de digitale data waardoor elke afdruk variabele data kan bevatten. Laser printen is een techniek waarbij de niet-drukkende delen van het beeld op een elektrostatisch geladen drum met een laserstraal worden ontladen. Aan de overige delen van de trommel die nog steeds statisch geladen zijn, hecht zich de toner die met druk en warmte wordt overgebracht op het papier. Laser printen is een vorm van hoogkwalitatief kopiëren en zeer geschikt voor afdrukken in kleur, op papier en karton, kleine oplagen - hooguit 1000 stuks, kleinere formaten en werk met een extreem korte voorbereidingstijd en levertijd. Inkjet printen is een techniek waarbij vloeibare inkt met grote precisie en onder hoge druk in de vorm van minuscule druppeltjes op het papier wordt gespoten. We kennen de kleine inkjetprinter voor thuis en op kantoor, maar de professionele inkjetprinter kan tot vijf meter breed printen voor billboards, fleetmarking, vrachtwagendoeken, banners en tentoonstellingsbouw. Ricoh levert een rotatie-inkjetprinter die de top van offsetdrukwerk benadert: deze machine drukt met inkt op waterbasis, vergelijkbaar met offset-inkt, met een resolutie van 1200 of 2400 dpi, met snelheden tot 150 meter per minuut, dus 130.000 A4-afdrukken per uur op papier tussen de 40 en 300 grams/m2. Bij thermografisch printen wordt thermisch papier - papier met thermische coating - gebruikt en ontstaat het beeld door verhitting met een thermische kop. Magnetografisch printen is vergelijkbaar met laserprinters; een kopieertrommel en droge toner. De drum wordt niet elektrostatisch maar magnetisch geladen door duizenden magneetkoppen die het te drukken beeld - het beeld dat op papier uiteindelijk zwart zal worden - op de trommel schrijft. Op deze gemagnetiseerde beeldpunten hecht een magnetische toner die met druk en hitte op het papier wordt overgebracht en gefixeerd. Per minuut bedrukt de magnetograaf 100 meter, meer dan 475 A4-tjes. Bij digitale offset wordt een laserbeeldschrijfkop aangestuurd door een digitaal bestand die het af te drukken beeld op een fotogevoelige rol schrijft die elektrostatisch is geladen. De fotogevoelige rol wordt op de belichte delen voorzien van elektrisch geladen vloeibare inkt die eerst op een rubberdoekcilinder en via de drukcilinder op het papier wordt overgebracht (offset). Het beeld droogt en fixeert onmiddellijk. Nadat alle kleuren zijn aangebracht, is het vel direct gereed voor verdere bewerking.

 

drukvel

een bedrukt vel papier uit de oplage.

 

drukvorm

een drager voor inkt of toner om een afbeelding of tekst op het te bedrukken materiaal - bijvoorbeeld papier - over te brengen. Een drukvorm is analoog; een fysiek object van metaal of kunststof dat handmatig (houtsnede, linoleumsnede), machinaal (hoogdrukletter, machinezetsel), elektronisch (fotozetmachine) of digitaal (pdf-bestand, scan) vervaardigd kan zijn.

 

drukwerkveredeling

alle behandelingen die bepaalde eigenschappen aan papier geven (of karton) die niet met drukken bereikt kunnen worden, veelal een technische bewerking van papier ná het drukken. Bedrukt papier is een halffabrikaat en er zijn doorgaans handelingen nodig om het gebruiksklaar te maken. Bijvoorbeeld als voorbereiding op de afwerking: vouwen, stansen, rillen, ritsen, perforeren, boren. Of ter bescherming: persvernis, glanslaminaat, matlaminaat. Of ter verfraaiing: spotvernis, UV-lak, preegdruk, embossing, debossing, foliedruk. Of een bewerking vanwege een specifieke functie: lijmen, glow-in-the-dark inkt, scratch off inkt, geurinkt, koelkastinkt, peel off inkt.

 

DTP

desktoppublishing, de fase die aan de productie of vermenigvuldiging het grafisch bedrijf vooraf gaat. Het bewerken en opmaken van documenten voor drukwerk en grafische publicaties, zoals flyers, boeken, brochures, magazines en digitale publicaties voor internet, vervaardigd op een personal computer en een softwarepakket, DTP-pakket, zoals QuarkXpress, Pagemaker of Indesign.

 

DTP-er

een grafisch specialist die uitvoerend technisch werk verricht in een grafisch bedrijf, aan drukwerk en grafische publicaties, met behulp van een pc - een Apple of Windows-computer - en een softwarepakket, DTP-pakket, zoals QuarkXpress, Pagemaker of Indesign.

 

dubbelvouwgetal

is het aantal keren dat papier kan worden gevouwen zonder dat het breekt of scheurt. Lompenpapier voor bankbiljetten heeft een zeer hoog getal, krantenpapier heeft een relatief laag getal.

 

Duitse komma

’slash’ of schuine streep /.

 

dummy

blanco testmodel, proefmodel van een boek, verpakking, folder, om de fysieke hoedanigheid te testen en optimaal inzicht te krijgen in technische haalbaarheid, de productietijd en -kosten.

 

duotoon

afbeeldingen (foto’s) gedrukt in twee kleuren, in een kleurcombinaties of met dezelfde kleur in de tweede drukgang met verschillende gradaties.

 

duplex

afbeeldingen gedrukt in twee kleuren, met een speciale drukvorm voor de donkere kleur en een drukvorm voor de lichte kleur. Kan ook een foto in een kleur zijn met een andere, vlakke achtergrondkleur.

 

duplex karton

gekoetst karton dat bestaat uit meerdere lagen die tijdens het productieproces nat in elkaar zijn gebracht, dus niet geplakt. Het karton is samengesteld uit grijs basismateriaal met een witte deklaag, meestal eenzijdig houthoudend of houtvrij, gestreken of ongestreken papier.

 

duplokarton

een karton- of papiersoort waarbij twee gelijke vellen in het productieproces nat in elkaar zijn gekoetst met de zeefzijden tegen elkaar waardoor papier ontstaat met twee indentieke zijden.

 

duurzame communicatie

interactieve communicatie op basis van transparante, volledige en concrete informatie. Geen monoloog maar dialoog, niet lineair maar interactief, niet de informatievergarende organisatie maar de informatie-lerende organisatie. Communicatie tussen mensen, niet tussen bedrijven. Door duurzaam te communiceren met traceerbaar bewijs neemt de geloofwaardigheid van de communicatie toe. Duurzame communicatie is gericht op de lange termijn, op een  langdurige relatie met betekenisvolle, waardevolle medewerkers en relaties en ontstaan vanuit bewustzijn, niet vanuit verplichting. Marketing gestuurde reclame lijkt in een oververhitte wereld van elkaar najagende korte-termijn spelers soms een onontkoombare sport - in kroegen wordt vaak nogal opgewonden over dit verschijnsel verslag gedaan - maar op lange termijn houdt deze omgangsvorm geen stand. De échte onontkoombare stap is duurzame communicatie. Van duurzame communicatie is sprake als communicatie zich niet alleen houdt aan de wet- en regelgeving, maar zich ook houdt aan fatsoensregels die gericht zijn op draagvlak, op betrokkenheid, op het geven van het goede voorbeeld, op gezag door mentaal leiderschap. Dit is iets anders dan communiceren óver duurzaamheid, over duurzame voornemens en ambities, iets anders dan rijden met schone vrachtwagens of drukken op FSC- en PEFC-gecertificeerd papier. Duurzame communicatie gaat vooral over het totaal - gedrag, boodschap en communicatiemiddelen. Het betreft niet alleen de communicatieactiviteiten van de commerciële afdelingen - zoals sales en marketing - maar alle afdelingen en alle momenten in het traject die de klant aflegt door de organisatie; van eerste welkomstmail, tot en met de nazorg.

 

dvd

digital versatile disc, digitaal opslagmedium, een optische schijf met een diameter van 12 centimeter. Aanvankelijk ontwikkeld voor de opslag en distributie van dvd-films. Later bleek dat het medium voor alle vormen van digitale opslag geschikt was, zoals software en databestanden. 

 

start a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

start a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

 

HSTotaal woordenlijst:
van dagblad tot dvd.

Verklaringen van communicatiebegrippen, design dialect, reclametaal, ontwerpwoorden, vormgeversjargon, typografische vaktaal, dtp-kreten, grafische uitdrukkingen, drukkerslatijn, papiertermen en van enige creatieve wartaal.

 

d

dagblad

courant, een vorm van massamedia, een dagelijks verschijnend nieuwsblad - zes maal per week - en gedrukt op papier, in een omvang van meerdere pagina’s, tegen betaling aangeboden aan abonnees en ook los verkocht. Dagbladen hebben een eigen signatuur, vormgeving, stijl en geluid en zijn van hun inkomsten afhankelijk van abonnees maar nog meer van adverteerders. Dagbladen worden samengesteld door redacties en zijn eigendom van uitgevers. De oudste en nog steeds verschijnende krant ter wereld is het Haarlems Dagblad. Deze krant is samengegaan met de Opregte Haarlemsche Courant, sinds 1656 uitgegeven onder de titel Weeckelycke Courante van Europa en later onder de naam Oprechte Haerlemsche Courant, uitgegeven door de Haarlemse drukker Abraham Casteleyn.

 

dagbladreclame

een betaalde vorm van massacommunicatie. Reclame in dagbladen vindt plaats middels advertenties, een betaalde ruimte van een bepaalde grootte, tegen een bepaald tarief. Andere vormen van reclame in dagbladen zijn het opnemen van bijsluiters – losse folders of brochure die in de krant worden ingestoken – en het drukken van pagina’s of katernen onder redactie van de opdrachtgever. Een advertorial is een andere en minder heldere – en wellicht daardoor ook wel minder gewenste – vorm van reclame; in opdracht van een opdrachtgever wordt een artikel geplaatst in de vormgeving van het dagblad zodat de indruk wordt gewekt dat het artikel ook onder de redactionele verantwoordelijkheid van het blad valt. Dagbladreclame is bedoeld om de lezer te informeren, te overtuigen en aan te zetten tot beweging of een andere actie, zoals het bevestigen in of het veranderen van mening, het huren of kopen van een product, het deelnemen aan een bijeenkomst of te informeren over een belangwekkende gebeurtenis. Rouwadvertenties, geboortemededelingen en huwelijksaankondigingen zijn wel betaalde ruimten, maar worden niet gezien als advertenties, niet als reclame, maar als familieberichten en staan doorgaans bij elkaar op een vaste pagina, in tegenstelling tot de overige advertenties die door de hele krant staan verspreid.

 

datavisualisatie

informatievisualisatie, het visueel vormgeven van grotere hoeveelheden meer of minder complexe wetenschappelijke gegevens, data en kennis, gestructureerd of ongestructureerd, in grafische vormen en objecten, zoals vlakken, velden, lijnen, pijlen, grafieken, iconen en andere beelden met als doel de inzichtelijkheid, leesbaarheid en daardoor de toepasbaarheid te vergroten zodat gegevens begrijpelijk worden voor de doelgroep, doorgaans een groter publiek. Datavisualisatie maakt communicatie eenvoudiger. Door visualisatie kunnen gegevens snel gedeeld worden, zijn gegevens eenvoudig te scannen, trends en dynamiek te signaleren en te interpreteren, behoeften te onderkennen, draagvlak te creëren en besluiten te nemen. In tegenstelling tot een infographic, wordt bij datavisualisatie geen verhaal verteld. Bij datavisualisatie wordt een afbeelding ontwikkeld waarbij de lezer - de kijker - zelf op ontdekkingsreis gaat om het verhaal te maken. Een infographic is een zendergestuurd verhaal waarbij de informatie-eigenaar een vooropgezette bedoeling heeft bij de overdracht van de informatie; een communicatieboodschap. 

 

debossing

preegdruk, prägen, een metalen stempelvorm die aan de voorzijde van het papier geperst wordt zonder gebruik te maken van drukinkt (diep reliëf, debossing).

 

degelpers

een hoogdrukpers, waarbij het papier op de degel - een vlakke plaat - is geklemd die met een scharnierende beweging naar de drukvorm wordt gedraaid, met een bepaalde druk tegen het vel papier wordt geperst waarbij de inkt van de drukvorm op het papier wordt overgenomen en de afdruk tot stand komt. De meest bekende degelpers is de Heidelberger Degel Automaat, HDA. Met de komst vanaf 1970 van de offsetdruktechniek is het gebruik van de degelpers overgenomen door de klein-offsetpers. De degelpers wordt hier en daar nog ingezet voor bepaalde vormen van afwerking of drukwerkveredeling waar druk bij nodig is, zoals stansen, foliedrukken, rillen, ritsen en nummeren.

 

dekwit

witte dekkende plakkaatverf, hulpmiddel van de werktekenaar, voor het handmatig uitvoeren van correcties in werktekeningen, vrijstaand maken van foto’s en retouches in papieren opzichtmodellen.

 

densiteit

inktlaagdikte, dichtheid van de zwarting, dekking van drukinkt, uitgedrukt in een getal voor de mate van reflectie, als controlemiddel voor kwaliteitsbewaking van drukwerk. Een densiteit van 0,00 komt overeenkomt met volledige transparantie, terwijl een densiteit van 0,30 de helft van het invallende licht doorlaat.

 

densitometer

elektronisch meetinstrument aan de drukpers bij de vervaardiging van vierkleurendrukwerk, voor de kwaliteitsbewaking van drukwerk, om de kleurdensiteit - de inktlaagdikte - van een kleur tijdens het drukken te meten en in de hele drukwerkoplage gelijk te houden. De densitometer meet de hoeveelheid licht die wordt gerefelecteerd - bij opzichtmodellen - of doorgelaten - bij doorzichtmodellen. Bij veel reflectie - een te dunne  inktlaag - zal de kleur flets worden, bij te weinig reflectie - een te dikke inktlaag - toont de kleur verzadigd. Een correct gemeten inktlaagdikte zegt overigens niets over de juistheid van de kleur; een andere kleur dan de bedoelde kleur kan een correcte waarde geven voor de inktlaagdikte.

 

design

ontwerp, primair is het design de voorstelling van een nog te produceren model - drukwerk, gebruiksvoorwerpen, kleding, sieraden, een bouwwerk, een kunstwerk. Meestal in de vorm van modellen, droedels, schetsen en beschrijvingen. Daarnaast heeft design de betekenis van hoogwaardig ontwerp: een ontwerp dat niet alleen technisch en functioneel toereikend is, maar een vorm is, die een bewuste strategische en communicatieve betekenis heeft vanwege de attractieve, esthetische meerwaarde. Die extra visuele waarde is vaak van doorslaggevend belang bij het in beweging brengen van mensen; met een expressieve, onderscheidende benadering, zowel in toon als in vorm (boodschap en vormgeving) is communicatie effectiever en geloofwaardiger. We leven namelijk in een sterk visuele wereld waarin de verschillen tussen organisaties, producten en diensten steeds moeilijker waarneembaar zijn. Consumenten, sollicitanten, burgers en ondernemers oordelen bij het maken van keuzes steeds kritischer en doen dat steeds sneller. Dan maakt design het verschil. Door extra aandacht en energie te steken in de schoonheid en attractie van het ontwerp, met veel aandacht voor het materiaal en het achterliggende verhaal krijgen ook vernieuwing en verbetering extra kansen. Daardoor ontstaat meer beleving en emotie dat het onderscheid op een heel positieve manier zichtbaar maakt. Bij zo'n totaal maakt design communicatie mooier en effectiever. Dan raakt design het hart.

 

designbureau

een groep hooggekwalificeerde ontwerpers, zogenaamde designers, op een vaste locatie - een kantoor, werkplaats of atelier - of een virtueel team, met een duidelijk signatuur en opvatting, met een naam, reputatie en een sterk - soms eigenzinnig - verhaal en aanbod, die zich richt op het ontwikkelen van het design van communicatiemiddelen voor opdrachtgevers, voor start ups, bedrijven, instellingen en overheden. Design heeft de betekenis van hoogwaardig ontwerp: een ontwerp dat niet alleen technisch en functioneel aan de eisen voldoet, maar dat als vorm een bewuste strategische en communicatieve betekenis heeft vanwege de attractieve, esthetische meerwaarde. Er wordt gewerkt aan het vormgeven van identiteit, huisstijlen en huisstijlprogramma’s, logo’s, websites, brochures, infographics en datavisualisatie, inrichting van ruimten, ontwerpen van ruimtelijke objecten, creëren van beelden, fotografie, film en animatie, zowel offline als online, zowel voor oude als voor nieuwe media. Naast het designbureau, zijn er ook gespecialiseerde bureaus die zich richten op één van de deelgebieden van design, bijvoorbeeld ruimtelijke inrichting, relatiegeschenken, beursstands, consumenten producten, industriële producten.

 

desktop-artikelen

spullen voor op tafel: schrijfgerei, notitiepapier, pennen enz. Het assortiment van een verkoper van relatiegeschenken.

 

desktop publishing

digitale paginaopmaak, systemen voor gedigitaliseerde geïntegreerde tekst- en beeldopmaak en beeldmanipulatie. Door de opkomst van de computer op de werkplek van de ontwerper (zo vanaf 1985) is een proces gaande waarin tekst- en beeldinvoer geheel is gedigitaliseerd en geïntegreerd en waarbij de rechtstreekse belichting van een offsetplaat met een digitaal bestand - de traditionele lithografie is in 1995 vrijwel verdwenen - nog slechts enkele minuten tijd vraagt. Deze methode van drukwerkvoorbereiding (desktop publishing) heeft ook toegang gekregen tot andere terreinen van de grafisch ontwerper zoals internet, animatie en video. Inmiddels hebben Apple Computers en Adobe - met programma’s als  Photoshop, Illustrator, Acrobat, Dreamweaver, Premiere Pro, After Effects en InDesign - de markt van hi-end pagina opmaaksystemen van Hell, Scitex, Crossfield en Dainippon geheel overgenomen.

 

diagonaalmethode

een methode die is bedoeld om bij boektypografie tot een Gulden Snede te komen waarbij de grootte en de verhouding van de zetspiegel, en de positie van de zetspiegel op de bladspiegel in een harmonische verhouding is gebracht. Daarbij wordt de zetbreedte bepaald en afgezet op een diagonaal over een enkele pagina en een hulplijn over een punt dat op de rug ligt vanaf de hoogte gelijk aan de paginabreedte. Vervolgens ontstaat de lengte van de pagina. Naast deze methode zijn er nog twee methodes: de berekeningsmethode en de methode Van de Graaf.

 

diapositief

diap, naam voor een verschijnsel in drukwerk, waarbij door het niet drukken van tekst of afbeeldingen in een egaal gedrukte achtergrond, het wit van het papier zichtbaar blijft: witte tekst (diap tekst) of afbeeldingen in een gedrukte (gekleurde) achtergrond. Strikt genomen is een diapositief een transparante drager waarop een positief beeld (leesbaar) is afgebeeld in zwart/wit of kleur, een dia. Omdat de emulsiezijde van een dia zich aan de achterzijde bevindt, moet het een onleesbaar positief worden genoemd.

 

Diatype

een fotografische handzetmachine van Berthold, 1958, voor de vervaardiging van koppen, korte teksten en lijnen op grafische film of papier waar direct op belicht wordt: papier als zwart-wit opzichtmodel, film als onleesbaar positief, dat vervolgens als halffabrikaat wordt ingezet voor de verwerking in reproductietekeningen (werktekeningen) en filmmontage. Na de opkomst van het elektronisch zetten - het op stand zetten van complete pagina’s met tekst en beeld - was de handmatige, dus tijdrovende en dure vervaardiging van werktekeningen overbodig en de inzet van de Diatype als leverancier van halffabricaten niet efficiënt.

 

didonen

een van de lettersoorten volgens de traditionele classificatie (Vox), letters ontworpen vóór en na de Franse Revolutie, letters met grote contrasten tussen dik en dun, en zeer dunne en rechte schreven, zoals Bodoni.

 

didotstelsel

12-delig typografisch maatsysteem van Didot, tot 1970 gebruikt in de grafische industrie, het systeem is in 1737 ontwikkeld door de Franse lettergieter Fournier die het systeem baseerde op de Franse voet, maar omdat alle Franse steden een eigen voet hanteerden bleef het een rommeltje. De Franse lettergieter Didot verbeterde het systeem in 1775 door de Franse koningsvoet die landelijke werd aanvaard als uitgangspunt te nemen. Uiteindelijk was het de Duitse letterfabrikant Berthold die het systeem in 1879 in overeenstemming bracht met de meter (2660 typografische punten = 1 meter). Het didotstelsel is gebaseerd op de Franse koningsvoet (32,4 cm), die is onderverdeeld in 12 duimen, een zesde deel van een duim is een augustijn (4,51279 mm). Een augustijn wordt verdeeld in 12 punten (0,376 mm). Het voordeel van het 12-delige stelsel boven het - decimale - 10-delig stelsel is het grotere aantal deelmogelijkheden (10 is op 4 manieren deelbaar, 12 op 6 manieren). Tussen 1775 en 1970 is dit systeem in gebruik gebleven in de grafische industrie. Alle materialen en gereedschappen waren gebaseerd op een veelvoud of delen van de augustijn. Met de vervanging van het lood door het licht, de komst van de computer, het fotografisch zetten en de offsetdruktechniek, en daarmee het verdwijnen van de hoogdruktechniek - boekdruk - verdween ook het 12-delig typografisch stelsel met augustijnen - cicero’s -, punten, pasjes en kwadraatjes, om vervangen te worden door de pica, de Amerikaans-Engelse typografische maateenheid (1 pica = 4,2175176 millimeter). In de grafische industrie zijn vier maatsystemen in gebruik; naast de augustijn en pica, ook de inch (schrijfmachine, matrixprinters) en de millimeter (lithografie, papierformaten).

 

dienstenveloppe

enveloppe met en zonder venster met sluiting aan de lange zijde.

 

diepdruk

plaatdruk, gravure, druktechniek waarbij de drukkende delen - het te drukken beeld - in de vorm van groeven, verdiept in een metaalplaat, met inkt zijn gevuld en het te bedrukken materiaal - papier - met grote kracht tegen de drukvorm wordt gebracht waardoor de inkt uit de groeven wordt getrokken en op het papier achterblijft. De niet-drukkende delen liggen dus verhoogd; het is een tegenovergesteld principe van hoogdruk. Maar omdat de drukvorm net zoals bij hoogdruk rechtstreeks in aanraking komt met het te drukken materiaal, moet de drukvorm onleesbaar staan. Bij diepdruk worden de te drukken lijnen met handsnijgereedschap - een burijn - weggesneden uit een metaalplaat - koper of zink. Dat graveren wordt drogenaald techniek genoemd. Een andere techniek is het etsen van de drukvorm met zuur. Bij het etsen is de plaat bedekt met een hars of zuurbestendige was. Met een etsnaald wordt het beeld in de hars of was gegraveerd, waardoor de blanke metaalplaat eronder zichtbaar wordt die vervolgens in zuur wordt gedompeld waarbij het zuur de afbeelding in de plaat etst. Hoe dieper de groeven zijn aangebracht, hoe meer inkt in de groef, hoe zwarter de afdruk. Om een ​​diepdrukplaat af te drukken, wordt inkt op het oppervlak gebracht en in de groeven gewreven. Door de plaat vervolgens schoon te wrijven verdwijnt de inkt verder in de groef en worden de naast liggende delen inktvrij gemaakt. Een vochtig stuk papier wordt bovenop de plaat gelegd. Papier en plaat worden door een krachtige pers gevoerd waarbij het vochtige papier zich soepel in de met inkt gevulde groeven van de plaat laat persen en de inkt op het papier achterblijft.

 

diepdrukpers

rotogravure, machine voor de productie van drukwerk, gebaseerd op het principe dat het drukkende beeld verdiept en spiegelbeeldig in metaal is aangebracht, waarna de drukvorm wordt ingeïnkt, de overtollige inkt wordt weggeschraapt en het papier met grote druk tegen de plaat wordt gebracht waarbij de inkt op het papier achterblijft. De gravuretechniek - het aanbrengen van een beeld op een vlak door er in te kerven of te krassen - vormt de basis voor deze vorm van drukken. De gravure is een zeer oude (5000 v Chr.) en veel toegepaste techniek voor de decoratie van religieuze voorwerpen en sieraden. In een gladgeschuurd en gepolijst metalen oppervlak worden met een scherpe beitel - een graveerijzer of burijn - ondiepe groeven gestoken. Al ruim 3000 jaar terug werden gegraveerde ornamenten ingewreven met niëllo. Niëllo is een zwart mengsel van zwavel, koper, zilver en lood dat werd gebruikt als vulling van gegraveerd of geëtste afbeeldingen om de afbeelding te controleren of om de tekening duidelijker zichtbaar te maken. Veel later vormde de niëllotechniek de basis voor het maken van afdrukken van afbeeldingen op wapenuitrustingen en muziekinstrumenten, door inkt in de groeven te brengen, het restant weg te wrijven met een doek en een afdruk te maken op papier of perkament. De afdrukken werden gebundeld en dienden als bewijs van levering en van het vakmanschap van wapensmeden en edelsmeden. De eerste niëllo-afdrukken en oudst bekende afdrukken van kopergravures zijn mogelijk van rond 1430. Etsen is een vijftiende-eeuwse techniek om patronen op metalen voorwerpen te zetten. Die werden bedekt met was waarin een tekening werd gezet waarna het voorwerp in een zwak zuur werd gehouden totdat de afbeelding in het metaal was gebeten. De duur van de behandeling bepaalde de diepte van de groef. Het aanbrengen van de afbeelding in de was lijkt veel meer op tekenen dan op graveren en werd daardoor snel populair onder kunstenaars. In de eerste helft van de 16e eeuw was de uitvinding van het chemisch etsen een enorme verbetering van de techniek. Aanvankelijk was de gravuretechniek eerder een artistieke uitdaging dan een commercieel interessant medium. Kunstenaars als Albrecht Dürer, eind 15e eeuw, en Rembrandt van Rijn waren buitengewoon succesvol met deze techniek. De etstechniek ontwikkelde zich op esthetisch vlak dankzij de kunstenaars sneller dan de ontwikkeling van het losse letterzetten. Het was dus gebruikelijk de tekst van een boek te drukken in boekdruk en de geïllustreerde pagina’s te drukken vanaf een kopergravure. Na het drukken werden de afzonderlijke pagina’s samengevoegd. De overgang van de artistieke naar de industriële diepdruktechniek werd mogelijk door de uitvinding van de fotografie en de technieken om met fototechniek drukvormen te maken. In 1820 was het William Fox Talbot die in staat was een fotografisch beeld over te brengen op een metaalplaat, de photoglyphic gravure. Talbot was een Engelse fotograaf en uitvinder van het negatiefproces - de calotypie of talbotypie - waardoor meerdere afdrukken van een negatief gemaakt konden worden. Met behulp van gelatine coating etste hij lijntekeningen in koper, maar uiteindelijk lukte het hem de techniek te verfijnen en ook halftonen in de plaat te zetten door afbeeldingen te vertalen in zeer kleine stipjes die in grootte en grijstint varieerden. Omdat het voor het afdrukken van halftonen maar ook voor het vasthouden van de inkt in de verdiepte drukvorm noodzakelijk is afbeeldingen te rasteren, was dit een aanzienlijke verbetering van het proces. Maar het was de Tsjechische drukker en boekverkoperdoor Karel Klíč, die zorgde voor de echte doorbraak toen hij in 1879 de heliogravure uitvond. Van Klíč wordt gezegd dat hij zonder kennis van het werk van anderen nooit tot deze uitvinding zou zijn gekomen, maar Klíč was de eerste die de kennis van onder anderen Niepce (uitvinder van de heliografie), Daguerre (uitvinder van de daguerreotypie een voorloper van de fotografie) en Talbot (uitvinder van de grafische reproductie, de calotypie) bij elkaar bracht. Hij kopieerde een fotografisch positief op een koperen cilinder die was bekleed met teer en gelatine dat was belicht met een rasterpatroon. De onbelichte delen spoelde hij weg en etste de cilinder met zuur waardoor de afbeelding verdiept achterbleef. In de jaren daarna ontwikkelde Klíč de techniek door tot de fotogravure, een proces dat tot de computerisering van de filmloze productiefase - zo rond 1960 - heeft stand gehouden. Daarbij wordt eerst een raster en vervolgens een onleesbaar diapositief op pigmentpapier met een gelatinelaag belicht door ultraviolette lampen. Hoe meer licht door het positief valt, hoe meer de gelatine verhard. Na de belichting wordt de gelatinelaag op de cilinder overgebracht. De zachte delen worden uitgewassen, de verharde delen blijven op de cilinder achter waarna de cilinder met chemicaliën wordt geëtst en de afbeelding in de koperen mantel achterblijft. Het te drukken beeld bestaat uit een gerasterd afbeelding van zeer kleine verdiept liggende napjes. De napjes zijn van variabele diepte; hoe dieper het napje, hoe meer inkt en - afhankelijk van de kleur - hoe zwaarder de afdruk. De maximale etsdiepte is 0.05 mm. Na het etsen wordt de drukcilinder ondergedompeld in dunne inkt waarna de overtollige inkt wordt afgestreken met een stalen mes - de rakel - waardoor de inkt alleen achterblijft in de verdiept liggende napjes. Het papier wordt door de drukcilinder met grote kracht tegen de vormcilinder gebracht waardoor de inkt uit de napjes wordt getrokken en op het papier achterblijft. Vóór de ontwikkeling van de elektromechanische gravure in de jaren 1960, werd het vervaardigen van diepdrukcilinders fotochemisch uitgevoerd. Vanaf 1960 werd een origineel op een optische scanner geplaatst en het beeld gedigitaliseerd welk bestand vervolgens een diamanten graveerkop aandrijft die 5000 napjes per seconde snijdt. Nieuwe ontwikkelingen gaan richting lasergestuurd graveren - laseretsen, waarbij de drukcilinder geheel voorzien is van een raster dat wordt bedekt door een kunststoflaag waarin de laser de napjes wegbrandt. Vanwege het stabiele technische concept kunnen diepdrukcilinders met grote snelheid draaien en vrij groot zijn. Sommige rotatiepersen gebruiken cilinders van 3 meter breed, maar een breedte van 40 cm is ook mogelijk. Cilinderdiameters variëren van 6 centimeter tot ruim 1 meter. Hoewel al in 1860 de Franse uitgever Auguste Godchaux een rotatiediepdrukpers ontwikkelde die papier van de rol drukte, een principe waarop moderne diepdrukpersen nog steeds zijn gebaseerd, werd vanaf 1910 de rotogravure ingezet voor het drukken van kranten. In 1913 was de New York Times de eerste die kranten in diepdruk vervaardigde. In 1920 kwam de eerste kleurenpers op de markt en vanwege de toenemende kwaliteit en snelheid volgden andere kranten al vrij snel. Vanaf 1930 werd diepdruk ook gebruikt voor het drukken van verpakkingen, nog in slechts één drukgang. In 1938 werd een vierkleuren diepdrukpers gebouwd voor het drukken van dozen, met een ongekende snelheid van 36.000 dozen per uur. Inmiddels wordt er gewerkt met een papierbaan van drie meter breed en is de productiesnelheid opgevoerd naar 50.000 stuks per uur. Technisch gezien geen enkel probleem, maar om een machine draaiend te houden met een snelheid van 300 meter per minuut, die 7 ton papier per uur bedrukt met een breedte van 3 meter, een capaciteit van 1,2 miljoen druks per etmaal in maximaal 12 kleuren is een hele uitdaging.

 

digitaal drukken

het machinaal produceren van drukwerk - inkt op papier of karton, kunststof - zónder drukvorm, door directe digitale informatie die de hoeveelheid en de positie van de inkt bepaalt. In de meeste gevallen vindt digitaal drukken plaats met een analoge vorm. Zoals bij laserprinten en bij digitale offset waarbij de feitelijke overdracht van de inkt analoog plaatsvindt, maar dat we digitaal drukken noemen. Er zijn feitelijk twee vormen van digitaal drukken. De eerste is non-impact printing (NIP), ook wel genoemd computer to print (CtPrint) of computer to paper (CtPaper) - het drukken zonder drukvorm, zoals laserprinten, inkjet technologie, thermisch printen. De tweede vorm is digitale offset, waarbij een laserbeeldschrijfkop die wordt aangestuurd door een digitaal bestand het af te drukken beeld op een fotogevoelige rol schrijft die elektrostatisch is geladen en voorzien wordt van vloeibare inkt die eerst op een rubberdoekcilinder en via de drukcilinder op het papier wordt overgebracht (vergelijkbaar met traditioneel offset). Digitaal drukken verschilt van alle andere druktechnieken omdat er geen vaste drukvorm wordt aangemaakt; de apparatuur bouwt het beeld - per afdruk of per klus - steeds opnieuw op uit de digitale data. Omdat daardoor de voorbereidingstijd vrijwel ontbreekt, kan er zeer snel - letterlijk op afroep, on demand - geproduceerd worden met kleine oplagen. Zelfs de productie van één exemplaar is mogelijk - Image One Print One (IOPO). Omdat het drukbestand steeds opnieuw wordt opgebouwd kan de inhoud - teksten, beelden - naar wens worden gevarieerd, zodat bijvoorbeeld elke individuele ontvanger maatwerk krijgt toegestuurd. Laser printen is een techniek met droge (xerografie) of vloeibare toner en waarbij het negatieve beeld op een elektrostatisch geladen drum met lasertechnologie wordt ontladen. Aan de overige delen van de trommel hecht zich de toner die met druk en warmte wordt overgebracht op het papier. Laser printen is een vorm van hoogkwalitatief kopiëren en zeer geschikt voor afdrukken in kleur, op papier en karton, kleine oplagen - hooguit 1000 stuks, kleinere formaten en werk met een extreem korte voorbereidingstijd en levertijd. Inkjet printen is een techniek waarbij vloeibare inkt via een printkop met grote precisie en onder hoge druk in de vorm van minuscule druppeltjes op het papier wordt gespoten. We kennen de kleine inkjetprinter voor thuis en op kantoor, maar de professionele inkjetprinter kan tot vijf meter breed printen voor billboards, fleetmarking, vrachtwagendoeken, banners en tentoonstellingsbouw. Bij thermografisch printen wordt thermisch papier - papier met thermische coating - gebruikt en ontstaat het beeld door verhitting met een thermische kop. Magnetografisch printen is vergelijkbaar met laser printen; een kopieertrommel die geladen wordt met het beeld en een droge toner. De drum wordt magnetisch geladen door duizenden magneetkoppen die het te drukken beeld - het beeld dat op papier uiteindelijk zwart zal worden - op de trommel schrijft. Op deze gemagnetiseerde beeldpunten zal een magnetische toner hechten die met druk en hitte op het papier wordt overgebracht en gefixeerd. Per minuut bedrukt de magnetograaf 100 meter, meer dan 475 A4-tjes. Bij digitale offset wordt het beeld geschreven door een laserbeeldschrijfkop, aangestuurd door een digitaal bestand, die de elektrostatische lading van een halfgeleidende laag op een fotogevoelige rol wist. Op de plaatsen waar de laser de trommel belicht verdwijnt de elektrostatische lading waarna de belichte delen worden voorzien van elektrisch geladen vloeibare inkt, die eerst op een rubberdoekcilinder en daarna via de drukcilinder op het papier wordt overgebracht (offset). Het beeld droogt en fixeert onmiddellijk. Nadat alle kleuren zijn aangebracht, is het vel direct gereed voor verdere bewerking. Inmiddels heeft HP een digitale pers op de markt gebracht, de Indigo 50000, met een drukformaat van 75 x 112 cm voor hoogwaardige afdrukken in zes kleuren met naast full color - CMYK - ook licht-cyaan en licht-magenta, die vloeiender beelden en toonovergangen opleveren, plus lichtzwarte inkt voor professionele zwart-witreproducties.

 

digitaal printen

digital printing, is een printtechniek zónder drukvorm, waarbij het beeld als digitaal bestand voor elke afdruk, voor elk vel opnieuw, direct vanuit de computer naar de printer wordt gezonden. Een digitale printer is een productiemachine voor het printen op losse vellen en rollen papier en karton, kunststof, doek, metaal, hout en vele andere materialen, zelfs blik. Digitale printers worden ingezet voor het maken van snelle prints in kleine oplagen of enkele stuks, voor commercieel drukwerk, direct mail, etiketten, kassabonnen, printing on demand, banners, posters, fotoafdrukken, logo’s op relatiegeschenken enzovoorts. Drukvormen of beelddragers (masters), zoals clichés, stempels, drukplaten of films, zijn niet nodig. De meest voorkomende digitale printtechnieken zijn elektrofotografische printen, thermografische printen en inkjet printen, transfer printen, magnetografisch printen en Océ Copy Press. Elektrofotografische printers - zoals laser printers en xerografische printers - werken volgens het principe van de kopieermachine, met droge toner. Op een geheel elektrostatisch geladen drum, waarop de niet-drukkende delen van het beeld met een laser worden ontladen, hecht aan de overige delen de toner die met druk en warmte wordt overgebracht op het papier. Bij thermografisch printen wordt thermisch papier - papier met thermische coating - gebruikt en ontstaat het beeld door verhitting met een thermische kop. Bij inkjet printen wordt gebruik gemaakt van vloeibare inkt die met grote precisie onder hoge druk in de vorm van minuscule druppeltjes op het papier wordt gespoten. Inkjet wordt vooral ingezet voor drukken op zeer groot formaat, zoals banners, posters, reclameborden en geveldoeken. Transferprint is een printtechniek die wordt gebruikt voor het printen van logo’s en teksten op stof, bijvoorbeeld t-shirts. Met transferinkt wordt een spiegelbeeldige afbeelding op een dragervel geprint, waarbij met warmte en druk het beeld wordt overgedragen (transfer) op de stof. Magnetografisch printen is vergelijkbaar met laserprinters; een kopieertrommel en droge toner. De drum wordt niet elektrostatisch maar magnetisch geladen door duizenden magneetkoppen die het te drukken beeld - het beeld dat op papier uiteindelijk zwart zal worden - op de trommel schrijft. Op deze gemagnetiseerde beeldpunten hecht een magnetische toner die met druk en hitte op het papier wordt overgebracht en gefixeerd. Per minuut bedrukt de magnetograaf 100 meter, meer dan 475 A4-tjes. Océ Copy Press is een elektrofotografische techniek die is te vergelijken met offset. Bij Océ Copy Press wordt een geleidende drager waarover een extreem lichtgevoelige fotogeleider is gecoat, opgeladen en met een elektrofotografie LED-printkop belicht. Op niet-belichte plaatsen blijft een geladen beeld staan waarop een toner wordt aangebracht. Een overdrachtsrol neemt de toner over en geeft het beeld door aan het papier.

 

digitale Cromalin

een kleurgekalibreerd, gecertificeerd, digitaal high-res inkjet proefsysteem op basis van kleurprofielen, voor de vervaardiging van drukproeven voor vierkleurendruk, CMYK-proeven, een referentie in het printproces en drukproces.

 

digitale brochures

digitale brochure, een digitale of responsive online presentatie naar analogie van de gedrukte brochure, met iets dat lijkt op een omslag, een inhoudsoverzicht, en min of meer bladerbare pagina’s. De gedrukte brochure biedt een tamelijk dwingend aanbod om lineair te lezen; van omslag tot omslag, van voren naar achteren. Ook de digitale brochure gaat uit van dit principe; het gebruik op beeldscherm is daarbij het uitgangspunt, voor desktop, tablet en smartphone. Anders dan de gedrukte onveranderbare brochure, vereist de digitale brochure vanwege de online publicatie dat deze altijd up-to-date wordt gehouden. Content kan immers eenvoudig worden gewijzigd en zorgt ervoor dat lezers altijd beschikken over de actuele informatie. De verplichting tot onderhoud lijkt op een zwakte van de digitale brochure, maar het is een grote kracht. Op die manier kan de brochure altijd relevant worden gehouden, terwijl productiekosten niet gemaakt worden en verspreiding eenvoudig plaatsvindt, bijvoorbeeld via social media. De digitale brochure heeft ook een andere positie in de communicatie dan de fysieke brochure. Bij de laatste ontbreekt het aan vindbaarheid – een op papier gedrukte brochure wordt toegezonden en laat zich niet vinden zoals dat bij online informatie gebeurt. Bij digitale brochures is dat anders; die kan op allerlei manier online gevonden worden. Elke klant heeft andere behoeften en andere vragen en zoekt online ook anders, met andere zoektermen op zoek naar andere antwoorden. Een extra voordeel voor de aanbieder van informatie van de online presentatie is de mogelijkheid om te leren van het zoekgedrag van de bezoekers. Met de analyse van de statistieken van de bezoekgegevens wordt de content en het klantprofiel van de digitale online brochure voortdurend geoptimaliseerd en verder gepersonaliseerd. Met die kennis wordt ook de conversie verhoogd, de vormgeving aangepast, het aanbod geactualiseerd, de interactie verhoogd en de digitale brochure verder online, via social media gedeeld.

 

digitale offset

het machinaal produceren van drukwerk direct vanuit een digitaal bestand. Bij digitale offset wordt het beeld gevormd door een laserbeeldschrijfkop die wordt aangestuurd door een digitaal bestand dat het af te drukken beeld op een fotogevoelige rol schrijft die elektrostatisch is geladen. De fotogevoelige rol wordt op de belichte delen voorzien van elektrisch geladen vloeibare inkt die eerst op een rubberdoekcilinder en daarna via de drukcilinder op het papier wordt overgebracht (offset). Het beeld droogt en fixeert onmiddellijk. Nadat alle kleuren zijn aangebracht, is het vel direct gereed voor verdere bewerking. Omdat de overdracht van het beeld op analoge wijze via een rubberdoek plaatsvindt is hier feitelijk geen sprake van digitale offset, maar wordt het zo vaak genoemd.

 

digitale spotvernis

het plaatselijk vernissen van het drukwerk met een digitale printer en toner. Doorgaans gebeurt vernissen op een offsetpers in een speciale extra drukgang met blanke lak. Het voordeel van digitale spotvernis ten opzichte van offset is dat deze vorm van drukwerkveredeling al in een kleine oplage mogelijk en betaalbaar is. Het effect van digitale spotvernis is wel iets minder dan in offset. Een beter resultaat is te verkrijgen door het drukwerk eerst mat te lamineren.

 

Digitale Stad

een internetgemeenschap met de stad als metafoor, met cafés (chatrooms), huizen (homepages van particulieren), postkantoor (e-mail). In 1994 in Amsterdam opgericht en in 1999 verkocht. Vervolgens werd in 2001 de Echte Digitale Stad opgericht, met een tweedehands server met gratis e-mail en webruimte.

 

direct mail

DM, een van de communicatiedisciplines, een vorm van directe reclame, meestal in de vorm van een nogal uitnodigende of aanmoedigende en op naam gezette – geadresseerde - brief, folder, briefkaart of een mailpack - een verzameling objecten in één zending, bijvoorbeeld een brief, een antwoordkaart, een folder en een kraskaart.  De afzender bepaalt zelf de planning - timing en omvang - weet dus altijd aan wie het DM-poststuk is gericht en wie de boodschap ontvangt waardoor men de verwerking van de respons in de hand heeft. Het doel van direct mail is het verzamelen van gegevens, maar primair gaat het om het genereren van response, waarbij het draait om verkoop of het maken van een afspraak, of om aankoop, bestelling of donatie. DM wordt ingezet bij acties, prijswijzigingen, beurzen en seminars. Ook de e-mailing en zelfs de faxmailing is een vorm van DM. Het papieren poststuk is de meest effectieve manier van communiceren, een e-mailing verdwijnt nogal eens als spam in de prullenbak en de zwakte van de faxmailing is dat het papier van de geadresseerde nodig is. Bij direct mail kan met mailtechnieken een grote groep ontvangers snel en gecontroleerd worden benaderd. De meest effectieve vorm van DM is als het mailstuk zich direct en zo persoonlijk mogelijk richt tot een vooraf geselecteerd publiek – adressenbestand. De effectiviteit van direct mail wordt sterk bepaald door de aard, stijl, toon, samenstelling en vormgeving van het DM-pakket.

 

direct marketing

letterlijk: direct contact met de doelgroep, zoals direct response advertising, direct mail, telemarketing, persoonlijke verkoop e.d. Het ultieme doel is een één-op-één relatie met de geadresseerde, zodat een perfect beeld en profiel van die relatie ontstaat en respons leidt tot een afspraak of tot verkoop.

 

dispersielak

of waterbakvernis, een technische oppervlaktebehandeling in de drukkerij, na het drukken van de kleuren wordt als laatste drukgang van de pers een laklaag aangebracht over het hele drukvel. Het drukwerk krijgt daardoor een mooie matte vernis én wordt beschermd tegen beschadigingen zodat het direct gereed is voor verdere verwerking, zoals het snijden, vouwen, vergaren, binden. Dispersielak is op waterbasis (geurloos, reukloos) en daardoor geschikt voor verpakkingen van levensmiddelen.

 

display

een vorm van productpresentatie, een compacte verkoopstandaard, een schap, uitstalling of rek in de vorm van een kartonnen of kunststof ruimtelijk object, als tijdelijk extra verkooppunt voor nieuwe producten, als een etalage, ter ondersteuning of stimulering van een impulsverkoop bij een actie of aanbieding, geplaatst in een verkoopomgeving, op de winkelvloer of toonbank, bijvoorbeeld in een warenhuis, toonzaal, beurs of bouwmarkt. Displays zijn er in verschillende groottes en uitvoeringen, zoals de productdisplays, toonbankdisplay, de vloerdisplay, folderdisplay, shop-in-shop displays, en worden vervaardigd uit kunststof, hout, karton, metaal of een combinatie van deze materialen.

 

display advertising

een vorm van online adverteren, met een tekstadvertentie, een banner, image of video, zichtbaar op zoekmachines, websites en social netwerken en getoond op alle devices, zoals desktop, laptop, tablet en smartphone (mobile advertising). Display advertising is gericht op het profiel van de specifieke bezoeker - die bijvoorbeeld zoekt op ’nieuwe laptop kopen’ en waarbij het draait om traffic en conversie, als de bezoeker van de website overgaat tot actie, tot aankoop, aanvraag of het downloaden van documentatie. Display advertising is een vorm van betaalde reclame waaraan kosten zijn verbonden, een financiële vergoeding die aan de website-eigenaar wordt betaald. De hoogte van die vergoeding is afhankelijk van het aantal impressies - het aantal malen dat een banner getoond wordt; het aantal clicks - aantal keer dat de bezoeker op de banner klikt; of het aantal orders - leads - het aantal aankopen dat voortkomt uit het klikken op een banner. Aanbieders van display advertising bezitten veel informatie over het profiel van de bezoekers hun website - zogenaamde targeting, zodat de adverteerder veel mogelijkheden heeft om zeer specifieke doelgroepen te benaderen.

 

distributie

het distribueren van het zetwerk, het uiteenhalen van de zetvorm. Hoogdrukvormen die zijn samengesteld uit handzetsel, machinezetsel, lijnen, ornamenten en wit worden ná het drukken uiteengenomen  - gedistribueerd - voor hergebruik. Machinezetsel - tekst uit één stuk in vaste regels gegoten - wordt niet hergebruikt, maar omgesmolten tot loodstaven voor het gieten van nieuw machinezetsel. Het uiteen nemen van de hoogdrukvorm en het nauwkeurig terugleggen van alle afzonderlijke delen in de juiste laden, loketten en kasten, wordt distribueren genoemd. Distribueren is nauwkeurig werk, omdat verkeerd teruggelegd materiaal - een distributiefout - het efficiënt werken van de handzetter belemmerd. Een distributiefout leidt tot een kastfout waardoor een zetfout ontstaat.

 

divisie

afbreekteken of koppelteken.

 

doekzijde

de onderzijde van de papierbaan in de papiermachine die op het zeefdoek ligt en die een doekstructuur achterlaat in het papier. De bovenzijde van de papierbaan wordt viltzijde genoemd en laat geen structuur op het papier achter.

 

doka

donkere kamer, lichtdichte ruimte in een werktekenstudio, offsetdrukkerij (vroeger zelfs clichéfabriek), waar een reprocamera staat voor de opname van opzichtmodellen, een vergrotingskoker voor het afdrukken van kleinbeeld-negatieffilms en apparatuur voor het ontwikkelen en drogen van belichte films en papier. In de doka wordt rood en geel licht gebruikt.

 

domeinnaam

domain name, een unieke adresnaam op het internet. De domeinnaam staat voor een numeriek adres, het IP-adres, vergelijkbaar met postcode en telefoonnummer.

 

doming

domingstickers, een vorm van drukwerkveredeling, waarbij over vinylstickers met een bedrukking een glashelder laagje kunsthars wordt gegoten, waardoor een opdikkende, bolvormige sticker ontstaat met een krasvaste en luxe uitstraling. Domingstickers zijn in alle vormen en afmetingen te maken en door een combinatie van inkten en materialen is veel mogelijk. Domingstickers zijn duurzaam, kleurbestendig, uv-bestendig en bestand tegen agressieve stoffen.

 

doorschijnen

bepaalde eigenschap van papier waardoor de druk aan de keerzijde zichtbaar wordt. Opaciteit wordt de mate van ondoorschijnendheid van papier genoemd.

 

doorzichtmodel

een transparant model waar licht doorheen kan vallen, zoals een dia of film. Een reproductie camera of een diascanner werkt bij een doorzichtmodel met doorvallend licht.

 

doubleren

een drukfout, een ongewenst technisch verschijnsel in de drukkerij, kan leiden tot het afkeuren van drukwerk door de opdrachtgever. Doubleren, sjabloneren en dubbeldrukken zijn verschijnselen die ontstaan vanwege speling in de offsetpers, in de offsetplaat of het rubberdoek waardoor de nieuwe overdracht van de plaat naar het rubberdoek iets verschilt ten opzichte van een eerste omwenteling waardoor het inktrestant daarvan iets naast de nieuwe druk komt te staan.

 

downloaden

het binnenhalen van gegevens (tekstbestanden, foto’s, muziek, films en games) van een computer naar je eigen computer. Kan ook van een usb-stick of een digitale camera.

 

dot

een rasterpunt met een vaste kleurdichtheid bij een variabele grootte.

 

dots

beeldpunten voor de opbouw van drukwerk en foto’s (2400 dots per inch, DPI) en voor beeldschermen (72 pixels per inch, PPI).

 

DPI

dots per inch, aantal beeldpunten per inch (aantal punten op een lengte van 2,54 cm), waarmee de resolutie, de fijnheid van de uitvoer van een digitale drukpers, een printer, afdruk of digitale foto wordt uitgedrukt. Hoe hoger het DPI-getal, hoe groter de detaillering. Niet te verwarren met PPI, pixels per inch, de opbouw voor beeldschermen.

 

draaien

een van de manieren – naast stolpen en keren – om het drukvel te roteren en opnieuw door de drukpers te voeren. Draaien is het drukvel 180 graden om de z-as roteren, zodat de voor- en achterzijde van het vel gelijk blijft; om het papier aan dezelfde zijde te bedrukken.

 

driegen

het hechten van losse bladen en katernen tot een geheel (een boek), door ze handmatig buitenom te naaien met een steek die evenwijdig loopt aan de rug.

 

driehoeksborden

A0-reclameborden, sandwichborden, aankondigingsborden, wisselborden, tweevlaksborden, drievlaksborden, een  vorm van buitenreclame, onverlichte reclameborden met de naam van het formaat A0 (118,9 x 84,1 cm), vaak geplaatst rond lichtmasten of ander straatmeubilair. De reclame is tijdelijk, bijvoorbeeld vanwege een lokaal evenement of een kermis. De borden zijn niet verlicht.

 

drieslagfolder

een folder met twee vouwlijnen en zes pagina’s. Er drie manieren om te vouwen: luikvouw (af altaarvouw), wikkelvouw of zig-zag.

 

drip

DRIP, Dynamisch Route Informatie Paneel, informatiepanelen boven of langs de rijbaan van snelwegen, voor het verstrekken van verkeersinformatie en route-informatie. Bij evenementen worden ook andere boodschappen gecommuniceerd.

 

droedel

allereerste handgetekende of -geschreven conceptaanzet voor een creatie. Kan een aanzet zijn voor een design, maar ook een tekst, animatie, video.

 

drukfout

een technisch verschijnsel in de drukkerij, met een ongewenst effect op de kwaliteit van het drukwerk dat om die reden door de opdrachtgever zelfs geheel afgekeurd kan worden. Een drukfout wordt veroorzaakt door verkeerde voorbereiding (zoals verkeerd raster, verkeerde drukproeven), onjuiste afstelling van de drukpers (teveel of te weinig inkt of water, verkeerd droogpoederen, speling of onjuiste positie op het papier), onvoldoende controle van de drukvorm (beschadiging, kaallopen, blindlopen), onjuiste materialen (verkeerd papier, ongeschikte inkt) of onjuiste afwerking (verkeerd gesneden, verkeerd gevouwen). Er zijn in een dagelijks drukproces meer dan 140 potentiële veroorzakers van drukfouten. Drukfouten worden voorkomen door gecontroleerde, gestandaardiseerde of gecertificeerde processen. Een zetfout wordt ten onrechte nog wel eens een drukfout genoemd, maar de drukker heeft geen invloed op de aangeleverde drukvorm, dus ook niet op de juistheid van de tekst.

 

drukformaat

maximaal drukkend oppervlak op een bepaalde drukpers. Het drukformaat is altijd kleiner dan het maximale papierformaat, omdat een drukpers niet aflopend kan drukken.

 

drukgang

één behandeling of één doorgang door de drukpers. Als een drukwerk in één kleur is gedrukt noemt men dat drukwerk in één drukgang, maar bij een vierkleurenpers wordt het drukken in vier kleuren één drukgang genoemd. In principe is er geen limiet aan het maximaal aantal drukgangen, hoewel drukpersen maximaal tien kleuren in één drukgang kunnen maken. Zijn er meer kleuren nodig, dan zal het papier nogmaals door de drukpers moeten; een tweede drukgang.

 

drukinkt

verf die gebruikt wordt op drukpersen voor de vervaardiging van drukwerk, een taai stroperige chemische vloeistof die bestaat uit een opgeloste kleurstof, een fijn verdeeld pigment, een oplosmiddel en een bindmiddel. Drukinkt wordt door verwrijvende rollen verdeeld over de drukvorm die de inkt middels persing - bij alle druktechnieken wordt druk uitgeoefend - overdraagt op papier. Alle druktechnieken verlangen specifieke eigenschappen die de inkt geschikt maakt voor een optimaal proces: linieerinkt, flexografische inkt, rotatiediepdrukinkt, krantenrotatie-inkt, boekdrukinkt, smoutinkt, romaninkt, heat-set inkt.

 

drukkerstroost

een kleurloos oplosmiddel voor drukinkt, dat tot 1960 in de boekdrukkerij en zetterij werd gebruikt om hoogdrukvormen en zetmateriaal te reinigen. Na het drukken wordt een hoogdrukvorm gereinigd om het aandrogen van aangekoekte drukinkt en papierstof te voorkomen. Het zetwerk wordt immers na het drukken gedistribueerd voor hergebruik, opgeslagen met het oog op herdrukken óf omgesmolten om het lood opnieuw te gebruiken op de regelzetmachine. Het reinigen van de drukvorm gebeurt ook om het omsmelten zo schoon mogelijk te laten plaatsvinden en om het nieuwe lood zo zuiver mogelijk te hergebruiken. Het reinigingsmiddel wordt bewaard in koperen doseerkannen en wordt gebruikt in combinatie met een borstel waarmee de vorm wordt geschrobd en een poetsdoek om de vorm te drogen. Het gebruikt van drukkerstroost is inmiddels verboden.

 

druklak

technische behandeling van het papier in de drukkerij, oppervlaktebehandeling in de drukpers als laatste drukgang, met drukinkt zonder pigmenten, dus zonder kleur, maar met mat of glans effect.

 

drukletters

in de grafische industrie verkrijgbare letters, geschikt voor grafisch gereedschap (loden of houten letters voor het handzetten), machinale verwerking (zetmachines, gietmachines), fotografische zetmachines, gebruik op pagina-opmaaksystemen, in tekensoftware en software voor tekstopmaak en -bewerking.

 

drukproblemen

drukfouten, ongewenste verschijnselen in de drukkerij tijdens het drukken, zoals kaallopen, blindlopen, spanjolen, krullen, pasverschillen, parelen, doubleren, sjabloneren, watervlaggen, vochtpluk, wolkerigheid, blisteren, spookbeeld, schaduwbeeld, doorslaan, overzetten, oplopen, plakken, koeken en puntverlies. Fouten in de tekst worden vaak onterecht drukfouten genoemd, maar zijn strikt genomen zetfouten.

 

drukproef

een fotokopie, digitale (kleur)print, een andere afdruk, of een digitaal (PDF)-model of voorbeeld van het te produceren drukwerk waarin (nog) correcties kunnen worden aangebracht.

 

druktechnieken

het samenspel van mensen, handelingen, materialen, apparatuur en machines om visuele informatie en boodschappen - beelden en teksten - te genereren, te reproduceren of te vermenigvuldigen op dragers, zoals vellen of rollen papier, doek, kunststof of ruimtelijke objecten. De grafische industrie kent uiteenlopende druktechnieken: techniek voor zeer snelle levertijden, voor het drukken van zeer grote oplagen of zeer kleine oplagen, voor het drukken van extreem hoge kwaliteit of zeer moeilijk bedrukbare materialen, het drukken van extreem kleine of extreem grote formaten. Techniek die geschikt is voor het bedrukken van een enkel t-shirt, voor het printen van drie miljoen verschillende mailingbrieven, voor het drukken van 1000 vlaggen of voor het bedrukken van schaatspakken in verschillende maten, van 200 paraplu’s voor een evenement, twaalf verschillende posters op A0-formaat in een oplage van één, 500 wijnetiketten met goudfolie en blinddruk, 5.000 glanzend gelamineerde brochures, 50.000 catalogi op ongestreken papier, 500.000 kranten in kleur, 5.000.000 stembiljetten in zwart of 50.000.000 bierblikjes. Het is zeer afhankelijk van de ondergrond, van het aantal, de levertijd, het levermoment en de kwaliteit welke druktechniek wordt gekozen. Geen enkele drukkerij beschikt over alle mogelijkheden. Het machinepark dat in één drukkerij staat is afgestemd op een min of meer specifieke toepassing - bijvoorbeeld rollenoffset, grootformaat-zeefdruk, het printen van briefmailings of het bedrukken van T-shirts of relatiegeschenken. Voor elke specifieke vraag wordt een andere techniek betrokken. De meest voorkomende druktechnieken zijn: hoogdruk of boekdruk (letterset), offsetdruk, diepdruk, flexodruk, zeefdruk, transferdruk, tampondruk, sublimatiedruk en digitaal druk. Hoogdruk of boekdruk is een hoogdrukprocedé, dat vanaf de uitvinding van de boekdrukkunst - het langs mechanische weg vervaardigen van boeken en het zetten met losse metalen letters, zo rond 1430 - tot de komst van het fotografisch zetten en de offsetdruktechniek in 1960 in gebruik is geweest als de meest toegepaste techniek voor het vervaardigen van alle uiteenlopende soorten drukwerk - van visitekaartjes tot boeken en kranten. Hoogdruk is een techniek waarbij de drukkende delen verhoogd liggen en de niet-drukkende delen lager liggen en waarbij de inkt, met een rol aangebracht op de verhoogde delen, met grote kracht op papier wordt gedrukt zodat de inkt daarop achterblijft. Hoogdruk is herkenbaar aan de grote kracht die de drukvorm uitoefent op het papier en die aan de achterzijde als doordruk - zogenaamde moet - zichtbaar kan zijn. De omschakeling van het zetten met loden letters naar fotografisch zetten en van hoogdruk naar offsetdruk, betekende vanaf 1960 het begin van het einde van de hoogdruk in de grafische industrie. Offset is de druktechniek die het lood - de hoogdruk - heeft verdrongen. Bij offset liggen de drukkende en de niet-drukkende delen op één niveau, die respectievelijk vochtafstotend en vochtaannemend worden gescheiden. Offset is een druktechniek waarmee vrijwel alle papiersoorten en papierformaten kunnen worden bedrukt in een extreem hoge kwaliteit in een of meerdere kleuren, van eenvoudige een-kleurenpersen tot meer-kleurenpersen, tot 10 kleuren tegelijk. Van eenvoudig huisstijldrukwerk, zoals visitekaartjes, briefpapier en enveloppen in kleine oplagen, tot posters, brochures, folders, jaarverslagen en boeken in middelgrote oplagen (zo’n 100.000 stuks). Voor hogere oplagen tot een miljoen stuks, onder andere tijdschriften en kranten, wordt rotatieoffset gebruikt - het drukken op de rol in plaats van vel voor vel. Diepdruk is een druktechniek waarbij de drukkende delen als minuscule napjes verdiept zijn aangebracht in grote een metalen cilinder. De napjes worden gevuld met inkt waarna het papier, op een rol van vaak enkele meters breed, door druk in de napjes wordt geperst en de inkt wordt overgedragen op het papier. Diepdruk is een gemiddeld goede druktechniek, vooral geschikt voor het drukken met grote snelheid en extreem hoge oplagen met veel pagina’s, zoals catalogi en tijdschriften, maar ook verpakkingen. Flexodruk word gebruikt voor verpakkingen, etiketten, plastic tasjes en papieren draagtassen. Er wordt gedrukt met flexibele, kunststof, maar ook metalen drukvormen waarop de drukvorm verhoogd is aangebracht. Daardoor is flexodruk zeer geschikt voor ruwe materialen en wordt de techniek gebruikt in de verpakkingsindustrie voor grote oplagen en flexibele verpakkingsmaterialen, zoals papier, karton, textiel, kunststof, aluminiumfolie en golfkarton, bijvoorbeeld voor inpakpapier, vleeswarenzakjes, dozen, draagtassen. Zeefdruk is een techniek voor het drukken met zeer sterke, dikke inktlagen met hoge kleurkracht, goed bestand tegen zonlicht en weersinvloeden, op vrijwel alle materialen, zoals kunststof, glas, hout, metaal, textiel, papier en karton. Zeefdrukken kan op zeer grote formaten en is geschikt voor gemiddeld hoge oplagen, maximaal 10.000 stuks, met name voor buitentoepassingen, zoals spandoeken, verkeersborden, reclameborden, bewegwijzering. Transferdruk is een druktechniek die geschikt is voor het drukken van logo’s en teksten op stoffen, sportkleding, werkkleding, petjes. Met transferinkt worden in zeefdruk spiegelbeeldige afbeeldingen aangebracht op een dragervel dat op de te bedrukken stof wordt gelegd. Hitte en druk zorgen voor de overdracht van de transferafbeelding op de stof. Naast deze zeefdruktransfer is er ook de digitale transfer die op een eenvoudige consumentenprinter kan worden uitgevoerd en een snel, eenvoudig, goedkoop, maar ook minder duurzaam resultaat geeft. Tampondruk is een druktechniek waarbij het drukkende beeld verdiept in een metaalplaat ligt, gevuld wordt met inkt die met een tamponvormige stempel van siliconenrubber uit de vorm wordt getrokken en wordt overgedragen op een object. Deze techniek leent zich bijzonder voor het bedrukken van niet vlakke en niet gladde oppervlakken, rond, bol, hol en ruw, zoals glazen, pennen, usb-sticks en servies. Sublimatie druk is een techniek waarbij een afbeelding met hitte en druk in een kunststof wordt vergast. Sublimatie-inkten hebben de eigenschap om bij een bepaalde temperatuur te veranderen in gas. Bij het afkoelen sluit het materiaal de inkt op waardoor de opdruk extreem duurzaam is. Het beeld bevindt zich niet aan de oppervlakte maar maakt deel uit van het oppervlak. Digitaal drukken is een vorm van drukken waarbij het digitale bestand direct vanuit de computer naar de drukpers wordt gezonden, een vorm van non-impact printing (NIP) - drukken zonder drukvormen, zoals stempels of offsetplaten of sjablonen. Er zijn twee vormen van digitaal drukken. De eerste is digitaal printen, zoals laserprinten, inkjet technologie, thermisch printen en magnetografisch printen. De tweede vorm is digitale offset, waarbij een digitaal bestand een laserschrijfkop aanstuurt die het af te drukken beeld op een fotogevoelige rol schrijft, voorzien wordt van vloeibare inkt die via een rubberdoek en een tegendrukcilinder wordt overgebracht naar het oplagepapier (offset). Digitaal drukken verschilt van alle andere druktechnieken omdat er geen vaste drukvorm wordt aangemaakt; de apparatuur bouwt het beeld steeds opnieuw op uit de digitale data waardoor elke afdruk variabele data kan bevatten. Laser printen is een techniek waarbij de niet-drukkende delen van het beeld op een elektrostatisch geladen drum met een laserstraal worden ontladen. Aan de overige delen van de trommel die nog steeds statisch geladen zijn, hecht zich de toner die met druk en warmte wordt overgebracht op het papier. Laser printen is een vorm van hoogkwalitatief kopiëren en zeer geschikt voor afdrukken in kleur, op papier en karton, kleine oplagen - hooguit 1000 stuks, kleinere formaten en werk met een extreem korte voorbereidingstijd en levertijd. Inkjet printen is een techniek waarbij vloeibare inkt met grote precisie en onder hoge druk in de vorm van minuscule druppeltjes op het papier wordt gespoten. We kennen de kleine inkjetprinter voor thuis en op kantoor, maar de professionele inkjetprinter kan tot vijf meter breed printen voor billboards, fleetmarking, vrachtwagendoeken, banners en tentoonstellingsbouw. Ricoh levert een rotatie-inkjetprinter die de top van offsetdrukwerk benadert: deze machine drukt met inkt op waterbasis, vergelijkbaar met offset-inkt, met een resolutie van 1200 of 2400 dpi, met snelheden tot 150 meter per minuut, dus 130.000 A4-afdrukken per uur op papier tussen de 40 en 300 grams/m2. Bij thermografisch printen wordt thermisch papier - papier met thermische coating - gebruikt en ontstaat het beeld door verhitting met een thermische kop. Magnetografisch printen is vergelijkbaar met laserprinters; een kopieertrommel en droge toner. De drum wordt niet elektrostatisch maar magnetisch geladen door duizenden magneetkoppen die het te drukken beeld - het beeld dat op papier uiteindelijk zwart zal worden - op de trommel schrijft. Op deze gemagnetiseerde beeldpunten hecht een magnetische toner die met druk en hitte op het papier wordt overgebracht en gefixeerd. Per minuut bedrukt de magnetograaf 100 meter, meer dan 475 A4-tjes. Bij digitale offset wordt een laserbeeldschrijfkop aangestuurd door een digitaal bestand die het af te drukken beeld op een fotogevoelige rol schrijft die elektrostatisch is geladen. De fotogevoelige rol wordt op de belichte delen voorzien van elektrisch geladen vloeibare inkt die eerst op een rubberdoekcilinder en via de drukcilinder op het papier wordt overgebracht (offset). Het beeld droogt en fixeert onmiddellijk. Nadat alle kleuren zijn aangebracht, is het vel direct gereed voor verdere bewerking.

 

drukvel

een bedrukt vel papier uit de oplage.

 

drukvorm

een drager voor inkt of toner om een afbeelding of tekst op het te bedrukken materiaal - bijvoorbeeld papier - over te brengen. Een drukvorm is analoog; een fysiek object van metaal of kunststof dat handmatig (houtsnede, linoleumsnede), machinaal (hoogdrukletter, machinezetsel), elektronisch (fotozetmachine) of digitaal (pdf-bestand, scan) vervaardigd kan zijn.

 

drukwerkveredeling

alle behandelingen die bepaalde eigenschappen aan papier geven (of karton) die niet met drukken bereikt kunnen worden, veelal een technische bewerking van papier ná het drukken. Bedrukt papier is een halffabrikaat en er zijn doorgaans handelingen nodig om het gebruiksklaar te maken. Bijvoorbeeld als voorbereiding op de afwerking: vouwen, stansen, rillen, ritsen, perforeren, boren. Of ter bescherming: persvernis, glanslaminaat, matlaminaat. Of ter verfraaiing: spotvernis, UV-lak, preegdruk, embossing, debossing, foliedruk. Of een bewerking vanwege een specifieke functie: lijmen, glow-in-the-dark inkt, scratch off inkt, geurinkt, koelkastinkt, peel off inkt.

 

DTP

desktoppublishing, de fase die aan de productie of vermenigvuldiging het grafisch bedrijf vooraf gaat. Het bewerken en opmaken van documenten voor drukwerk en grafische publicaties, zoals flyers, boeken, brochures, magazines en digitale publicaties voor internet, vervaardigd op een personal computer en een softwarepakket, DTP-pakket, zoals QuarkXpress, Pagemaker of Indesign.

 

DTP-er

een grafisch specialist die uitvoerend technisch werk verricht in een grafisch bedrijf, aan drukwerk en grafische publicaties, met behulp van een pc - een Apple of Windows-computer - en een softwarepakket, DTP-pakket, zoals QuarkXpress, Pagemaker of Indesign.

 

dubbelvouwgetal

is het aantal keren dat papier kan worden gevouwen zonder dat het breekt of scheurt. Lompenpapier voor bankbiljetten heeft een zeer hoog getal, krantenpapier heeft een relatief laag getal.

 

Duitse komma

’slash’ of schuine streep /.

 

dummy

blanco testmodel, proefmodel van een boek, verpakking, folder, om de fysieke hoedanigheid te testen en optimaal inzicht te krijgen in technische haalbaarheid, de productietijd en -kosten.

 

duotoon

afbeeldingen (foto’s) gedrukt in twee kleuren, in een kleurcombinaties of met dezelfde kleur in de tweede drukgang met verschillende gradaties.

 

duplex

afbeeldingen gedrukt in twee kleuren, met een speciale drukvorm voor de donkere kleur en een drukvorm voor de lichte kleur. Kan ook een foto in een kleur zijn met een andere, vlakke achtergrondkleur.

 

duplex karton

gekoetst karton dat bestaat uit meerdere lagen die tijdens het productieproces nat in elkaar zijn gebracht, dus niet geplakt. Het karton is samengesteld uit grijs basismateriaal met een witte deklaag, meestal eenzijdig houthoudend of houtvrij, gestreken of ongestreken papier.

 

duplokarton

een karton- of papiersoort waarbij twee gelijke vellen in het productieproces nat in elkaar zijn gekoetst met de zeefzijden tegen elkaar waardoor papier ontstaat met twee indentieke zijden.

 

duurzame communicatie

interactieve communicatie op basis van transparante, volledige en concrete informatie. Geen monoloog maar dialoog, niet lineair maar interactief, niet de informatievergarende organisatie maar de informatie-lerende organisatie. Communicatie tussen mensen, niet tussen bedrijven. Door duurzaam te communiceren met traceerbaar bewijs neemt de geloofwaardigheid van de communicatie toe. Duurzame communicatie is gericht op de lange termijn, op een  langdurige relatie met betekenisvolle, waardevolle medewerkers en relaties en ontstaan vanuit bewustzijn, niet vanuit verplichting. Marketing gestuurde reclame lijkt in een oververhitte wereld van elkaar najagende korte-termijn spelers soms een onontkoombare sport - in kroegen wordt vaak nogal opgewonden over dit verschijnsel verslag gedaan - maar op lange termijn houdt deze omgangsvorm geen stand. De échte onontkoombare stap is duurzame communicatie. Van duurzame communicatie is sprake als communicatie zich niet alleen houdt aan de wet- en regelgeving, maar zich ook houdt aan fatsoensregels die gericht zijn op draagvlak, op betrokkenheid, op het geven van het goede voorbeeld, op gezag door mentaal leiderschap. Dit is iets anders dan communiceren óver duurzaamheid, over duurzame voornemens en ambities, iets anders dan rijden met schone vrachtwagens of drukken op FSC- en PEFC-gecertificeerd papier. Duurzame communicatie gaat vooral over het totaal - gedrag, boodschap en communicatiemiddelen. Het betreft niet alleen de communicatieactiviteiten van de commerciële afdelingen - zoals sales en marketing - maar alle afdelingen en alle momenten in het traject die de klant aflegt door de organisatie; van eerste welkomstmail, tot en met de nazorg.

 

dvd

digital versatile disc, digitaal opslagmedium, een optische schijf met een diameter van 12 centimeter. Aanvankelijk ontwikkeld voor de opslag en distributie van dvd-films. Later bleek dat het medium voor alle vormen van digitale opslag geschikt was, zoals software en databestanden. 

 

start a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

Een leuke vraag en geen antwoord gevonden? Of mist u een woord? Mail HSTotaal: mail@hstotaal.nl.

Geen antwoord gevonden of mist u een woord? Mail HSTotaal: mail@hstotaal.nl.